René Appel, Noodzakelijk kwaad

Achter de nieuwbouwfaçades

René Appel

Noodzakelijk kwaad

Uitg. Bert Bakker, 268 blz., € 16,95

In een buitenwijk van een provinciestad zit een vrouw te lezen, zij kijkt uit het raam en noteert in een schriftje gedachten en woorden die zij interessant vindt. Franka is een hedendaagse Madame Bovary, ontevreden over de saaiheid van haar leven met een man die haar weinig zegt. Ze is romantisch aangelegd en droomt van avonturen en overspelige liefde. Net als Flauberts depressieve heldin geeft ze te veel geld uit aan kleren en brengt hiermee haar man Menno in moeilijkheden. Menno werkt hard met zijn partner Wouter om hun bouw bedrijf uit te breiden en het zijn vrouw naar de zin te maken. Omdat hij haar wil verrassen met een sauna en een vakantie in Australië sjoemelt hij met rekeningen en neemt hij zwart geld aan. Partner Wouter heeft twee kinderen en lijdt onder de sleur van een huwelijk waar hij al lang op uitgekeken is.

In een café zit Danny, een lesbo punker die in een kraakpand woont met een paar marginalen en voor de kick spullen jat en proletarisch winkelt. Zij werkt in de coffeeshop van een kleine crimineel. Beide werelden, die van de lesbo punker en die van de hedendaagse Madame Bovary, lijken hermetisch van elkaar gescheiden. Kleinburgerlijkheid, gesappel om geld en zorgen om de kinderen enerzijds, en het vrije losbandige leven van seks, drugs en rock ’n’ roll anderzijds. Maar de lijn die het burgerlijke bestaan van de criminaliteit scheidt is dun, de grens kan gemakkelijk overschreden worden. Het zijn bij René Appel vooral gewone mensen die met bizarre gebeurtenissen worden geconfronteerd. De gewoonheid van de bewoners van vriendelijk uitziende huisjes in nieuwbouwwijken is slechts een oppervlakkig laagje. Ook zij worden verteerd door geheime verlangens en smachten naar broeierige liefde. En geld is altijd weer de motor die de mogelijkheid lijkt te bieden om hun dromen te verwerkelijken. Met Noodzakelijk kwaad bewijst Appel opnieuw de grootmeester te zijn van wat Rinus Ferdinandusse «de simpele, kalme gruwel van de doorzonwoningmisdaad» heeft genoemd.

In René Appels psychologische thrillers zijn mensen niet wie zij lijken. Menno en zijn partner blijken de eigenaren van het kraakpand te zijn. Danny’s huisgenoot sterft aan een overdosis en de levens van de personages raken plotseling onlosmakelijk met elkaar verbonden. We ontdekken dat huisvrouw Franka een verhouding heeft met haar mans partner, die zijn vrouw voor haar wil verlaten. Danny ontmoet Franka’s opstandige tienerdochter toevallig en ze worden verliefd. De dochter wordt mishandeld door haar hardwerkende en overspannen vader Menno. Nadat hij ’s nachts in zijn huis door een pistoolschot om het leven is gekomen, worden geheimen geleidelijk ontsluierd. Geweld en moord zijn, net als in de werkelijkheid, vooral het gevolg van gespannen familieverhoudingen en de hartstochtelijke haat die kan oplaaien tussen een man en een vrouw, een vader en een zoon, een dochter en haar vader. In het gezin zelf, lijkt René Appel te willen zeggen, liggen de wortels van het kwaad, dat onontkoombaar moet losbarsten volgens de wetten van een onderliggende, nooit uitgesproken noodzakelijkheid.

In Appels vorige roman Zinloos geweld, waarvoor hij de Gouden Strop ontving, vermoordde een vader de zoon die hij nooit had gekend en die onder valse voorwendsels zijn leven was binnengedrongen. Ook in Noodzakelijk kwaad is de plot rond de relaties tussen ouders en kinderen geconstrueerd. Het geweld waartoe zijn personages noodgedwongen hun toevlucht nemen, is zinloos en tegelijk noodzakelijk. Gedreven door emoties en niet onderkende frustraties worden zij onvermijdelijk naar een climax van haat en boosaardigheid gedreven. Vooral daarin zit de suspense van Appels thrillers: hij laat zien hoe mensen door toevalligheden in situaties geraken die zij niet meer controleren en hoe eenvoudig het dan is om de grens over te gaan waardoor «gewone mensen» in misdadigers veranderen. De spanning wordt voelbaar gemaakt door de bijna ondraaglijke gespannenheid van zijn personages. Tegenhangers zijn de ook nu weer aanwezige, onnavolgbare, zij het niet altijd even doortastend opererende handhavers van de wet Mulder en Clemencia.

De saaie burgerlijkheid van de wereld waarin Appels personages leven, verhult slecht de haatgevoelens die het familieleven vaak kenmerken. Zijn twee laatste thrillers, die elkaar op dit punt perfect aanvullen, geven André Gide’s woedende kreet «Familles, je vous hais!» nieuwe betekenis. De huiskamer is de onveiligste plek op aarde, want daar zijn daders en daar vallen slachtoffers. Geen politieman, geen Hotze Mulder ter wereld die daar iets aan kan veranderen.