© KRO-NCRV

Op Netflix is de derde reeks van Undercover begonnen, die bovenmodale Vlaamse misdaadserie met sterke Nederlandse acteursinbreng. In de eerste aflevering een verrassing: naast Ferry Bouman (Frank Lammers, bijna schmierend, maar toch top) en diens ex Daniëlle (Elise Schaap – verbluffende prima donna van de eerste reeks) verscheen daar, als Turkse drugsmadam, Nazmiye Oral. En ik besefte weer hoe belangrijk de criminaliteit, afdeling drugs, van nieuwe Nederlanders voor de werkgelegenheid van brave acteurs uit die groepen is geweest. Natuurlijk hadden/hebben ‘wij’ na de Holleeder-clan, ook Klaas Bruinsma en al wie model hebben gestaan voor de fictieve polderpersonages in Penoza en ander ‘wit’ misdaadwerk, maar alleen al Mocro maffia (gruwelijk en deprimerend maar razend knap) vereiste het razendsnel ‘inclusief’ maken van de kaartenbakken van castingbureaus. Ook al omdat er überhaupt meer drama, en zeker meer misdaaddrama, wordt gemaakt dan in vroeger tijden. ‘Elk nadeel hep se voordeel’, zullen we maar zeggen, want wat heeft het lang geduurd eer Nederlands drama zelfs maar een klein beetje afspiegeling werd van straatbeeld en bevolkingssamenstelling. Van Otto Sterman en Gerda Havertong naar Werner Kolf en Jenny Mijnhijmer (Jenny wie? Daarover straks) was het een lange weg. Ooit waren Hakim Traïda (Sesamstraat) en Maryam Hassouni (de verrukkelijke Dunya van de verrukkelijke Desi) het Arabisch acteersegmentje tot een uitbarsting van speeltalent, Arabisch en Berbers, maar ook Turks en Koerdisch, Antilliaans en Surinaams, het landschap veranderde. Deels in het kielzog van criminaliteit en politiek/religieus extremisme, deels godlof in niet-identiteitsafhankelijke rollen. Langzamerhand is afkomst of huidskleur op de planken en voor de camera niet meer uitsluitend bepalend voor de rollen die je krijgt. We hebben er gewoon een lading goede acteurs bij, deels als zodanig opgeleid, deels langs de weg van de praktijk. Dat laatste geldt trouwens ook voor witte meisjes en jongens die gecast werden voor een kinder- of jongerenserie. Natuurtalenten. En dus ook voor ‘kinderen van kleur’: Hicham Outalab in Mimoun (van Tallulah Schwab, regie en Cecilie Levy, scenario). Of Jashayra Oehlers in Afua (van Sia Hermanides, regie en Ilse Ott, scenario).

Aanleiding tot deze altijd linke kleurenpraat (want terwijl je zegt dat identiteit er minder toe zou moeten doen vestig je automatisch de aandacht op acteurs ‘van kleur’ als zijnde ‘van kleur’ en dus zijnde ‘bijzonder’) zijn twee nieuwe dramaprojecten: Zina (KRO-NCRV) en Nood (BNNVARA). Van het achtdelige Zina kreeg ik maar één aflevering te zien, maar ik ben behoorlijk gecharmeerd van deze bijna all-Moroccan serie, waarvoor een compleet blik Maghreb-actrices is opengetrokken (nou ja, de meesten zijn uiteraard geboren en getogen tussen Dokkum en Vaals, maar dan wel met hun benen in twee werelden, culturen, talen). Plus een paar van mannelijke kunne. De scherpslijper zal nu zeggen dat er best één of meer blonde meiden een pruik en een Marokkaanse feestjurk aan hadden kunnen trekken en in keelklakkend bruiloftgejubel hadden mogen uitbarsten (als Pierre Bokma Othello mag spelen en Kenneth Herdigein Jago, dan zou dat toch ook interessant kleurenblind heten?), maar voorlopig lijkt het me vooral prijzenswaard dat deze arena en deze dames zijn gekozen. Jonge vrouwen, daar draait het vooral om, die uiteraard ook van doen hebben met moeders en tantes, wat nog wel eens wil wringen. ‘Prijzenswaard’ verraadt misschien ouderwetse politieke correctheid, van voor de tijd dat dat begrip gekaapt werd door Wilders, Baudet en hun onwelriekende aanhang. Maar als het dat louter was, had ik dit niet geschreven. Die eerste aflevering van Zina is gewoon uitstekend geschreven, gespeeld, geregisseerd. En heeft uitgesproken comedy-trekjes. Geweldig bijvoorbeeld die inderdaad blauwogige meid, tot de Islam bekeerd en bedoekt, die de bruid komt gelukwensen, maar het niet kan laten om haar ‘zusters’ te wijzen op een aantal ‘haram’-foutjes. Waarop ze hem buitengewoon volks voor haar kiezen krijgt van een van de goedopgeleide vriendinnen. (Wat ik herken van mijn hbo-onderwijstijd: donkerharige, bruinogige, jonge, intelligente, felle, desnoods eventjes plat-Mokumse meiden – stil maar, er waren ook bedeesde.) Leuk ook de overleggen over wie wat in welke kleur aantrekt en de verwarring over plotse wijzigingen daarin. Maar Zina is tegelijk meer dan comedy – en niet alleen omdat een tragedie de ontwikkelingen in gang zet: onder de vele vrolijkheid ligt ernst die van doen heeft met de condition féminine in het algemeen en die van vrouwen in en tussen twee culturen in het bijzonder. Vlijmscherp feelgood-drama noemt de omroep het. Ik hoop dat ze dat blijven waarmaken. Het spelplezier spat ervan af, dat zeker wel, en je denkt te voelen dat het feestelijk moet zijn om een keertje vooral ‘onder en met elkaar’ te spelen en filmen. (‘Foei’.) De cast mag overwegend ‘Marokkaans’ zijn (de namen van de vriendinnenkring: Soumaya Ahouaoui; Asma El Mouden; Jouman Fattal; Dunya Khayame; en zus Sofia Yousfi), de crew is gemengd. Het idee voor de serie komt van Daria Bukvic en Fadua El Akchaoui, makers van onder meer theatervoorstelling Melk en dadels.

Een week eerder begint iets totaal anders: Nood, twaalf korte tv-spelen van verschillende auteurs, alle gesitueerd op de 112-meldkamer. Vier telefonisten (‘centralisten’) werken er en per aflevering doet een van hen het hoofdgesprek, waarbij soms een collega betrokken wordt. Het is een sterk uitgangspunt: elke keer staat er meteen iets op het spel, vaak zelfs leven of dood; en altijd is er tijdsdruk. De vier worden gespeeld door, in alfabetische volgorde, Mohammed Elouardani, Melody Klaver, Jenny Mijnhijmer en Joris Smit. Hier dus de ‘vanzelfsprekend gemengde variant’. Zoals ook de bellers naar het noodnummer uit alle geledingen komen. Ik beperk me hier tot aflevering 1, Afspraak is afspraak. Waarin een jonge vrouw 112 belt omdat haar vader bewegingloos op de grond ligt. Complicatie is dat er af en toe een schreeuwende mannenstem tussendoor te horen is. Centralist Joyce maakt zich niet alleen professioneel zorgen om de toestand van vader (ze heeft de ambulance opgeroepen), maar ook om de veiligheid van de vrouw vanwege die agressieve derde op de plek des onheils. Alles blijkt anders te zitten dan zij (en wij) denkt/denken. Het draait uiteindelijk om al dan niet reanimeren. Het verhaal zit ingenieus, misschien iets te gekunsteld, in elkaar. Maar ik ben vooral onder de indruk van Joyce, oftewel Jenny Mijnhijmer. Werkelijk alles klopt, wat ze zegt en doet en hoe ze dat doet. Als geconcentreerde, rustig blijvende vakvrouw, als relatief jonge Surinaamse oma. Glansrol zonder enig uiterlijk vertoon. Als je ooit dat verdomde nummer moet bellen hoop je dat je Joyce aan de lijn krijgt. Het bizarre is dat ik haar naam wel ken van de kunst- en tv-wereld, en haar zelfs soms ontmoette rond activiteiten voor wijlen het Mediafonds, maar dat ik haar niet kende als actrice, wat ze al heel lang ook is. Ook, want ze heeft een indrukwekkend cv met legio beleidsfuncties in de kunstenwereld, terwijl ze ook nog scenarist en docent is. Enfin, blij verrast door een onbekende kant van een verre bekende. Maar doen die Surinaamse roots ertoe? Tegelijk niets en een heleboel. Het palet is rijker geworden.

En verder dienen BNNVARA en KRO-NCRV geprezen te worden voor kansen en leerschool voor scenaristen die ze hiermee bieden. Functies die bedreigd worden bij dreigende opheffing van het NPO Fonds.

Serie-ontwerp Willem Bosch en Robert Kievit; Joram Lürsen (regie), Helen Dalessi (scenario),* Afspraak is afspraak, eerste aflevering van Nood, *BNNVARA, 12 delen vanaf dinsdag 30 november, NPO 1, 21.50 uur. Andere scenaristen: Rifka Lodeizen, Benja Bruijning, Nadia Hüpscher, Aaron van Valen, Amira Duynhouwer, Fadua El Akchaoui, Jop Esmeijer, Douwe Nagelmaker, Ilse Ott, Esther Duysker

Michael Middelkoop (regie); Willem Bosch, Dunya Khayame, Fadua El Akchaoui, Manju Reijmer (scenario),* Zina, *KRO-NCRV, 8 delen vanaf dinsdag 7 december, NPO3, 21.20 uur