Acute leescrisis

Welke romans moet je als scholier echt gelezen hebben voordat je je diploma haalt? De medewerkers van Dichters & Denkers geven advies.

De meest effectieve manier om een middelbare scholier in een acute leescrisis te storten is misschien wel hem een verplichte leeslijst op te leggen. Dat dit ook voor derdejaars studenten Nederlands kan gelden, merkte ik toen we ze voor een cursus over geletterdheid aan de Universiteit Utrecht vroegen een leesautobiografie te schrijven: welke herinneringen bewaarden ze aan voorlezen, waren ze op de middelbare school fervente lezers gebleven, welk effect had hun studie op hun leesvoorkeuren?

We ontdekten een patroon: ja, ze vonden de colleges over De avonden en Max Havelaar interessant, en ja, ze gingen die werken ervan begrijpen en waarderen, maar om nu te zeggen dat ze canonieke teksten altijd met evenveel plezier lazen, nee. Het punt was dat ze daardoor ook niet snel grepen naar literatuur van eigen smaak en liever Netflix aan zetten.

Wat scholieren en studenten in een cultuur als de onze – waarin dagelijks een strijd wordt gevoerd om onze aandacht en concentratie – idealiter van literatuuronderwijs leren is hoe je überhaupt tot een lezer uitgroeit. Dat literatuur daarbij zelf tot voorbeeld kan dienen, bewijst Altijd Augustus (2017) van Maria Barnas.

Nadat het pubermeisje Augustus op tv heeft gezien hoe De duivelsverzen van Salman Rushdie wordt verbrand, besluit ze een spreekbeurt over de roman te houden. In Augustus’ worsteling met het boek weerspiegelt zich haar worsteling met het leven: ‘Het is, hoe zal ik het zeggen, het meest wonderbaarlijke, soms onbegrijpelijke, kritische en grappige boek dat ik ooit heb gelezen. Mijn vader zegt dat dit boek de wereld heeft veranderd, maar ik wil het vandaag niet over mijn vader hebben, of misschien toch een beetje maar dan meer in het algemeen omdat vaders en vaderfiguren, soms in de rol van iets wat zich voordoet als iets goddelijks, een rol spelen in het boek.’ Barnas laat zien hoe het meisje laveert tussen diepgevoelde identificatie en het besef dat literatuur ook altijd iets zegt over de grote wereld buiten jezelf. Maar het meest herkenbare inzicht in Altijd Augustus is dat niet meteen weten wat je met een boek moet hoort bij een lezend bestaan – en dat dát een groot plezier is.