Toneel

Achteruitkijkspiegel

Toneel: Elementarteilchen door Schauspielhaus Zürich in het Holland Festival. Regie: Johan Simons

Wonderlijk om in korte tijd drie toneelversies te zien van de ge ruchtmakende roman Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq. Anderhalf jaar geleden zag ik de versie van Frank Castorf bij zijn Berlijnse Volksbühne: hilarisch, flauw, in een stijl die ze in Berlijn tegenwoordig wegzetten als Wende-Kabarett. Typisch zo’n afrekening in het milieu van wat in Duitsland de generatie van de achtundsechziger heet, de babyboomers die rond 1968 het imaginaire strand onder het plaveisel ontdekten en (volgens velen) alles op een verkeerde manier op z’n kop zetten, een generatie waartegen Houellebecq zich in zijn roman genadeloos afzet.

Johan Doesburg bracht het afgelopen seizoen bij het Nationale Toneel een theatrale, essayistische, troostrijke versie van de roman. Nu presenteert het Holland Festival Johan Simons’ voorstelling Elementarteilchen, in juni 2004 gemaakt voor het Schau spielhaus Zürich, in de nadagen van het intendantschap van Chris toph Marthaler aldaar. De voorstelling was geselecteerd voor het Berlijnse Theatertreffen van mei jongstleden, en wordt vanaf komend seizoen opgenomen in het repertoire van de Münchner Kammerspiele.

Ik zag Elementarteilchen een maand geleden in Berlijn, in een klassieke lijsttoneelzaal. Een deel van het publiek zit op een tribune op het podium, de rest gewoon in de zaal. Tussen toneel en zaal is boven op de parterrestoelen een licht golvende vloer gebouwd. Alsof de vertelling zich afspeelt op het met golfplaten bedekte dak van een onbestemde ruimte, een on bewoond huis, een ontvolkte we reld. Het zaallicht blijft de volle twee uur aan. De vijf figuren uit de vertelling komen op met de bevroren glimlach van een barbiepopje op hun gezicht. De toon is meteen gezet. Zo’n gelukzaligheid kan niet bestaan. Daar zit een geschiedenis aan vast. Al vrij snel wordt die geschiedenis ontrafeld. Letterlijk. De rafels hangen er nog aan. Dit zijn mensenkinderen die uit een hel komen en nu, in wat zíj voor een hemel houden, hun eigen geschiedenis gaan herbeleven.

Het is de geschiedenis van de tweelingbroers Bruno (André Jung) en Michel (Robert Hunger-Bühler). Kort samengevat leeft Bruno in de droom van ongeremde, ongebreidelde seks zonder voortplanting. De lichtelijk weirde wetenschapper, bioloog en gentechnoloog Michel is de visionair van de voortplanting zonder seks. Ze zijn allebei behoorlijk de weg kwijt. Schuld daaraan heeft vooral moeder Janine (Chris Nietveld), die al sinds 1968 niet meer spoort, er op los leefde en haar zoons verwaarloosde. Aan haar sterfbed zijn de commentaren van de zoons op een niet mis te verstane wijze droog en nuchter. Michel: «Ze wou jong blijven, dat is het eigenlijk.» Bruno: «Ze was een slons, ze heeft haar dood verdiend.» Even lijkt het met de twee ontspoorde jongens goed te komen, als ze vallen voor wat de vrouw van hun beider leven lijkt: Bruno voor Christiane (Sylvane Krappatsch), Michel voor Annabelle (Yvon Jansen). Kanker maakt aan die al enigszins onwelriekende idylles een wreed eind.

De voorstelling is een choreografie van treurige dwaallichten, een kwintet van berustend door hun trieste levensgeschiedenissen dansende eenlingen die in het hervertellen van hun verhaal troost en poëzie zoeken. De bewerking van Tom Blokdijk en Koen Tachelet, met ondersteuning van Christoph Marthalers dramaturg Stephanie Carp, is wonderlijk effectief, raak – ook in de zin van rakend. Geen decor, het dansante van de mise-en-scène krijgt op die golvende vloer ook iets onhandigs, de hele onderneming ademt de melancholie van terugkijken op een rauw verleden waarin werkelijk niets vrolijks te beleven viel. Als de overjarige hippiemoeder van Chris Nietveld op Ruby Tuesday van de Stones helemaal uit haar dak gaat, terwijl haar jongens wanhopig toekijken, trekt er een huiver van kruin tot tenen.

Holland Festival, 21 t/m 23 juni, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. www.hollandfestival.nl