Sylvain Ephimenco

Achteraf

Ik heb er zes jaar op moeten wachten, maar eindelijk heeft Wim Kok een zin geproduceerd die me zal bijblijven. Tot nu toe was de premier vooral deskundig in verbaal holisme. Zo deskundig zelfs dat ik zijn woorden al was vergeten voordat hij zijn eerste zin had geformuleerd. Maar nu het pluimpje. Kok reageerde op het rapport van de commissie-Bakker die de politieke besluitvorming onderzocht rond het zenden van vredesmissies naar conflictgebieden. Volgens die commissie moet Nederland en vooral de Kamer voortaan alle risico’s tot in de kleinste details wikken en wegen alvorens onze jongens op oorlogspad te sturen. In zijn commentaar was Wim Kok magistraal, helder en buitengewoon scherp: «De wereld kan niet altijd wachten tot ook Nederland de laatste onzekerheid heeft geëlimineerd.» Treffend! Als ik premier was geweest, had ik mezelf de luxe gepermitteerd een tweede zin eraan toe te voegen: «Hoewel Nederland in beginsel veel kundiger is in het wegne men van onzekerheden dan in het elimineren van etnische zuive raars.»

Waar Nederland ook goed in blijkt te zijn, is het evalueren. Door middel van rapporten, bijzondere commissies, hoorzittingen of parlementaire enquêtes. Nederland, de kampioen van de maakbaarheid en de overregulering, wordt snel een schlemiel wanneer het onder druk moet presteren. Improviseren en snelle besluiten nemen in tijden van acute crisis zijn ware nachtmerries in het koninkrijk der draaiboeken. Daarom ook worden Italiaanse journalisten die niet volgens draaiboeken filmen in elkaar geslagen en in paniek naar politiecellen afgevoerd.

Het probleem is dat rampen, rellen en oorlogen zich zelden aan voorschriften en draaiboeken houden. Maar kalm blijven: na de zondvloed komt natuurlijk de zee. Een zee van tijd om te evalueren. Achteraf kun je in dikke verslagen altijd vaststellen dat een vliegtuig beter in een meer dan op een flat had kunnen vallen en dat je een militaire eenheid beter naar de Costa del Sol dan naar Srebrenica had kunnen sturen. Er zijn zelfs voorstellen voor parlementaire onderzoeken over oude en niet opgehelderde disfuncties van de democratie. Waarom heeft er op 1 februari 1953 in Zeeland een storm gewoed, of hoe kon het zijn dat de nazi-invasie niet op de Maasbrug hoek Boompjes tot stilstand is gebracht?

Maar nu, vijf jaar na dato, stelt een commissie vast dat je vredesmissies beter niet naar oorlogsgebieden kunt sturen als je van tevoren kunt vaststellen dat er in het gebied daadwerkelijk een oor log gaande is. Vredesmissies zouden uitsluitend naar vredige oorden moeten worden gezonden. Blijft over een logische conclusie: als men niemand naar Srebrenica had gestuurd, was er in Nederland geen schandaal geweest en waren er geen evaluatie, onderzoeken en rapporten nodig geweest. De plaatselijke bevolking was door de Serviërs weliswaar hoe dan ook uitgemoord, maar niet in aanwezigheid van Nederlandse soldaten.

Maar nu het toch is gebeurd, schreeuwt natuurlijk iedereen om een parlementaire enquête. Waarom? Het Dutchbat-debacle is uiteindelijk het resultaat van een internationale afgang. Het meest zichtbare topje van de ijsberg van onverschilligheid en politiek cynisme. Wat je Dutchbat wel kunt verwijten is de amorele houding van de officieren na de nederlaag. De afkeer van de Nederlandse militairen voor de armzalige Moslims, hun bewondering voor de gedisciplineerde Servische moordenaars, de lafheid van geüniformeerde pianisten, de collaboratie met de beulen en het zuipfeest achteraf. Maar daar kan geen hoorzitting tegenop omdat er geen parlementaire enquête over moraal en ethiek, lafheid en moed kan worden gehouden. Het onderwerp is voer voor antroposofen en niet voor kamerleden.