H.J.A. Hofland

Achter de dijken

In het vraaggesprek met de Volkskrant (26 mei) sprak onze minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen met voldoening over zijn ontmoetingen met collega Condoleezza Rice. Daar ‘geniet’ hij van. Ik zou er een lief dingetje voor over hebben om te weten wat de bewindslieden dan bespreken. Wereldzaken, ongetwijfeld. Hoe Condi, toen nog de veiligheidsadviseur van president Bush, uitlegde dat het bevrijde Irak in een relatieve oogwenk weer zou worden opgebouwd? Want met West-Duitsland en Japan was het toen immers ook voorbeeldig vlot gegaan, verklaarde ze, en de Irakezen konden bovendien alles zelf met hun olie financieren. Zijn in deze conversaties de birth pangs, de geboorteweeën van het nieuwe Midden-Oosten, zoals minister Rice de oorlog in Libanon het vorig jaar noemde, ter sprake gekomen? Hebben ze het gehad over de successen van surge, de versterking van de Amerikaanse troepen om een definitief einde aan de opstand of de burgeroorlog te maken? Praten ze wel eens over Bush zelf? Ik kan me voorstellen dat er in zulke gesprekken veel te genieten valt, maar ik wil weten wat precies. Dat is natuurlijk niet mogelijk, want het zijn geheime wereldzaken, maar aan de andere kant: het is ónze minister van Buitenlandse Zaken.
Een curieus interview. We moeten achter de dijken vandaan, is de boodschap van de minister. Hij heeft gelijk. Nederland is aan het provincialiseren. Aan de ene kant worden we langzamerhand geteisterd door de angst voor de aanstaande islamisering, in het midden worden we opgekocht door buitenlandse durfkapitalisten en aan de andere kant zijn we een steeds joliger voetbaldorp. Straks komt Europa weer aan de orde. Twee jaar geleden per referendum geestdriftig afgewezen. Nu wil twee derde weer een referendum en als dat zou worden gehouden zou een meerderheid vóór zijn. Een Europa zonder volkslied en zonder Turkije. Zou minister Verhagen dat een vooruitgang vinden? Als het over Nederland ver-schanst achter de dijken gaat, zijn er dan geen zaken die hoger op de agenda staan?
In Europa wordt de wacht gewisseld, Frankrijk nu met Nicolas Sarkozy en straks het Verenigd Koninkrijk met Gordon Brown. In de grote wereldconflicten heeft Europa in deze eeuw nog geen stem van betekenis gehad. Door George Bush terzijde geschoven onmiddellijk nadat deze president was geworden, met hartelijke medewerking van mevrouw Rice (Kyoto, het Internationaal Gerechtshof). Na de aanval van 11 september tot een claque van vrijwilligers gedegradeerd (wie niet voor ons is, is tegen ons). Vervolgens, bij de voorbereidingen tot de oorlog tegen Saddam Hoessein gescheiden in de willing en de anderen, die door de bushisten hartelijk werden uitgescholden. En ten slotte is, na zeven jaar Bush met Rice, van het grote bondgenootschap dat de Koude Oorlog won niets bijzonders over.
Wel zijn een paar grote problemen die er toen ook al waren, aanmerkelijk ernstiger geworden. Iran is waarschijnlijk op weg een kernmacht te worden. De oorlog in Irak heeft de invloed van Teheran doen toenemen, en hoeveel demonstraties de Amerikanen ook met hoeveel slagschepen houden, een aanval op Iran is niet geloofwaardig. Met de opkomst van Hezbollah in Libanon en de emancipatie van Hamas is de veiligheid van Israël niet vergroot. Bush heeft zich consequent van het Palestijnse probleem afzijdig gehouden. Een duidelijke voorstelling van wat er in Afghanistan gebeurt hebben we niet. Wel zijn er Nederlandse troepen en krijgt Den Haag het dringende verzoek die niet terug te trekken. Het is allemaal buitenlandse politiek waarvan het mij een genot zou lijken die met mevrouw Rice te bespreken – als ik de kans kreeg.
Gelukkig vroegen de heren van de Volkskrant de minister waarom er geen onderzoek naar de Nederlandse steun voor de aanval op Irak komt. ‘Haha, ja dat is een goeie’, antwoordde de minister. ‘Saddam Hoessein lapte systematisch de VN-resoluties aan zijn laars, dat was de reden voor onze politieke steun. Volstrekt legitiem, dat hoef je niet te onderzoeken.’ Excellentie! Daar gaat het toch niet om! We weten langzamerhand allemaal wel dat de heren Bush, Rumsfeld, Wolfowitz, Powell en mevrouw Rice, geholpen door een aantal onderknuppels, hebben geprobeerd de wereld van alles op de mouw te spel-den over de massavernietigingswapens. Door de ministers in Den Haag werd het allemaal grif geloofd, hoewel het kabinet van onze eigen inlichtingendiensten andere dingen hoorde.
Consequent de redenering van de minister volgend, kom je tot de slotsom dat wij onze legitieme zegen hebben gegeven aan de verwoesting van een staat en het veroorzaken van een burgeroorlog, omdat Saddam – van wie we op z’n minst konden vermoeden dat hij minder gevaarlijk was dan de Amerikaan-se president hem wilde laten zijn – resoluties aan zijn laars lapte. Is dat toch niet een heel klein beetje een reden voor een nader onderzoek?