4 juni 1942 - 7 november 2011

Ad van den Biggelaar

Als directeur van Natuur & Milieu vocht Ad van den Biggelaar voor duurzaamheid. Even was Nederland koploper, maar dat is alweer voorbij.

HELMOND was in de jaren vijftig een smerige fabrieksstad. Hoe smerig, dat zou de latere directeur van Stichting Natuur & Milieu vaak beschrijven. De stad van zijn jeugd werd gedomineerd door textielfabrieken die hun afval ongegeneerd loosden of uitstootten. Als kind zag Ad van den Biggelaar de vissen met hun buik omhoog in de Zuid-Willemsvaart drijven; de zure walm waarin de blauwververij van Vlisco de stad hulde, was zo gewoon voor hem dat hij die niet eens meer rook. Wie van buiten kwam had er meer moeite mee. Tegen een journalist zei Van den Biggelaar eens dat hij als jongetje zag ‘hoe de mensen die met de trein naar hun werk kwamen soms misselijk werden als ze de stad in liepen, en spontaan begonnen te braken’.
Hier had hij een mooi verhaal van kunnen maken, maar dat deed Ad van den Biggelaar niet. Hij was geen natuurbeschermer geworden omdat hij opgroeide in zo'n vieze omgeving. 'Op de een of andere manier ging natuur me aan het hart.’ Zo eenvoudig was het.
Hij groeide op in een gezin met vijf kinderen. Zijn vader was officier in het leger geweest, en dat leek Ad na de hbs ook wel wat. Hij meldde zich aan bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda. En hoewel hij het leger al na drie jaar vaarwel zei, sprak hij er achteraf niet negatief over ('ik heb daar veel geleerd, wat dat is, samen uit, samen thuis, en dat je nooit moet opgeven’). Maar de nadruk lag hem wat te veel op oorlogvoering. 'Een soort vredesmacht, dat was meer mijn idee van een leger.’ Hij kon als voorlichter bij autofabriek Daf aan de slag, in Eindhoven. Auto’s werden in die tijd, halverwege de jaren zestig, nog gezien als een betrekkelijk onschuldige luxe - ook door Van den Biggelaar: 'De notie dat autogebruik tot luchtverontreiniging kon leiden, bestond nauwelijks.’ Er reden ook nog niet genoeg auto’s rond.
Leven en loopbaan van Ad van den Biggelaar weerspiegelen onvermijdelijk ook de tijdgeest. In 1969 werd hij vakbondsman, eerst als voorlichter bij het katholieke NKV en zes jaar later als beleidsmedewerker bij de FNV. Daar ging hij zich op milieuvraagstukken toeleggen, in een wereld die daar inmiddels oog voor had gekregen; Zorgen voor morgen, het eerste alarmerende milieurapport, zag in dat jaar het licht. De overstap naar Stichting Natuur & Milieu in 1988 was toen niet zo groot meer. Van den Biggelaar zou er zestien jaar directeur blijven. 'Bij zijn aantreden trof hij er een stel natuurliefhebbers, hij heeft er een professionele organisatie van gemaakt’, zegt de huidige directiesecretaris van Natuur & Milieu Jan Dirx. 'Het is zijn verdienste dat we nu in Den Haag als serieuze gespreks- en onderhandelingspartner worden gezien.’
Dirx spreekt met veel respect en een grote genegenheid over zijn voormalige baas, net als Thomas van Slobbe die ook onder Van den Biggelaar werkte. Hij is inmiddels directeur van de denktank Stichting wAarde. 'Ad was de meest stimulerende baas die ik ooit heb gehad. Hij gaf je veel ruimte, hij zette geen plafond op mensen, zoals dat heet. En als je een keer een foutje maakte, gaf hij je rugdekking.’ Van Slobbe noemt hem daarnaast een goede sparringpartner. 'Zijn deur stond altijd open, je kon altijd bij hem binnenlopen met een dilemma.’
Volgens Dirx was Van den Biggelaar ook een goede lobbyist, iemand die het politieke handwerk beheerste. 'Hij was een gedreven man met een enorme dossierkennis. En als mensenmens wist hij anderen te inspireren. Een betrekkelijk zeldzame combinatie.’ Van Slobbe karakteriseert Van den Biggelaar als iemand die 'in alles was gericht op duurzaamheid, niet alleen voor het milieu, ook in sociaal opzicht, rechtvaardigheid, maatschappelijke duurzaamheid’.
Een van de grote decepties van zijn werkzame leven was de keuze van het kabinet in 1996 voor een tunnel onder het Groene Hart voor de hogesnelheidslijn (HSL). 'Op basis van goede argumenten had Ad het hele maatschappelijke middenveld, tot de Kamer van Koophandel aan toe, achter zijn voorstel voor een alternatief traject weten te krijgen’, zegt Jan Dirx. Maar het paarse kabinet onder zijn oude FNV-baas Wim Kok ('Voor Wim was milieu nooit een prioriteit’) verkoos anders. Diep teleurgesteld zegde Van den Biggelaar zijn lidmaatschap van de PVDA op.
Als 'belangenbehartiger van duurzaamheid’ vocht Van den Biggelaar vooral tegen een eenzijdige nadruk op economische groei. Of het nu ging om de uitbreiding van Schiphol, de aanleg van de Betuwelijn, het traject voor de HSL, het opboren van aardgas onder de Wadden of het sluiten van kernenergiecentrales: telkens dreigde de zorg voor het milieu het af te leggen tegen het primaat van economie en werkgelegenheid. Van den Biggelaar was daar geenszins op tegen, maar zag economische groei graag gepaard gaan met een duurzaam milieubeleid. Dat dat wat meer zou kosten - niet eens zo gek veel meer - hoorde volgens hem bij investeren in de toekomst.
In zijn jaren bij Natuur & Milieu was Nederland even koploper op het gebied van milieubeleid. Inmiddels heeft ons land weer de reputatie van 'vieze man’ van Europa, een soort Helmond: lucht, bodem en oppervlaktewater zijn hier het meest vervuild. Ook op het gebied van natuurbehoud ziet de toekomst er somber uit; het voorstel van staatssecretaris Henk Bleker voor een nieuwe natuurwet werd door twee hoogleraren die deel uitmaakten van Blekers adviescommissie deze week in de Volkskrant als volgt gekarakteriseerd: 'Flinke bezuinigingen op natuur en ruim baan voor economische ontwikkeling.’
Veel dier- en plantensoorten worden door de nieuwe wet aanzienlijk minder goed beschermd, en zelfs is Bleker bereid de Ecologische Hoofdstructuur los te laten: de verbinding en bescherming van natuurgebieden in het Groene Hart. Bij zijn afscheid van Stichting Natuur & Milieu in 2004 noemde Van den Biggelaar de Ecologische Hoofdstructuur nog als een van de verworvenheden waar hij het meest trots op was.