Movies that Matter: ‘Exit: Leaving Extremism Behind’

Achtervolgd door je verleden

Angela was voorheen een militante witte nationalist. Filmstill uit Exit: Leaving Extremism Behind © Movies that Matter

De Noorse filmmaker Karen Winther spreekt met extremisten die tot inkeer kwamen. Om de giftige aantrekkingskracht van gewelddadige ideologieën te achterhalen, maar ook om in het reine te komen met haar eigen verleden.

Als Manuel wordt geïnterviewd op een niet nader te noemen station ergens in Oost-Duitsland wil hij zo gedraaid staan dat hij het perron in de gaten kan houden. Je weet maar nooit wie er uit de trein stapt. Drie maanden geleden werd hij aangevallen door neonazi’s, vertelt hij, ze sloegen de voortanden uit zijn mond. Sindsdien slaapt hij slecht, hij is nerveus, maakt zich zorgen over zijn babydochtertje. ‘Ik steek nog een sigaretje op hoor’, zegt hij. ‘Even tot rust komen.’

Vroeger noemden ze Manuel Het Pistool. Dat was in de periode dat hij zich liet fotograferen met een gasmasker op, de rechterarm gestrekt in de lucht, in zijn linkerhand een foto van Adolf Hitler en op de achtergrond een zwarte vlag met een Keltisch kruis. Als jongen van dertien had hij zich aangesloten bij neonazi’s en al snel was hij uitgegroeid tot de leider van een paramilitaire groepering. Hij was ervan overtuigd dat hij zijn land verdedigde tegen ‘parasitaire’ indringers.

Manuel is een van de mensen die hun verhaal doen in de documentaire Exit: Leaving Extremism Behind van de Noorse regisseur Karen Winther. Het zijn mensen die ooit volledig opgingen in radicale en gewelddadige bewegingen, maar het extremistische gedachtegoed inmiddels hebben afgezworen. Winther kan er zelf over meepraten: ze was lange tijd een actieve rechtsextremist. Als puber werd ze aangetrokken door duisternis en gevaar, vertelt ze in het begin van de film, en wat is er nu duisterder en gevaarlijker dan de verboden symboliek van de nazi’s? Ze opent een kartonnen doos vol met propaganda waar ze als tiener zo in de ban van was: stickers met hakenkruizen, T-shirts met opdruk van de Ku Klux Klan en cd’s met titels als White Pride, White World. ‘Het is moeilijk om nu te begrijpen wat hier ooit zo aantrekkelijk aan was’, zegt ze.

24 maart is er een De Groene-filmmiddag op het Movies that Matter Festival in Den Haag met de vertoning van Welcome to Sodom en Exit.
Kaarten zijn verkrijgbaar via Movies That Matter

Om die giftige aantrekkingskracht te doorgronden gaat Winther op zoek naar mensen met soortgelijke ervaringen. Die mensen komen niet enkel uit de rechtse hoek. Ze reist naar Frankrijk om te praten met een ex-jihadist van de Groupe Islamique Armé, de groepering die in de jaren negentig een reeks bomaanslagen pleegde in Parijs en Lyon. Ze spreekt een Deen die lid was van de antifa en het geweld niet schuwde om het fascistische gevaar af te stoppen.

Ondanks de uiteenlopende ideologische overtuigingen vertonen de psychologische motieven opvallende gelijkenissen: het verlangen naar een hechte groep met gedeelde overtuigingen, woede tegen de gevestigde orde of de zoektocht van een buitenbeentje naar een surrogaatfamilie. Het kan verklaren waarom Winther vóór haar fascistische fase haar heil zocht bij de antifa’s: de stap van het ene extremistische kamp naar het andere is kleiner dan je misschien zou denken.

Voor Winther is het maken van deze film ook onderdeel van een persoonlijk verwerkingsproces – daar doet ze niet geheimzinnig over en dat is wat de documentaire ook zo aangrijpend maakt. ‘Eindelijk iemand die het begrijpt’, zucht ze als ze in de Verenigde Staten Angela ontmoet, een vrouw met rood haar die vroeger een militante witte nationalist was en nu gekleed gaat in een Bob Marley-shirt en werkt voor de organisatie Life after Hate.

‘Geloof je dat iedereen een extremist kan worden?’ vraagt Winther als ze samen een wandeling maken.

‘Ja’, zegt Angela. ‘Onder bepaalde omstandigheden.’

‘Dus je denkt niet dat er iets vreemds aan ons is?’

‘Nee. Want werd je lid van de extremistische beweging omdat je je aangetrokken voelde tot de opvattingen? Of speelden er andere dingen in je leven?’

‘Andere dingen’, zegt Winther beslist.

De buren fluisteren over Manuels dochtertje: ‘Dat arme kind wordt opgevoed door een nazi’

Al haar gesprekspartners kunnen een moment aanwijzen waarop ze tot inkeer zijn gekomen, of in ieder geval een moment waarop ze aan hun overtuigingen, die ze tot dan toe voor een absolute waarheid hielden, begonnen te betwijfelen. Winther herinnert zich een reisje naar Nedersaksen waar ze een naziconcert zou bezoeken, hoe opgewonden ze was om eindelijk de beruchte Duitse neonazi’s te ontmoeten. Maar toen ze eenmaal in de concertzaal stond en duizend skinheads uit volle borst nazislogans begonnen te scanderen liepen de rillingen haar over de rug. Stel je voor dat deze mensen aan de macht komen, dacht ze. ‘Dat was het moment dat ik wist dat ik de beweging moest verlaten.’

Voor Manuel kwam dat moment in de gevangenis, nadat hij veroordeeld was voor afpersing, mishandeling en brandstichting. Hij kreeg ruzie met een medegevangene, omdat die een joint rookte en dat was in Manuels ogen ‘Amerikaans’ en ‘asociaal’ gedrag. Het mondde uit in een knokpartij en Manuel dreigde in elkaar getimmerd te worden totdat twee Turkse gevangenen hem te hulp schoten. ‘Vernederend’, vond hij dat. ‘Dat twee “dieren” een mens moesten redden.’ Want zo zag hij hen: als ‘Untermenschen’, als ‘apen’. Het incident bracht hem zo van zijn stuk dat hij contact opnam met Exit Germany, de organisatie die hem hielp om uit de extreem-rechtse kringen te treden.

Voor een buitenstaander klinkt het haast onvoorstelbaar dat je kunt geloven dat mensen met een andere huidskleur onmenselijk zijn totdat je met ze in aanraking komt. Toch ging het ook zo bij Angela. In de gevangenis raakte ze bevriend met zwarte vrouwen en begon ze in te zien dat er helemaal geen samenzwering bestaat om het blanke ras uit te roeien. ‘In plaats van haat of woede te tonen behandelden ze me met vriendelijkheid en compassie. They rehumanised me.’

Het sluit aan bij de analyse die journalist Eli Saslow maakt in het vorig jaar verschenen boek Rising Out of Hatred, over een jongen die zich wist te ontworstelen aan het extreem-rechtse milieu waarin hij opgroeide. Er waren twee groepen die de jongen hielpen om tot inkeer te komen: de campusactivisten die hem het leven zuur maakten omdat ze zijn denkbeelden verafschuwden, maar ook zijn studiegenoten die, ondanks hun afschuw van zijn denkbeelden, het gesprek aangingen en appelleerden aan zijn menselijkheid.

Dat er de laatste jaren een hoop media-aandacht is voor extremisme – en dan met name voor de radicaal rechtse variant – is begrijpelijk. In de Verenigde Staten is een president aan de macht die kan rekenen op de steun van voormalig Ku Klux Klan-leider David Duke en ook in Nederland sijpelt extreem-rechtse terminologie door in het publieke debat. Dat is precies het zorgwekkende: het extremistische gedachtegoed lijkt stukje bij beetje uit de taboesfeer te treden. Natuurlijk, bijna iedereen was geschokt door de swastika-vlaggen op de Unite the Right-rally in Charlottesville, maar ondertussen mochten zelfverklaarde ‘rasrealisten’ op televisie vertellen dat ze dromen van een ‘etno-staat’: een land waar alleen maar witte mensen mogen wonen.

In Europa roert zich een Identitaire Beweging van ogenschijnlijk keurige jongemannen met hippe kapsels en getrimde baardjes die oproepen tot een ‘reconquista’ en zichzelf beschouwen als de frontsoldaten tegen de islamisering van het continent. Zij krijgen, al dan niet expliciet, ruggensteun van radicaal rechtse populisten en zijn het onderwerp van journalistieke reportages, omdat ze het ongenoegen zouden vertolken dat leeft onder een groot deel van de bevolking – zij het in wat ongepolijste bewoordingen. Niet demoniseren, maar luisteren, lijkt daarbij het devies.

Het is niet per se dat zulke producties de extremistische ideologie direct vergoelijken, maar het blijft ingewikkeld wanneer een journalist afhankelijk is van hoofdpersonen wier ideeën hij verfoeit en tegelijkertijd wil doorgronden. Hoofdpersonen die er bovendien baat bij hebben om zich onschuldiger voor te doen dan ze zijn en waarschijnlijk niet snel het achterste van hun tong laten zien.

Dat was bijvoorbeeld goed zichtbaar bij Golden Dawn Girls, een documentaire over de Griekse Gouden Dageraad, waarin een van de leden voor de camera volhoudt dat hij heus geen neonazi is; de ‘Sieg Heil’-tattoo heeft hij gewoon laten zetten omdat hij de gotische letters zo mooi vond. Of bij de aflevering van vpro’s Tegenlicht over de ‘Identitairen’ in Duitsland, die een beeld van een adelaar op hun hoofdkwartier hadden staan, waar verder geen diepere betekenis achter mocht worden gezocht.

Wat dat betreft geeft Winthers film een rijker inzicht in de extremistische kringen, al was het maar omdat zij geen last heeft van dat soort obstakels. Zij hoeft niet door maskers heen te prikken, omdat haar hoofdpersonen die zelf al hebben af gedaan. Ze spreekt mensen die als geen ander weten hoe het eraan toe gaat in de beweging die ze de rug hebben toegekeerd en bereid zijn om een onthullend inkijkje te geven. Het levert openhartige en schrijnende gesprekken op, waarin één vraag telkens terugkeert: hoe lang word je als voormalig extremist achtervolgd door je verleden?

Achtervolgd door de schandvlek die zich niet zo makkelijk laat uitwissen, waardoor mensen in een nieuwe omgeving je blijven herinneren aan een periode in je leven die je het liefst wil vergeten. Manuel hoort de buren wel fluisteren over zijn dochtertje: ‘Dat arme kind wordt opgevoed door een nazi.’ Achtervolgd ook door je voormalige ‘vrienden’ die vijanden werden op het moment dat je de beweging verliet en je, zoals in het geval van Manuel, blijven opjagen en intimideren.

Maar bovenal achtervolgd door je eigen geweten, want wanneer kun je jezelf weer in de spiegel aankijken?

Manuel weet dat hij dingen heeft gedaan waarmee hij nooit in het reine kan komen. Halverwege de film vertelt hij in gruwelijke details hoe hij als achttienjarige jongen een zwangere vrouw in elkaar schopte. Sindsdien kan hij mensen letterlijk niet meer in de ogen kijken. ‘Ik zal mezelf nooit kunnen vergeven.’ Misschien is dat waarom hij zijn dochtertje nu zo oneindig veel liefde en aandacht wil geven, denkt hij terwijl hij een nieuwe sigaret opsteekt. Omdat hij hoopt dat zíj hem wel zal vergeven. En omdat hij voor zichzelf wil bewijzen dat hij geen slecht mens is.