M.J. Brusseprijs: Tom-Jan Meeus en Geert Mak

Activisme is zo Amerikaans als appeltaart

In hun boeken over Amerika, beide genomineerd voor de M.J. Brusseprijs, schetsen Tom-Jan Meeus en Geert Mak een diep gepolariseerd land dat in een schijnwerkelijkheid leeft.

Geert Mak, Reizen zonder John, € 24,95
gebonden, € 34,95
dwarsligger, € 21,95
e-book, € 19,99

Tom-Jan Meeus, De Grote Amerikashow, € 19,95
e-book, € 13,99

In Amerika is bijna niets wat het lijkt. Rond dit gegeven structureerde oud-Amerika-correspondent Tom-Jan Meeus zijn toepasselijk getitelde boek De grote Amerika-show. ‘Zonder zichtbare tegenzin gaan Amerikanen op in een wereld van imago’s, marketing, spin, manipulatie, reclame en sockpuppets (een valse internetidentiteit die vooral onder jongeren gemeengoed is)’, schrijft Meeus in het eerste hoofdstuk. ‘Ze accepteren dat het gebeurt, het hoort erbij, en het heeft voordelen: als bijna iedereen aan zelfpromotie doet, zijn mensen in het openbaar ook aardig voor elkaar.’

Hoewel geen bundeling van eerder verschenen stukken – dat deed hij in 2009 al met Obama Obama: De beste verhalen van Tom-Jan Meeus – is De grote Amerika-show een echt ­correspondentenboek: het materiaal ervoor is in eerste aanleg verzameld in het kader van Meeus’ werk als NRC-_correspondent (2005-2011) en in een later stadium bewerkt tot het boek dat er nu is. Dit is inherent aan hoe het Amerika-correspondentschap bij een grote krant als _NRC Handelsblad werkt: de correspondent in Washington, in de regel een doorgewinterde journalist die zich in binnen- of buitenland heeft bewezen, is een eenmansoperatie – aangewezen op het nieuws zoals dat via de Amerikaanse media tot hem komt. Er gebeurt iets en de correspondent gaat erop af om zijn lezers van duiding te voorzien. Ruimte en tijd om louter de eigen nieuwsgierigheid te volgen, zijn er nauwelijks.

Gelukkig was Meeus een uitstekende ­correspondent, met een prettige schrijfstijl en een scherp observatievermogen. Die combinatie leidt tot vaak onthutsende verhalen, waarvan me vooral dat over corrupte jeugdrechters in Pennsylvania is bijgebleven. Door minderjarigen krankzinnig hoge gevangenisstraffen op te leggen, soms voor futiele vergrijpen, soms zelfs wanneer schuld nauwelijks bewezen was, ontvingen de rechters smeergeld van lokale gevangenisondernemingen. Hierin komt zoveel samen dat mis is in Amerika: het pleiten voor harde straffen, waarmee politici zich voordoen als tough on crime, het schijnbaar onafwendbare doorgaan met privatiseren van openbare diensten (gevangeniswezen, zorg, onderwijs) en het meedogenloze streven naar eigen gewin, zelfs – of juist – als dit ten koste gaat van de meest kwetsbaren in de samenleving.

Veel aandacht besteedt Meeus aan de polarisatie van het politieke debat, zoals dit in het Amerikaanse parlement en in de media woedt. Vol afgrijzen beschrijft hij hoe de politiek één groot theater is geworden, waarin de twee nationale partijen, Democraten en Republikeinen, het over helemaal niets meer eens lijken te kunnen worden en waar ‘linkse en rechtse media’ elk hun eigen feiten lijken te hebben. Meeus vraagt zich af hoe het zo ver heeft kunnen komen. ‘Waarom is onderlinge argwaan het overheersende sentiment (…) geworden?’ schrijft hij. ‘Hoe moet dit verder, hoe zal dit aflopen, ís er nog een goede afloop mogelijk?’ De antwoorden op die vragen heeft Meeus ook niet, bekent hij, maar hij heeft er ‘wel een paar ideeën over’.

Een van die ideeën is dat het Amerikaanse kiesstelsel radicalisering van de twee partijen in de hand werkt. Zo zijn de grenzen van veel kiesdistricten zo getrokken dat één van de twee partijen er bijna altijd een ruime meerderheid heeft, waardoor vooral de meest betrokken partijleden, die tevens het meest ideologisch zijn, komen stemmen. Dat verleidt kandidaten tot het innemen van radicale standpunten. Iets vergelijkbaars gebeurt tijdens de voorverkiezingen binnen de partijen (‘primaries’). Het lijkt een plausibele verklaring, en een die de mainstream media, van de New York Times tot Fox News, graag opvoeren – ware het niet dat in werkelijkheid alleen de Republikeinse Partij de laatste jaren is geradicaliseerd. De Democratische Partij is hoogstens naar rechts verschoven. Een nadere duiding van de staat van het huidige Amerikaanse conservatisme – dat zo goed als weggevaagd is door wat nog het best te omschrijven is als een ‘radicaal revanchisme’ ter rechterzijde – was dan ook op z’n plaats geweest. Maar in navolging van Amerikaanse mainstream media duidt ook Meeus figuren als Tom Tancredo en Sarah Palin en Tea Party-activisten aan als ‘conservatieven’.

Daarmee lijkt hij bij tijd en wijle mee te gaan in de schijnwerkelijkheid die de Amerikaanse media creëren, een mechanisme dat Meeus overigens zelf scherp analyseert in De grote Amerika-show. Een ander voorbeeld is het gelijkstellen van de Democraten met ‘links’, in een tijd waarin linkse Amerikanen zich nauwelijks vertegenwoordigd voelen door die partij. Ook veelzeggend is de term ‘overheidsactivisme’ die Meeus gebruikt voor Obama’s beleid in zijn eerste twee jaren. Die term is er door rechtse commentatoren stevig ingestampt en zou de reden zijn dat Obama de tussentijdse verkiezingen van 2010 verloor. Maar, werkelijk, wat was dan dit overheidsactivisme van Obama? De redding van de banken met belastinggeld was nog door George W. Bush in gang gezet, zijn economische stimulus bestond voor een aanzienlijk deel uit belastingverlagingen en de hervorming van de gezondheidszorg (‘Obamacare’) was in hoofdlijnen een uitbreiding van het bestaande systeem, dat voornamelijk drijft op private verzekeraars en zorgverleners.

Dat alles is jammer, want voor het overige geeft Meeus een goede beschrijving van de show die Amerika in alle geledingen inderdaad is geworden. Ook omdat hij een relevante vergelijking trekt met Nederland, dat in menig opzicht – cultureel, maar ook politiek – richting Amerika trekt. Vrij overtuigend beschrijft hij hoe Geert Wilders de aanvalstactieken van Amerikaanse rechtse politici – succesvol – heeft gekopieerd. Om vervolgens te concluderen dat ook in Nederland de polarisatie op beide vleugels toeneemt.

Ook Geert Mak stelt vragen over Amerika. In Reizen zonder John gaat hij de Amerikaanse schrijver John Steinbeck achterna, die in 1960 een tocht door Amerika maakte vanuit de oostkust, over het platteland, langs de grote steden, de kleine dorpen, en weer terug naar zijn woonplaats Sag Harbour – ‘op zoek naar het echte Amerika’. Net als Steinbeck onderkent Mak meteen bij aanvang het Don Quichot-element van zijn reis: hij beseft dat de kern van de ­Amerikaanse identiteit zich niet zomaar aan hem zal openbaren.

Hoe dan ook, de opzet van het boek is ideaal voor Mak: hij kan losjes flaneren van het heden naar het turbulente leven van Steinbeck, om vanaf 1960 dieper de Amerikaanse geschiedenis in te duiken.

Al reizende schetst Mak, net als Meeus, een grimmig beeld van Amerika: de grootschalige armoede in het rijkste land ter wereld, de almaar groeiende inkomensongelijkheid, de zwaarlijvigheid van de mensen, de bijna tweeënhalf miljoen Amerikanen die in de gevangenis zitten, het instorten van de infrastructuur, de schijnbare onbestuurbaarheid van het land. Hij wordt er gaandeweg het boek, net als Steinbeck al in 1960 overkwam, niet vrolijker op.

In Detroit gruwelt Mak van de verlaten stadsblokken en de buurten die zo crimineel zijn dat alleen gevluchte Irakezen, gewend aan geweld, er nog winkels durven te bestieren. In het Midwesten hangt hij in hamburgertenten waar men onwaarschijnlijke hoeveelheden vet voer naar binnen schroeft. Hij luistert er naar de verhalen van boeren die ermee opgehouden zijn omdat ze werden uitgeknepen door grote agrarische bedrijven. Vroeger was alles beter: kon een vader in Steinbecks jaren nog eenvoudig een gezin met meerdere kinderen onderhouden, in 2010 hebben beide ouders verschillende banen – en nog moeite om rond te komen. Dit alles wordt versterkt door de moedeloosheid en berusting van de Amerikanen die Mak onderweg spreekt: zo is het nu eenmaal, er is niets aan te doen. Om in een adem door te verkondigen dat er nog hoop is, dat God een plan voor je heeft, als je maar hard genoeg werkt. En daar is dan opeens weer dat krankzinnige optimisme, dat Amerikanen alleen kunnen opbrengen door zich vast te klampen aan de fantasie – iets dat ook Meeus waarneemt. Dat doen ze in hun eigen leven en dat doen hun leiders op collectief niveau met hun grote woorden over Amerikaanse grootheid. Maar waar de fantasie in Steinbecks tijd nog tot een gevoel van collectieve verbondenheid leidde, leidt ze nu tot verdeeldheid: Amerika is opgedeeld in kleine gemeenschappen die hun eigen fantasie erop nahouden, zo ontdekt Mak al reizende, maar wier sociale bestaan is uitgehold.

Onderwijl prikt Mak door de vele mythes uit de Amerikaanse geschiedenis heen – van de vermeend heldhaftige dood van generaal Custer bij de slag bij Little Bighorn (1876) tot aan het meer algemeen aanvaarde idee van Amerikaans exceptionalisme. Dit houdt het boek onderhoudend, maar toch ontbreekt iets in Maks relaas: de stemmen van jonge mensen. Had Mak, die in 2010 door het land reisde, bijvoorbeeld met studenten op willekeurige universiteiten gesproken, dan had hij geweten dat lang niet alle Amerikanen van plan zijn te berusten. De jonge Amerikaan die bijvoorbeeld wil dat zijn overheid iets aan de absurde co2-uitstoot in het land doet, weet dat hij de straat op moet. Wie een einde wil maken aan de war on drugs, zal zich moeten organiseren. Wie niet langer wil leven binnen een economisch systeem dat drijft op door nodeloze consumptie aangejaagde ‘groei’ zal moeten beginnen bij zijn eigen leven. Dat zie je terug in de food movement, of de milieubeweging, waarin vooral jonge Amerikanen zich bereid tonen te strijden voor verandering.

Amerika heeft een grote activistische traditie, die zich uitstrekt van de Amerikaanse Revolutie tot Occupy Wall Street. Maar in Maks uitgebreide historische uitstapjes in Reizen zonder John lijkt het alsof Teddy Roosevelt eigenhandig de grote monopolies brak en daar geen lange periode van verhit activisme tijdens de Progressive Era aan voorafging. Zoals het ook lijkt alsof er niet tientallen jaren strijd was gevoerd door honderdduizenden activisten in de burgerrechtenbeweging voordat Lyndon Johnson in 1964 eindelijk een einde maakte aan de segregatie door de Civil Rights Act te tekenen. Vrijwel alle grote veranderingen in de Amerikaanse geschiedenis, van de afschaffing van de slavernij tot de terugtrekking uit Vietnam, waren het gevolg van de druk van sociale bewegingen. Toch wordt Martin Luther King Jr. in Reizen zonder John slechts drie keer genoemd. De suffragettes, de activistes die decennia lang voor vrouwenkiesrecht streden, al helemaal niet.

Dat brengt me op wellicht de grootste omissie in beide boeken: het in september 2011 ontsproten Occupy Wall Street. Deze door jonge activisten gedreven sociale beweging, die kritiek levert op nagenoeg alle symptomen in de Amerikaanse samenleving die ook Mak en Meeus bekritiseren, komt in beide boeken domweg niet voor. Dat is, op z’n zachtst gezegd, opmerkelijk voor boeken die pogen het hedendaagse Amerika te verklaren – en die genomineerd zijn voor het beste journalistieke boek van 2012. Of dit de makke is van de auteurs zelf, of van het inflexibele ondernemingsmodel van oude uitgeverijen met hun lange productietijden, is een tweede.


M.J. BRUSSEPRIJS 2013**

Op dinsdag 9 april worden de M.J. Brusseprijs 2013, de prijs voor het beste Nederlandstalige journalistieke boek, en de Lira Correspondentenprijs 2013, de prijs voor de beste freelance buitenlandcorrespondent, uitgereikt. In deze Dichters Denkers worden de vijf genomineerde boeken voor de M.J. Brusseprijs besproken die de jury koos uit 129 inzendingen.

Voorafgaand aan de prijsuitreikingen vindt een debat plaats over buitenlandjournalistiek en de rol van de buitenlandcorrespondent. Wat is de meerwaarde van een correspondent ter plekke? Is er bij de media voldoende ruimte voor goede buitenlandjournalistiek? Na afloop is er een borrel.

U kunt erbij zijn, maar dan moet u zich wel van tevoren aanmelden bij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, dat de bijeenkomst organiseert: fonds@fondsbjp.nl.

Dinsdag 9 april. Desmet Studio’s,

Plantage Middenlaan 4, Amsterdam

Ontvangst vanaf 16.00 uur,

aanvang: 16.30 uur, de toegang is gratis


GEERT MAK
Reizen zonder John
Atlas/Contact, 573 blz., € 24,95

TOM-JAN MEEUS
De grote Amerikashow: Populisme en wantrouwen in een gespleten land
Nieuw Amsterdam, 256 blz., € 19,95