Achter het stuur

Arme minister Donner. Hij moest zich weer verantwoorden voor de uitspraak die hij vijf jaar geleden heeft gedaan. ‘Als tweederde van alle Nederlanders morgen de sharia zou willen invoeren, dan moet die mogelijkheid toch bestaan?’ Dat zei hij toen in een interview met Vrij Nederland. Jammer genoeg is hem toen niet de volgende voor de hand liggende vraag gesteld. Hoeveel engelen gaan er op de punt van een naald? Misschien had hij daarop ook wel een voorwaardelijk antwoord geweten. Nu kwam de kwestie weer aan de orde in het debat over zijn op zichzelf nuchtere en redelijke integratienota. Het was een zinloos zijspoor. Nederland wordt niet geïslamiseerd, overspelige vrouwen zullen hier nooit worden gestenigd en ik voorspel dat zonder tussenkomst van de PVV binnen een generatie alle hoofddoekjes verdwenen zijn. Of we dan in het ideale Nederland van Henk en Ingrid met de gewenste Leitkultur zullen wonen, is een andere vraag.
De veronderstelling van Donner was antihistorisch, tegen de overwegende lijn in de ontwikkeling van de mondiale cultuur. Die was ook toen al in grote delen van de wereld duidelijk zichtbaar. Het Westen heeft zijn overwinning in de Koude Oorlog te danken aan zijn ostentatief zichtbare combinatie van vrijheid en welvaart. Zo wilden de volken in het sovjetblok ook leven. De dictatoriale regeringen in de Arabische landen met de dwingende versie van de islam hebben zich lang tegen deze politieke en vooral culturele infiltratie weten te verschansen. Met een schijnbaar succes. Osama bin Laden noemde de mensen uit het Westen de kruisvaarders, alsof we hier nog in de tijd van Godfried van Bouljon leefden. Op het omslag van Time verscheen de foto van het Afghaanse meisje met de afgesneden neus. We zijn nog steeds in oorlog met fundamentalisten, islamisten, jihadisten. Hun terroristische voorhoede probeert met geweld ons openbare leven te verstoren. Dat is de ene kant van de werkelijkheid.
Maar terwijl we ons tegen deze vijand verweren, hebben we een ander aspect van de krachtmeting onderschat. Het Westen is rijk aan onweerstaanbare attracties. Vrijheid en welvaart zijn niet simpelweg de kwaliteiten van het eigentijdse goede leven maar de noodzakelijke voorwaarden om zich het bestaan van zijn voorkeur te verwerven. Vrijheid van meningsuiting, naar de kerk gaan, het vlees van een kosjer geslachte koe eten, werk en vrije tijd hebben, het hoort er allemaal bij. Maar in de loop van ongeveer de afgelopen halve eeuw hebben we in het Westen een aantal langzamerhand onmisbare extra’s ontwikkeld, bij elkaar een nieuwe fase van de beschaving die we het consumentisme noemen. En nu blijkt dat de aantrekkingskracht daarvan ook voor de Arabische wereld onweerstaanbaar is.
Welke wending de 'Arabische lente’ ook zal nemen, deze ontwikkeling is onomkeerbaar. Oudere generaties legden zich bij de dictatuur neer. Ze wisten niet beter. De jongeren zijn eerst bereikt door de televisie. Al Jazeera probeert de CNN van de Arabische wereld te zijn. En toen kwam internet met betrekkelijk recent de sociale media, Twitter en Facebook en Google in het Arabisch. De jongeren ontdekten de nieuwe, ongecensureerde bronnen van kennis. Dat moet een openbaring zijn geweest. In de oorlog werden we blootgesteld aan de leugenpropaganda van de nazi’s. Het tegengif, de waarheid, kwam via de Engelse radio. Dat was geen verrassing; we wisten dat we voorgelogen werden. De opkomende generaties in de Arabische landen hebben via internet een nieuwe wereld ontdekt waarvan ze het bestaan niet voor mogelijk hadden gehouden. De wereld van vrijheid en consumentisme.
Hoe lang is dat geleden? Een jaar of vijf, misschien tien. Het vergt tijd voor de gevolgen zichtbaar worden. In Tunesië en Egypte hebben zich onomkeerbare revoluties voltrokken. In Syrië en Libië vechten de dictators hoe dan ook een verloren strijd. En nu komen uit Saoedi-Arabië, oude vriend en olieleverancier van het Westen, de eerste tekenen van onrust. Het zijn niet de jongeren die vrijheid, werk en democratie willen maar de vrouwen die het recht eisen een auto te besturen. Krachtens een aantal fatwa’s mogen ze dat niet, maar vorige maand heeft de 32-jarige Manal al-Sherif een video van zichzelf op internet gezet waarin ze achter het stuur zit. Natuurlijk heeft ze bijval gekregen. Op YouTube verschijnen meer van die filmpjes. Misschien is de revolutionaire beweging hier achter het stuur begonnen.
Saoedi-Arabië is naar westerse maatstaven gemeten structureel ook een achterlijk land, dictatoriaal bestuurd en met een grote jeugdwerkloosheid. Koning Abdoellah heeft met allerlei maatregelen, onder meer op het gebied van de huisvesting en sociale programma’s geprobeerd de broeiende onrust te bedwingen. Maar het is niet voldoende. Hier zijn het de vrouwen die de lont hebben aangestoken. 'Start je motor’, wordt er getwitterd. 'Aan het stuur!’ Zo kan het kennelijk ook beginnen. Maar de koning is nog altijd een grote vriend van het Westen, dankzij de olie. De revolutie daar gaat ons nog grote problemen bezorgen.