Actie en reactie

Mijn stelling is: Duitsland loopt op sommige punten tien jaar achter op Nederland. Ik geef één voorbeeld.

Medium opheffer 38 2012 film

Toen Thilo Sarrazin van de Sozial­democratische Partei Deutschland (SPD) in 2010 met zijn spraakmakende boek Deutschland schafft sich ab kwam, uitte hij dezelfde kritiek als Paul Scheffer had gedaan met zijn Het multi­culturele drama in het jaar 2000. Sarrazin verwees overigens in zijn boek naar Scheffer. Net als Scheffer werd Sarrazin ook voor racist en fascist en dergelijke uitgemaakt.

In die tijd kenden wij de moord op Pim Fortuyn, de moord op Theo van Gogh, de opkomst, bloei en het vertrek van Ayaan Hirsi Ali en de opkomst en bloei van Geert Wilders.

Op het moment dat ik dit schrijf zegt de Duitse minister van Binnenlandse Zaken dat hij de antimoslimfilm wil verbieden. Hij lijkt daarin op minister Donner die destijds een concert van Madonna had willen verbieden en die na de moord op Theo van Gogh zei dat hij de wet op godslastering wilde aanscherpen.

Die antimoslimfilm is een belabberde film, gemaakt door christelijke Egyptische Kopten, die ik er trouwens van verdenk net zo anti­semitisch te zijn als fundamentalistische moslims. (De maker van de film zei dat hij het geld had gekregen van rijke joden, wat niet waar bleek.) De film brengt tienduizenden moslims op de been die al een Amerikaanse ambassadeur hebben vermoord en iedere dag dreigen dat ze meer slachtoffers zullen maken.

Moet je daarvoor zwichten?

Duitsland wil hiervoor buigen, hier mag Geert Wilders de film rustig op zijn site zetten.

Hoe komt het dat Duitsland zo achterloopt?

Een half jaar geleden was ik in Duitsland en sprak ik met wat acteurs en regisseurs. Het viel me op dat een zaak als vrijheid van menings­uiting geen punt van discussie was; ze vonden ons wat ouderwets omdat wij daar nog over discussieerden. Maar nu moet Duitsland ook over die vrijheid spreken. Is het niet verstandiger om wat te censureren, om zo’n film te verbieden? Dan blijven we met iedereen vriendjes. Zo kreeg Wilders ook weer in de schoenen geschoven dat hij het leven van Nederlanders in gevaar brengt door die film op zijn site te zetten. De vrijheid van meningsuiting kent grenzen: die van het geweld. Duitsland moet zich weer herinneren dat waar je censuur toestaat men uiteindelijk zelf gecensureerd wordt.

Vrijheid kost namelijk strijd – een geweldloze, en je hoeft er niets anders voor te doen dan iets toelaten. Hoe verdorven het product misschien ook is.

Ook opvallend is dat de reactie altijd hetzelfde is, namelijk: men oefent kritiek uit op de vorm (deze film is heel slecht) en dat moet dan het nalaten van een principieel standpunt rechtvaardigen. (Dus zou ik die film nooit op mijn site zetten.)

Dat gebeurde na Submission ook. Allereerst was er niets aan de hand. Er was zelfs belangstelling uit Afghanistan waar Submission, zonder dat het ook maar de geringste aandacht kreeg, werd gedraaid. Maar opeens sloeg de vlam in de pan en was er overal herrie. Submission werd ingezet voor een politiek doel. En toen zei men ook: deze film is zo slecht, het is zeker niet het beste werk van Theo van Gogh en daarom moet hij niet meer worden gedraaid. Wij – de producenten – zwichtten destijds en lieten de film niet zien; het aantal bedreigingen was zo groot dat ook andere mensen, die niets met de film van doen hadden, in gevaar werden gebracht. Met Fitna zag ik hetzelfde gebeuren en nu met die antimoslimfilm is dat ook aan de hand. Inderdaad zijn genoemde films pamfletten en geen cinematografische meester­werken. Het zijn schotschriften, hartenkreten, kwajongensstreken met grote gevolgen. En hoe slecht ook gemaakt – ze moeten zonder zorgen gemaakt en vertoond kunnen worden. Hoe groter het taboe eromheen, hoe groter het negatieve effect.