Buitenland

Actueel

Hollandse deugden bestaan misschien alleen in het diepst van de eigen gedachten. In de echte wereld worden ze al snel gewone Europese zonden. Daar transformeert nuchterheid bijvoorbeeld al snel in een mix van kruidenieren, huichelarij en hoogmoed. Over dat laatste, hoogmoed, schreef Frits Bolkestein in 1976 een toneelstuk. Bekend werd het niet. Voor het dagboek dat hij in 2005 uitbracht geldt hetzelfde. Dat verkocht zeldzaam slecht.

Dagboek van een Eurocommissaris is een bundeling van de aantekeningen die Bolkestein maakte in zijn tijd als Eurocommissaris Interne Markt (1999-2004), in de commissie van Romano Prodi. Het boek staat vol met vileine observaties over andere prima donna’s. Die miniatuurtjes zijn als versieringen bij de momenten van Hollandse onmacht die de rode draad vormen in dit dagboek. ‘Ik begrijp niets van de Italiaanse politiek’, zo moet Bolkestein na enkele maanden in de Commissie-Prodi vaststellen. Toch noteert hij ijverig de wijsheden van de mompelende econoom uit Emilia-Romagna. Prodi vertelt hem bijvoorbeeld: ‘Er zijn twee arrogante volkeren in Europa: de Polen en de Spanjaarden.’ Intussen hoort Bolkestein, die dweept met Giorgio Bassani, van Prodi’s perschef dat hij I Promessi Sposi van Alessandro Manzoni moet lezen. En passant komt de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker langs om hem bij te praten over eurobonds, nu de euro wordt ingevoerd. Bolkestein vindt er niet zoveel van.

De Nederlander registreert vooral de gevolgen van wat hij de ‘big bang’ van de ‘24-uurseconomie’ noemt. Deze is veroorzaakt door de Europese Eenheidsakte van 1985 (waarin de EG-lidstaten zich hadden vastgelegd op de completering van de Interne Markt). De gevolgen krijgen de EU steeds meer in de greep. Ze hebben het Verenigd Koninkrijk dan al naar een ander universum geparachuteerd. ‘Men zegt wel dat de cultuur van een land slechts langzaam verandert, maar dat is in Engeland toch bepaald niet het geval (noch in Korea)’, aldus Bolkestein.

Frits Bolkestein zocht naar Europese oplossingen voor een Nederlands probleem

De context waarin dit zich voltrekt vindt Bolkestein gunstig. Dankzij de kapitaalmarktliberalisatie (gekoppeld aan de introductie van de euro) is de financiële wereld booming. Londen loopt voorop. Logisch. Holland is een goede tweede. Ook logisch. Bolkestein, Shell-man, EU-commissaris, maar vooral VVD’er, ziet dat wat er in de EU van die jaren besloten wordt ‘VVD-beleid’ is. Dat stemt trots. Toch registreert hij ook iets raars. Het Engelse wonder loopt parallel aan een ‘totale verkramping waar het Europa betreft’. Het geeft Bolkestein een pessimistisch en bezorgd gevoel: ‘Het wordt alle hens aan dek, vrees ik, om te bewaren wat we hebben.’ Hij voelt die verantwoordelijkheid. Wat hij kan doen doet hij: zijn landgenoten bijpraten over wat hij ziet, openheid van zaken geven, politiek maken wat politiek hoort te zijn, een openhartig dagboek bijhouden.

Het geeft zijn ongelezen dagboek iets tragisch en iets ironisch. Tragisch, omdat zijn serieuze verslag niet aan zijn land besteed is. Ironisch, omdat zo’n verslag ook aan hem niet besteed zou zijn: hij weet immers zelf al welke Italiaanse literatuur je gelezen moet hebben en hoe Korea in elkaar zit. Maar de tragiek en ironie reiken verder.

Bolkesteins dagboek heeft nauwelijks aan actualiteitswaarde ingeboet. Zijn onmachtige woede over de opschorting van de Europese regels voor begrotingsdiscipline in 2003 is nog onverminderd springlevend in dit land, Prodi’s samenvatting van die regels als ‘stupid’ nog altijd een rode lap. En er is nog meer. Bolkesteins zorgen over de ‘waarde van de Nederlandse pensioenen’ in de eurozone manifesteren zich acuter dan ooit. In de beleving van veel Nederlanders is dit zelfs de meest directe ervaring met ‘Europa’: dreigende afstempeling. Bolkestein zocht naar Europese oplossingen voor dit netelige Nederlandse probleem. Dat vond hij belangrijk, want Nederlands belang.

Dagboek van een Eurocommissaris lag vanaf mei 2005 in de winkel. Het was als een stripact in een leeg zaaltje. Op dat moment was het land in de ban van iets anders: het referendum over de Europese grondwet in juni. De partij van Bolkestein had het toen al jaren over afdrachten aan de EU-begroting (een bijzaak van een bijzaak). Die zouden veel te hoog zijn. En Bolkestein? Die had in diezelfde jaren vrijelijk geappelleerd aan wantrouwen jegens migranten en Zuid-Europeanen. Bolkestein las je niet, die hoorde je. Pleiten voor minder was als het praktiseren van Hollandse deugden, het hoogste goed.