Achterafwijsheid

Zullen de VVD, het CDA en de PvdA na volgende verkiezingen nog van betekenis zijn? Of heeft de PVV het politieke landschap dan nóg ingrijpender veranderd?

ZAL DE BEËDIGING van het kabinet-Rutte-Verhagen in de toekomst een historische gebeurtenis blijken te zijn geweest? En in welk opzicht dan? Alleen het vertrek - na acht jaar - van CDA-politicus Jan Peter Balkenende is voor dat predicaat ‘historisch’ niet voldoende. Ook dat er na bijna honderd jaar voor het eerst weer een liberale minister-president is, is daarvoor niet genoeg.
Beide gegevens spelen echter wel een rol bij het gevoelen dat de beëdiging, deze week, van VVD-leider Mark Rutte een bijzondere gebeurtenis is. Dat gevoel wordt echter vooral ingegeven door de manier waarop dit kabinet tot stand is gekomen, doordat het een minderheidskabinet is dat bestaat bij de gratie van de gedoogsteun van de PVV, door de heftige emoties én beargumenteerde kritiek die dat laatste losmaakt en door de polarisatie die dat met zich meebrengt in politiek en samenleving.
Meer dan bij andere kabinetswisselingen is het aantreden van het kabinet van VVD en CDA daarom spannend. Meer dan anders is er het besef dat Nederland en de politiek op een kruispunt staan en is de vraag relevant hoe de richting die is gekozen zal uitpakken. Critici als de CDA'ers Ab Klink en Ernst Hirsch Ballin maken zich zorgen om de toon van Geert Wilders en zijn fractiegenoten tegenover moslims en voorspellen dat door hun grote invloed te geven op het regeringsbeleid dit aan de samenleving gaat vreten. Zij zijn bang dat discrimineren en uitsluiten salonfähig worden.
Anderen beweren juist dat door de PVV in het centrum van de invloed te trekken Wilders en de zijnen niet langer vanaf de zijlijn lekker kunnen aanschoppen tegen alles wat gezag vertegenwoordigt en door hen honend elite wordt genoemd. Dat ze daardoor zullen moeten inbinden en zich moeten aanpassen. Dat de PVV zelf salonfähig wordt.
Critici als Klink vinden dat de intentie achter een streng immigratie- en integratiebeleid ertoe doet: dat het uitmaakt of de overheid eropuit is perspectief te bieden aan nieuwkomers of die wil uitsluiten. Anderen beweren juist dat het niet belangrijk is of het aangekondigde strenge toelatingsbeleid de startkansen van immigranten moet vergroten dan wel hun instroom moet verkleinen. Of je nu het eerste of het tweede beoogt, voor beide heb je strengere regels nodig, redeneren zij.
Critici binnen het CDA, maar ook - al is het dan in veel geringere mate - binnen de VVD, vinden dat hun partij niet met Wilders in zee moet gaan, omdat het ook slecht is voor de partijen zelf. 'Nu lopen ook de laatste CDA-kiezers nog weg’, is een veel gehoord angstbeeld bij de christen-democraten. Hun tegenstanders redeneren juist andersom. Door als CDA ondanks de grote nederlaag toch in het kabinet te gaan zitten en door de PVV invloed te geven, kan deze partij niet vanuit de oppositiebanken schieten op de liberalen en christen-democraten bij de voor Wilders belangrijke onderwerpen immigratie, integratie en veiligheid. Wilders had de VVD in een kabinet van welke andere samenstelling dan ook nog eens flink bestookt op sociaal-economische onderwerpen. VVD'ers en PVV'ers denken daar vaak volstrekt anders over. Dat verklaart waarom het regeerakkoord op deze punten een hoog compromisgehalte heeft, waaruit eveneens de grote invloed van de PVV blijkt.
Wie van deze twee groepen gelijk krijgt - samenwerken met de PVV is goed dan wel slecht voor de eigen partij - is niet onbelangrijk. Niet alleen de toekomst van de eigen partij hangt ervan af, maar eigenlijk die van de drie middenpartijen zoals Nederland die traditioneel kende, de drie partijen die onderling altijd uitmaakten wie er in de regering zaten: de confessionelen, de sociaal-democraten en de liberalen. Zullen deze drie volkspartijen na volgende verkiezingen nog van betekenis zijn of heeft de PVV het politieke landschap dan nóg ingrijpender veranderd? En krijgt Nederland dan een politiek landschap waarin steeds nieuwe personen met eigen bewegingen opstaan of is er sprake van een herschikking die leidt tot nieuwe, stabiele middenpartijen?
Het alibi om met de PVV in zee te gaan mag voor Rutte en Verhagen dan het veel gebezigde argument zijn dat ze de anderhalf miljoen PVV-kiezers niet kunnen negeren, de verzwegen reden is dat ze hopen met het handen schudden met Wilders, het inzetten op een streng immigratiebeleid en het getamboereer op veiligheid de PVV klein te houden en zelf (nog) groter te worden. De naam 'overlevingskabinet’ zou daarom niet misstaan.
Ook de sociaal-democraten zouden wel eens afhankelijk kunnen zijn van het welslagen van het nieuwe kabinet op dit punt. Dat klinkt tegenstrijdig, maar ook de PVDA kan er baat bij hebben als de PVV door de VVD en het CDA de wind uit de zeilen wordt genomen. Een snelle val van dit kabinet, waarop veel critici hopen, zou wel eens niet in het voordeel van Job Cohen en de zijnen kunnen zijn, of van de andere oppositiepartijen. Want als het de PVV zou lukken dat mislukken dan toe te schrijven aan wat Wilders 'oude politiek’ noemt, zal het de onvrede over de 'Haagse kliek’ bij (potentiële) Wilders-stemmers kunnen vergroten.
De geschiedenis zal uitwijzen hoe de toekomst eruit gaat zien. Die toekomst en hoe de geschiedenis over het kabinet-Rutte-Verhagen zal oordelen, heeft Rutte mede in handen gelegd van mensen die hij vertrouwt, zoals de voormalige informateurs Ivo Opstelten en Uri Rosenthal. Verhagen heeft daarnaast ook strategisch gekozen. Zo wordt Gerd Leers niet alleen minister van Immigratie en Asiel omdat hij klare taal niet schuwt, maar ook omdat hij de weggelopen Limburgse kiezer moet teruglokken.
Dat ook vrouwen en minderheden zich in een kabinet moeten kunnen herkennen, doet er even niet toe. Alsof ook dat een door Wilders zo vermaledijde linkse hobby is. Achteraf zal blijken of het allemaal wijsheid was.