Muziektheater

Adam in genootschap

HOLLAND FESTIVAL

‘Mijn zuster, dochter, of mijn bruit,
Hoe zal ick u, mijn liefste, noemen?’
De wereld is nog maar net geschapen. Adam kijkt verwonderd rond naar al het leven dat hij ziet in het paradijs dat God voor hem heeft gebouwd. Alles is nieuw voor hem. Maar het meest geniet hij van het samenzijn met zijn metgezellin Eva: ‘Wat valt my uw genootschap zoet!’ In Vondels Lucifer hebben de gevallen engelen het al voorzien: God heeft de mensen iets gegeven wat zij nooit zullen verkrijgen: de liefde van mens tot mens. En ook in het volgende treurspel van Vondel, Adam in ballingschap, is dat het centrale gegeven: Adam heeft Eva aan zijn zijde en zal haar voor geen God en geen paradijs meer willen missen. Daarom eet hij met tegenzin van de verboden vrucht, als zij dreigt hem anders te verlaten. Liever dan haar te verliezen is hij haar deelgenoot in het kwaad. En het is ook hun troost als ze aan het einde uit het paradijs worden verdreven: eerst ruziën ze erover wiens schuld het is dat het zo slecht afloopt, dan realiseren ze zich dat ze tenminste samen zijn en samen de geschiedenis van de mensheid zullen beginnen. Want bij Vondel zijn bijbelse figuren mensen van vlees en bloed, met hun hartstochten, tederheid, angsten, en vooral hun geneigdheid te zwichten voor de eerste de beste verleiding.
Componist Rob Zuidam heeft Vondels prachtige, zingende, maar soms erg langlopige tekst effectief en met inzicht ingedikt om er een opera van te kunnen maken. In de uitvoering die De Nederlandse Opera er op het Holland Festival van geeft is de Eva van sopraan Claron McFadden het stralende middelpunt. Voor haar zou je inderdaad het paradijs willen opgeven. Zij zingt niet alleen prachtig, maar zij is puur in haar verwondering, nieuwsgierigheid en angst. Naast haar lijkt bariton Adam van Thomas Oliemans maar een stijf mannetje dat de hele zondeval passief over zich heen laat komen.
Het Nederlandse theater gaat raar met zijn klassieken om. Tientallen jaren is er nauwelijks Vondel, Breero of Hooft gespeeld, nu zijn vlak na elkaar een blijspel van Hooft en een treurspel van Vondel op muziek gezet. Bij Granida van P.C. Hooft werden op een vernuftige manier oude wijsjes teruggevonden waarop hij zijn teksten geschreven zou kunnen hebben. Voor Adam in ballingschap heeft Zuidam een compositie geschreven vol verwijzingen naar de muziekgeschiedenis. In mijn oren klinkt het erg illustratief en al te springerig, bijna opportunistisch, alsof er geen muzikale lijnen in te vinden zijn, met soms vreemde uitschieters zoals een klompendans voor de wachtengelen en een slang die verleidt met zwoele ballroommuziek.
Ook regisseur Guy Cassiers is hier niet op z’n best. Blikvanger in het toneelbeeld is een enorme zittende menselijke figuur die we op z’n rug zien. Het is een vijftig maal vergroot zittend lijk van een ter dood veroordeelde Chinese jongeman, gevild en wel. Toevallig heeft een Parijse rechtbank het vertonen van die Chinese lichamen net verboden, omdat het een vorm van medeplichtigheid aan moord is. In die zin heeft Guy Cassiers met het tentoonstellen van dit lijk ook deel aan de erfzonde. Gelukkig valt het beeld aan het einde om en zien we alleen nog de kale toneelruimte van de schouwburg. In die leegte mogen Adam en Eva met elkaar onze geschiedenis beginnen.

Adam in ballingschap is t/m 13 juni op het Holland Festival te zien in de Stadsschouwburg van Amsterdam. Het werd op 5 juni live uitgezonden op Radio 4