Achterlatenschap

In zijn Kleine encyclopedie schetst Herman Vuijsje nieuwe inzichten over Nederland aan de hand van neologismen. Deze week: achterlatenschap. We moeten een Advocaat van het Nageslacht benoemen, voor mensen die nog niet bestaan.

Wie zijn kinderen als erfenis niets dan schulden nalaat, kan op verachting rekenen. Je hoeft zo’n nalatenschap ook niet te accepteren. Als er schulden zijn, kun je de erfenis weigeren of ‘beneficiair aanvaarden’: alleen als er na betaling van schulden iets overblijft.

De meeste ouders kijken wel uit. Ze tillen hun vader- en moederliefde over het graf heen en zorgen dat er wat overblijft. Maar hoe zit het eigenlijk met de erfenis die we niet alleen onze eigen kinderen nalaten, maar alle kinderen op aarde? En hun nakomelingen? De wereld die zij beërven, hebben ze maar te aanvaarden.

In sommige opzichten gaat het goed; kijk bijvoorbeeld naar ons uitgebreide stelsel van waterbeheersing. Een werk van onze voorouders dat wij voortzetten, zoals ook onze nakomelingen dat zullen doen. Nederland boven water houden is een gemeenschappelijk belang dat generaties verenigt. Het kost geld en inspanning, maar dan heb je ook wat, zowel voor hedendaagse als voor toekomstige generaties.

Op milieugebied ontbreekt die belangenverstrengeling. Daar geldt dat het lot van onze nakomelingen vervlochten is met het onze, maar het onze niet met dat van hen. Om hun leefomgeving leefbaar te houden, moeten wij in eigen vlees snijden, maar een direct eigenbelang dat ons daartoe aanzet, ontbreekt. De pay-off komt immers pas als wij er niet meer zijn.

New York Times-columnist Thomas Friedman beschuldigde in 2013 de babyboomers van potverteren. Hun kinderen en kleinkinderen mogen een generatie subsidiëren die beter af was dan zij, waarna ze diep in de schulden worden achtergelaten: ‘Sorry, kids, we ate it all.’ De Tsjechische econoom Tomás Sedlácek preciseerde dat we verslaafd zijn geraakt aan met schulden gefinancierde consumptie. En schuld is ‘geld dat energie uit de toekomst zuigt’.

Zijn we dan zo slecht? Je kunt ook zeggen dat we kortzichtig zijn, in de letterlijke zin. Het is niets nieuws dat mensen hun omgeving manipuleren om zich energiebronnen te verschaffen. Onze voorouders hebben bossen gekapt, steenkool gedolven en turf gestoken en dat allemaal opgestookt. Maar nooit eerder beschikte de mensheid over de technologische mogelijkheden om de globale ecologie blijvend en onomkeerbaar te verstoren.

Dat geldt niet alleen voor de reikwijdte van die effecten, maar ook voor de duur ervan. Broeikasgassen blijven honderden jaren aanwezig in de atmosfeer en duizenden jaren in de oceanen. Daardoor blijft de zeespiegel nog eeuwenlang stijgen. Ook onze verre kindskinderen krijgen dus te maken met onze ‘achterlatenschap’: de wereld die wij achterlaten.

‘Ik heb jonge kinderen’, zei Pieter Korteweg, ex-thesaurier-generaal, in 2013 in Het Parool. ‘We zadelen een nieuwe generatie op met problemen die nog heel lang zullen voortduren. Dat vind ik het meest tragische. Die generatie is zich nog nergens van bewust.’

Of maken we ons schuldig aan zelfoverschatting als we onze nakomelingen afschilderen als sukkels die niet in staat zullen zijn zélf oplossingen te verzinnen? Zulke stemmen gaan vooral op in de Verenigde Staten: de Amerikaanse terughoudendheid op het gebied van bindende milieumaatregelen wordt wel teruggevoerd op de oude pioniersgeest en het vertrouwen op eigen kracht.

Het is een drogreden, want als het om onze eigen nalatenschap gaat, kennen we die terughoudendheid niet. Als opa en oma geld storten in een studiefonds voor hun kleinkind weten ze niet of dat nodig zal zijn. Ze nemen het zekere voor het onzekere. Maar als het gaat om het lot van álle kinderen ontbreekt die bereidheid. We kennen – in Nederland – geen pendant in een collectieve voorziening ten gunste van onze gezamenlijke nakomelingen, bijvoorbeeld in de vorm van een toekomstfonds, gevuld uit de aardgasbaten.

In zijn boek Reason in a Dark Time stelt de Amerikaanse filosoof Dale Jamieson de vraag of we met betrekking tot toekomstige generaties niet even behoedzaam zouden moeten zijn als voor onze eigen kleinkinderen. Zijn we ook op milieugebied niet verplicht uit te gaan van het minst gunstige scenario?

Zelfbedwang ten behoeve van toekomstige generaties is een lakmoesproef voor moraliteit en verantwoordelijkheidsbesef; andere incentives zijn er immers niet. Misschien moesten we in navolging van de Ombudsman en de Kinderombudsman een functionaris benoemen die opkomt voor onze nakomelingen. Een Advocaat van het Nageslacht, die gangbare beleidsuitgangspunten bestookt met incorrecte vragen over de effecten op lange termijn. Geef hem een onafhankelijke positie en de uitdrukkelijke opdracht lak te hebben aan gevestigde ideologieën en politieke opportuniteit.

De AvhN komt op voor mensen die er nog niet zijn en moet dus bij uitstek níet de ‘wil van het volk’ vertolken. Hij moet de politiek niet ‘dichter bij de mensen’ willen brengen, maar juist verder af! De ‘kloof tussen burger en politiek’ niet overbruggen, maar zo nodig verbreden en verdiepen! De AvhN opereert per definitie zonder last of ruggespraak en is immuun voor referendumpopulisme.

Zo kunnen we in ons systeem van politieke checks and balances ook diegenen een stem geven die geconfronteerd zullen worden met onze achterlatenschap zonder de mogelijkheid die te weigeren.