Profiel: Sylvia Kristel

Actrice Sylvia Kristel overleden- Verrukkelijk subversief

In mei 1972 rinkelt de telefoon in het Amsterdamse kantoor van cineast Pim de la Parra.

«Met Pim.»
«Pim de la Parra?»
«Nog steeds.»
«Dáág. Je spreekt met Sylvia Kristel.»
«Sylvia Kristel! Je naam klinkt goed voor een film!»
«Dat vind ik ook. Maar waarom doe je er niets aan? Aan mijn naam. En aan mij. Waarom bel je me niet?
«Kennen we elkaar dan?»
«Je bent toch die filmregisseur… waarom ontdék je me dan niet? Ik ben de beste!»
«Ik heb nog nooit van je gehoord. Maar je naam klinkt me opeens zeer bekend…»

Medium sylviakristel1

Inderdaad, De la Parra heeft niemand minder dan Miss Televizier aan de lijn. In zijn memoires getiteld Prins Pim (1978) blikt hij terug op dat eerste gesprek. Vooral Kristels name dropping («Ik moet je de groeten doen van Alexandra Stewart») is hem bijgebleven. De vorige middag nog zat hij in Cannes te lunchen met collega Wim Verstappen en Alexandra Stewart. Toen repte Stewart nog met geen woord van ene Sylvia Kristel. De la Parra schrijft: «Nog geen twee minuten in mijn leven, of ik meen Sylvia Kristel uit U trecht op een leugen te betrappen.»
Het enthousiaste meisje van twintig jaar slaagt er wel in een afspraak te maken met de regisseur die op dat moment veel succes heeft met zijn Blue Movie. De daaropvolgende zaterdagmiddag staat Sylvia Kristel samen met een vriendin (een «jonge blonde stoot») voor de deur van het kantoor dat De la Parra deelt met zijn collega Wim Verstappen. Binnen kijkt Kristel in het rond en loopt naar het bureau van Verstappen. «Zég, Wim Verstáppen… hoe zit het met jou? Heb jij me geen rol aan te bieden in een van je volgende monsterproducties?» Later zal De la Parra mijmeren: «Ik sta versteld van zoveel fijnzinnige harakiri. Deze Utrechtse, die zich helemaal niet voor ons heeft opgedoft… heeft iets wat ik niet eerder in een Europese vrouw van twintig had gezien. Iets wat ik eigenlijk alleen maar in mezelf herken, en dat ik persoonlijk noem overacted understatement.»
Subtiel toneelspel overheerst ook de tweede ontmoeting tussen de regisseur en het sterretje. Kristel heeft net als bij de eerste ontmoeting een boek van Hugo Claus bij zich. Ze hebben het over van alles en nog wat. Het gesprek wordt zeer openhartig. Volgens De la Parra bekent Kristel dat ze nog nooit een orgasme heeft gehad. Na de ontmoeting kust Kristel de regisseur als ze samen in de auto stappen. «Ze wierp zich als in een stuip over me heen. Maar ze speelde het niet goed, en dat zei ik haar ook. Ze stribbelde niet tegen, maar accepteerde het feit dat déze take een andere keer maar over moest…»

Wat zag Pim de la Parra precies in Sylvia Kristel? Was hij alleen maar verrukt van een beeldschoon jong meisje? Of zag hij haar meteen al voor zijn geestesoog schitteren op het witte doek? Dit laatste lijkt het geval te zijn geweest; de ontmoetingen resulteerden in de ontdekking van de actrice Sylvia Kristel. Ze speelde eerst kleine maar opvallende rolletjes in De la Parra’s Frank & Eva (1973) en in hetzelfde jaar in Naakt over de schutting van Frans Weisz. Toen, in 1974, kroop ze in de huid van Emmanuelle in de gelijknamige softseksfilm van Just Jaeckin. Binnen de kortste keren was ze de internationaal bekende ster van tientallen Emmanuelle-films. Maar even snel verdween de meisjesachtige hartstocht waarmee ze Pim de la Parra had benaderd. Haar carrière werd een aaneenschakeling van filmische flops. Drank, drugs en geld namen bezit van haar leven. En leugens. Wie de kranten, en niet te vergeten «de bladen», naslaat op Sylvia Kristel stuit op een merkwaardige mengeling van feit en fictie, van leugens en halve waarheden, van een verstrengeling tussen het echte leven en een gedroomd bestaan op het witte doek.

Een curieus feit: er bestaat geen enkele Nederlandse biografie van Sylvia Kristel. Dat zegt niet alleen veel over de actrice, maar ook over haar geboorteland. Uit de vele interviews met Kristel blijkt dat ze aan het begin van haar carrière vrolijk heeft meegewerkt aan een fictieve constructie van haar echte leven. In het licht hiervan is het maar de vraag of een schrijver überhaupt in staat zou zijn nu nog «de waarheid» uit het web van verdichtsels te halen. Aan de andere kant was achteloosheid bij de Nederlandse culturele intelligentsia een reden waarom haar levensverhaal nooit is opgetekend. Men vond haar gewoon niet de moeite waard. Immers, ze speelde in waardeloze seksfilms. Ze kon ook niet acteren, was een algemene reactie. Kristel had binnen de kortste keren het imago van een sekspoes zonder hersenen, van een jetsettende mannenverslindster die het Europese continent onveilig maakte. Nee, tussen Sylvia Kristel en Nederland heeft het nooit goed geboterd — zeker niet met dat deel van het land dat begin jaren zeventig nog waarde hechtte aan de een of andere geloofsovertuiging.
De jonge Kristel, dochter van een hotelier, Jean Kristel, rebelleerde al gauw tegen de verstikkende calvinistische omgeving van het Utrechtse gezin. Als kind zou ze eenzaam zijn geweest. In een interview met de Haagsche Post zei ze: «Ik ging met niemand om. Emotioneel achtergebleven noemden ze me. Ik werd naar psychiaters gestuurd. Op een gegeven moment begon ik het leuk te vinden, al die aandacht… je kunt iedereen naar je hand zetten.

Ze belandde in een rooms-katholiek meisjesinternaat. In die tijd begon ze te werken als model en won ze schoonheidswedstrijden. Thuis was beslist geen pretje. Haar ouders gingen scheidden. In 1995 vertelde Kristel aan Het Parool: «Ach, dat huwelijk ging ten onder aan dronkemansgeschal. Nachtenlang achter de bar van ons hotel… Ik kwam thuis van kostschool en er was niemand. De slaapkamerdeur was op slot. Ik was bang dat mijn vader zich had doodgezopen.» Haar relatie met haar vader bleef gespannen tot aan zijn dood. Kort na haar doorbraak met Emmanuelle vertelde Kristel, blijkbaar onder de invloed van drank, tegenover roddeljournalist Henk van der Meyden dat haar vader haar verkracht had. Na een geruchtmakend proces wegens smaad bleek dat Kristel het verhaal had verzonnen. Het was een poging aandacht te zoeken, vertelde ze later.
Toen kwam Hugo Claus in haar leven. En Nederland smulde. Claus was 40, Kristel 22. Ze leerden elkaar kennen toen zij als fotomodel een kamer zocht in Amsterdam. Dat niet alleen — ze ging gericht op zoek naar Claus. Ze adoreerde hem als schrijver en legde briefjes op de trap van zijn huis. Een heftige liefdesverhouding volgde. In 1975 kregen ze een zoon, Arthur. Maar het kind bracht geen stabiliteit. In 1977 vertelde Kristel in Privé dat Claus haar «bont en blauw» sloeg. Toch was zij geen slavin van hem. Integendeel, «hij lag aan mijn voeten». De relatie liep stuk. Haar schuld, bekende Kristel later. «Nu zie ik in dat ik totaal niet voorbereid was op dat plotselinge sterrendom.»

De jaren na Claus waren vernietigend. Kristel belandde in klinieken in Los Angeles, kickte af van de cocaïne, kwam haar drankprobleem te boven dankzij Alcoholisten Anoniem. Maar was het te laat voor het meisje dat zo enthousiast-koketterend kon roepen «ontdek me dan»? Nee. Sylvia Kristel is de laatste twintig jaar ondanks, of misschien dankzij haar stormachtige leven uitgegroeid tot een cult-icoon van de progressieve erotische films van de jaren zeventig. Haar filmische profiel wordt nu bepaald door een boeiende botsing tussen haar Emmanuelle-imago en haar beeld als serieuze actrice. Dit beeld krijgt de laatste drie jaar steeds meer vorm dankzij kleine rolletjes in kwaliteitsfilms. Voor Sylvia Kristel — nu 48 — lijkt er altijd weer de mogelijkheid te zijn van een tweede take.

Een rode jurk, perfect gegoten om haar verouderend lichaam — iets wat behalve Sylvia Kristel misschien slechts Sophia Loren en Sharon Stone zich kunnen veroorloven. En een sigaar als weerbarstig bewijs van haar onverzettelijkheid jegens mannelijke seksuele macht.

Met deze «wapens» tot haar beschikking is de verschijning van Sylvia Kristel in Robbe de Herts nieuwe Willem Elsschot-verfilming Lijmen/Het been verrukkelijk subversief. Luttele minuten is ze in beeld, maar het kleine rolletje is overladen met betekenis. Kristel speelt Jeanne, een kroegbazin die uitgesproken kritisch is over mannelijke immoraliteit in de gedaante van Boorman, Elsschots duivelse hoofdpersonage. Haar zelfverzekerdheid wordt versterkt door de seksuele kracht die zij heeft dankzij de intertekstuele relatie met haar Emmanuelle-films. De patriarchale, sigaarrokende Boorman en de repressieve, seksueel impotente Laarmans, zijn leerling, staan machteloos tegenover de blik van Jeanne.

Eigenlijk is Jeanne de cumulatie van de belangrijkste rollen uit Kristels oeuvre. Niet alleen Emmanuelle, maar ook Alice in Alice ou la dernière fugue (1976, Claude Chabrol), Maria Theresa in The Fifth Musketeer (1979, Ken Annakin) en Connie in Lady Chatterley’s Lover (1981, Just Jaeckin). Het cultureel belang van Kristels Emmanuelle werd pas weer onderstreept toen het Britse filmblad Sight and Sound in augustus een lang artikel wijdde aan Emmanuelle met als titel «The oldest swinger in town». De schrijfster van het stuk concludeert dat de Emmanuelle-films een interessante mengeling zijn van het behoudende en het innovatieve. In de eerste Emmanuelle zien we zowel mannelijke seksuele overheersing als vrouwelijke seksuele bevrijding, vooral in de vorm van lesbische seks en vrouwelijke masturbatie. Dit alles vindt plaats zonder een spoor van geforceerde feministische denkwijzen.

De hele film heeft iets natuurlijks, ook Kristels acteerstijl. Regisseur Wim Verstappen zei ooit dat zij niet in staat was haar dialoog voor te dragen op zeven verschillende manieren, zoals een actrice met een klassieke opleiding. Zeker in het begin van haar carrière wist Sylvia Kristel inderdaad niet anders dan zichzelf te spelen. Dat was misschien het geheim van de wijze waarop ze de kijkers wist te verleiden als Emmanuelle. De vaak gebruikte vergelijking met Brigitte Bardot was trouwens nooit overtuigend. Evenals Nastassja Kinski straalde Kristel in de jaren zeventig eerder onschuld en breekbaarheid uit dan Bardots houding van seksuele speelsheid. In Emmanuelle is Kristels seksualiteit gereserveerd, onzeker, dubbelzinnig. Baanbrekend is de wijze waarop het personage, later in de serie gespeeld door jongere actrices, doorgaans haar eigen seksuele ervaring vooropstelt. Zelfs in de meest «vooruitstrevende» hardpornofilms van nu zijn vrouwen vaak nauwelijks meer dan mannelijke gebruiksobjecten.
Kristels vertolking van Connie in Lady Chatterley’s Lover is in feite een verlenging van haar Emmanuelle-personage. Opnieuw zien we een vrouw die op zoek gaat naar seksueel avontuur. Net als in de Emmanuelle-serie speelt vrouwelijk voyeurisme hier een belangrijke rol. Door te kijken trekt het vrouwelijke personage de macht naar zich toe. In het bos stuit Connie op Mellors die zich wast buiten zijn jachthut. Het mannelijke lichaam is nu het object van vrouwelijke seksuele begeerte, en niet andersom, zoals nog altijd het geval is in de meeste moderne pornofilms.

Het feit dat veel films in Kristels oeuvre slecht zijn gemaakt, neemt niks weg van hun impact op het cultureel bewustzijn. «Emmanuelle» is een begrip geworden. Zonder deze serie zou een erotische Hollywood-film als 9 ½ Weeks met Kim Basinger en Mickey Rourke nooit mogelijk zijn geweest. Bovendien heeft Emmanuelle geleid tot de acceptatie van softporno. Films waarin gesimuleerde seks wordt gecombineerd met actie- of thrillerelementen, zijn uitgegroeid tot een subgenre waarin veel geld valt te verdienen dankzij de onverzadigbare honger van videokijkers en van het medium televisie.
Midden in dit alles staat een onwennige Kristel, alsof zij het allemaal niet zo bedoeld heeft. In haar hele carrière verzuchtte ze keer op keer dat ze in haar nieuwe film alweer «uit de kleren moet». Dit geeft haar iets tragisch, maar welbeschouwd ook iets krachtigs. Dat ze haar lichaam telkens weer moest laten zien, raakt de essentie van het cinematografisch bestaan van de filmster. Camille Paglia schrijft in Sexual Personae (1991) over het belang van de ster in wat zij noemt «de eeuw van Hollywood». Volgens haar is mannelijk voyeurisme de kern van de filmkunst. «Overal wordt de beeldschone vrouw onder een vergrootglas geplaatst, lastiggevallen. Ze is het ultieme symbool van begeerte.» Maar de ongrijpbaarheid van begeerte blijkt uit Kristels scènes in Lijmen/Het been. De blik in haar ogen wanneer ze verschijnt in haar rode jurk, een sigaar rokend, is het enige in de film dat Boormans nooit zou kunnen kopen. Deze blik keert de rollen om — nu wordt de corrupte ziel van Boormans blootgelegd.

Dat je aan Kristel, mannenverslindster of niet, na al deze jaren denkt in termen van een sterke vrouw is te danken aan haar karakter en filmische profiel. Maar ze was wel degelijk de slachtoffer van de roddelpers, louche kopstukken in de filmwereld en haar eigen ambities. Toch was ze modern. Een sterke vrouw die haar lichaam toont op het witte doek is vandaag de dag geen slachtoffer meer. Sylvia Kristel is een naam die goed klinkt voor een film.


Dit artikel is verschenen in De Groene Amsterdammer van 2 december 2000