Toneel

Acteurs als reisgidsen

Toneel: ’t Barre Land speelt De familie Schroffenstein van Heinrich von Kleist

Heinrich Wilhelm von Kleist (1777-1811) heeft acht toneelstukken geschreven. Eén tekst heeft hij verbrand. Drie stukken zijn tijdens zijn leven in première gegaan, hij was er zelf nooit bij. Von Kleist heeft trouwens nooit een toneeltekst van eigen hand uitgevoerd gezien. Vier teksten hebben tussen de tien en tachtig jaar na zijn dood op een wereldpremière moeten wachten. Hij wilde graag erkenning van zijn romantische Sturm & Drang-tijdgenoten. Die kreeg hij niet. Zijn toneeldebuut, De familie Schroffenstein, ging onlangs, 194 jaar na de zelfmoord van Von Kleist, in Nederland in première, bij het toneelspelerscollectief ’t Barre Land uit Utrecht.

Het «treurspel» lijkt simpel. Een familievete. Twee takken uit de zelfde stam hebben een onmogelijke afspraak gemaakt: als een van de familietakken uitsterft, vervalt het bezit aan de andere tak. Dat is vragen om een vendetta, die er dan ook komt. Twee kinderen uit de onderscheiden takken worden in het geniep verliefd op elkaar. Tijdens de totale oorlog worden de kids per ongeluk door hun beider vaders gedood. Een variant op Romeo en Julia, jazeker! Maar slimmer, griezeliger, door het slot, dat ik hier niet verklap. De toneelspelers van ’t Barre Land hebben zich de fraaie tekst van Von Kleist (geschreven in vijfvoetige jamben) al vertalend, al re peterend (zoals meestal zonder regisseur) eigen proberen te maken. Hun volgeladen toneelbeeld is een speelveld, met een batterij techniek in het centrum en bovenin kwart-gordijntjes aan balken, in de klassieke toneel terminologie «friezen» geheten, die soms schots en scheef zakken. De belichting van boven geeft de gezichten van de spelers een griezelig aanzicht: alsof de personages hun bloedige relaas doen vanuit het dodenrijk.

’t Barre Land toont opnieuw het acteurscollectief dat op de speelvloer permanent aan het uitvinden is wat een weerbarstige materie toneelspelen is. Voor deze troep lijkt dat te zijn: de kunst van het zich stamelend een weg zoeken in een rauw landschap. De acteurs als reisgidsen. Ze aarzelen voor de bergbeklimming begint – opkomen is hier niet: beginnen, maar aarzelen wáár precies te beginnen. De reisgidsen stappen af en toe uit hun rol, maken het publiek deelgenoot van de intensiteit van de zoektocht, de woestheid van het landschap waarin ze reizen, verdwalen. Von Kleist was 26 toen hij De familie Schroffenstein schreef. Hij is stellig schatplichtig aan Shakespeare. Hij verbouwt het slot van diens Romeo en Julia hier met dramaturgisch raffinement. Hij parafraseert soms flarden uit het oeuvre van zijn grote voorbeeld – hoor ik in «De blindheid is in ’t woud, en waanzin wijst de weg» een verre echo van «Tis the times plague, when madmen lead the blind» uit King Lear?

Als ’t Barre Land op dreef is – en de avond dat ik ze bezig zag waren ze dat zeker – dan word je als toeschouwer een geduldig en intelligent kijker én luisteraar. In dit geval ook naar de tragische romanticus Heinrich von Kleist. Is een personage grimmig en boos, dan maakt de toneelspeler van zijn gegrom een gimmick, een mini-act, een toneelspelerscommentaar. Zo loodsen deze reisgidsen je door een onontdekte uithoek van de grote vertelkunst. Het zinloze gezeul over de speelvloer met kabels, stekkers en ongebruikte theatertechnische speel tjes mag wat mij betreft wat minder. De dramaturgische exercities over wát Von Kleist wáár precies mag hebben bedoeld of gewild, kunnen wat mij betreft een tikje minder wijsneuzig. Voor het overige is De familie Schroffenstein een glasheldere toneelavond. Over de zinloosheid van het eeuwig gelijk. Over staatsterreur als gelegitimeerde wraak. Von Kleist had het niet kunnen bedenken.

Hij had het vast mooi gevonden.

De familie Schroffenstein door ’t Barre Land reist op dit moment door Vlaanderen. 28 en 29 april in Rotterdam, 12 en 13 mei in Utrecht