Achter de komma

Drie jaar geleden kende Nederland een van de mooiste zomers uit zijn geschiedenis. Het land werd in een gigantisch hogedrukgebied getransformeerd. Begin mei, na een sensationele campagne, werd een buitengewone verkiezingsuitslag genoteerd. Gebruinde lichtgeklede vrouwen met Guerlain-geuren begonnen de straten te parfumeren. Na een eindeloze heerschappij verdwenen de christen-democraten uit het zicht. Ik werd verliefd en kocht twee nieuwe spijkerbroeken. Het kwik nestelde zich hooghartig en voor een lange periode boven de dertig graden terwijl Paars in de steigers werd gezet. De zon leek van geen ophouden te willen weten.

Maar aan het einde van de meteorologische zomer werd Wim Kok benoemd tot premier. In mijn hoofd begon het te regenen en tot op de dag van vandaag teisteren de lagedrukgebieden onophoudelijk mijn gedachten. Drie jaar geleden schreef ik nog regelmatig over politiek, maar tegenwoordig kijk ik door mijn raam in de hoop een onderwerp uit het straatgebeuren te kunnen vissen.
Wim Kok. Zelden heeft een land zo'n osmose met zijn politieke leider bereikt als Nederland met Wim Kok. Definitief voorbij zijn de woelige en onhollands mooie dagen van 1994. De premier heeft de orde hersteld en met zijn verbijsterende saaiheid, gebrek aan bevlogenheid en charisma gaf hij drie jaar lang een nieuwe impuls aan de Nederlandse identiteit. Wim Kok ruikt en smaakt naar niets. Je zou haast zeggen dat hij in de synthetische wol van een computergestuurde tuinderkas moet zijn geteeld.
Je ziet hem ook bijna niet, behalve op vrijdagavond. Maar nadat hij zijn wekelijkse grijze optelsommen heeft gereciteerd, weet je niet meer wat hij eigenlijk heeft gezegd. Zijn uitspraken zijn ook niet bedoeld om de krant te halen maar om onmiddellijk vergeten te worden. Om de tijd te vullen alvorens hem te doden. De premier mijdt disputen, debatten en polemieken als de pest. Hij is een ambtelijke diviniteit die op zijn wolkje, vanachter een glazen loket zijn schapen zuinig toegrijnst. En net als God wordt hij voornamelijk gekenmerkt door zijn gebrek aan structuur, zodat je je af en toe vertwijfeld afvraagt of hij wel echt bestaat.
Maar Wim Kok is niet door een hypothetische Willy Wortel uitgevonden om met een mond vol bijvoeglijke naamwoorden op een zeepkist te staan gesticuleren. Hij is er zuiver en alleen om cijfers achter de komma te plaatsen. De mensen verwachten niets anders van hem dan het opnoemen van gunstige hypotheekrentestanden of het declameren van lage inflatiecijfers.
Bij zijn aantreden liet Wim Kok duidelijk blijken geen andere ambitie te hebben dan een tramconducteur te zijn die rustig op de rails schuifelt die een ander voor hem heeft aangelegd. Over zijn voorganger Lubbers zei hij: ‘En als ik erin kan slagen in zijn voetsporen een aantal dingen te doen die ook goed zijn voor Nederland, ben ik al voor een deel geslaagd.’
Met die eigenaardige woorden raken wij de bodem van de beerput. Want in een land waar de sociaal-democratische premier zich het liefst met de christen-democratische politiek van zijn voorganger identificeert en daarom gaat regeren met de liberalen, kun je wel de deken over je hoofd trekken en de wekker uitzetten. In feite heerst hier al jaren, maar nu voor het eerst open en bloot, de dictatuur van de uniformiteit. Den Haag wordt door klonen van klonen bevolkt en is niets meer dan een gladde brij vol accijnzen en belastingmeevallers. Nederland is een groot compromis omringd door dijken die de vloed van conflicten en meningsverschillen buiten de deur moeten zien te houden, een uit de hand gelopen onderlinge afspraak, een monsterlijke consensus waar genivelleerde zielen elkaar bij de Chinees treffen om van tijd tot tijd een bordje bami-akkoord te verorberen.
De paradox is dat Wim Kok populair is. Maar dit moet verklaard worden uit de gezagsgetrouwheid van de publieke opinie, voor wie vooral de functie telt. Voor de rest heeft Wim Kok als politiek leider uitsluitend verkiezingsnederlagen geïncasseerd en zag hij zijn electorale aanhang met negen procent teruglopen. Als nederige minister van Financiën liet hij zich herhaaldelijk door Lubbers schofferen en kleineren. Maar als boekhouder van een notariskantoor dat de erfenis van zijn voorganger moet beheren, doet hij het uitstekend. Hij is zelfverzekerder geworden, bijna hautain en minzaam. Zijn groeiende arrogantie duldt bijna geen kritiek meer en journalisten die zich daaraan wagen, dienen hun zinnetjes met de formule 'met alle respect’ te beginnen. Maar zelfs dit is hem te veel.
Dit is de prijs die moet worden betaald voor een premier zonder stoppelbaard, maîtresses en spaarrekeningen in Koeweit City. Een integere premier die de zondag altijd begint met het nuttigen van een zachtgekookt ei.