MENNO HURENKAMP

Adan en Eva

Hirsi Ali heeft een kinderboek geschreven, over een joods meisje en een islamitisch jongetje. Het zou geen kinderboek maar een politiek pamflet zijn. Een boekhandelaar uit Maastricht laat zich zelfs inter-viewen omdat ze weigert het boek te verkopen. Ik heb kinderen, dus ik ben nieuwsgierig. Eerst maar eens het boek in handen krijgen. Dat valt niet mee. De ruim gesorteerde boekhandelaar om de hoek heeft het niet. ‘Dat loopt toch niet.’ Op weg naar de binnenstad van Amsterdam vang ik nog twee keer bot, ‘omdat het een kinderboek is’ en ‘omdat we niet wisten dat het eraan kwam’. Ik vermoed even een politiek correct complot. Maar op de Dam is alles in de aanbieding. Vrouwen, drugs, daar valt een oprui-end kinderboekje toch niet op? Inderdaad verkoopt De Bijenkorf het.
Adan en Eva, door Ayaan Hirsi Ali en Anna Gray. De laatste is een anonieme ‘schrijfster uit Parijs’. Wat haar rol is, blijft onduidelijk. Nou open dat boek. Eerst een plaatje: een meisje met een viool – dat zal het joodse meisje wel zijn. Volgende bladzijde weer een plaatje: een jongen die van de bladzijde loopt – on-getwijfeld de moslim uit deze geschiedenis. Het verhaal kan beginnen. Een jongen, Adan, en een meis-je, Eva, zijn allebei wat eenzaam op school. Ze raken bevriend. Door hun verschillende komaf – hij arm en moslim, zij rijk en joods – leiden de eerste contacten tot verwarring. Dan lopen ze samen weg van huis. Maar ze vallen ook weer fluks in handen van de politie, waarop ze gescheiden worden en de ge-schiedenis uit is.
Zo hier en daar is het boek geestig, wanneer de stiefmoeder van Eva bij haar vriendinnen het wat te dik-ke meisje aankondigt als ‘mijn project’. Maar het is ook slordig. Adan heeft volgens het verhaal nooit geld op zak, maar koopt wel elke lunch een Snickers. Eva wordt in een Saab met chauffeur rondgere-den, terwijl de Amsterdamse nouveau riche nooit een chauffeur in zo’n linksige Saab zou zetten.
Cultureel gezien is het boek helemaal een wonderlijke oefening. Het gemopper in de media gaat tot nu toe over de inmiddels overbekende manier waarop Hirsi Ali moslims neerzet. Maar het grappige van Adan en Eva is dat de joden er ook als een stelletje malloten vanaf komen. Zowel de imam als de rabbi heeft een lange baard, het ouderlijk huis van Adan mag volgepropt zijn met provinciale zeloten, de vrienden van Eva Liebermanns vader zijn bankiers met erg goede politieke contacten en haar stiefmoeder praat de hele dag over geld en uiterlijkheden. De strekking van het boek lijkt: kinderen zijn onschul-dig, moslims zijn boeren en joden zijn patsers.
Dat deugt natuurlijk niet. Maar de vraag is of dit boek zich nu echt zo onderscheidt van andere kinder-boeken. Veel verhalen voor kinderen zijn rommelig opgeschreven en hebben een flinterdunne moraal – niet stelen, niet slaan, een ander kleurtje is helemaal niet erg. Alleen dit boek trekt aandacht omdat Hirsi Ali haar naam eraan verbonden heeft. Het valt niet te verwachten dat kinderen het boek zelf uitlezen. Na twee keer binnen drie bladzijden ‘integratieproject’ gelezen te hebben, gaan ze meestal voetballen. Maar van streek zullen ze er niet van raken, en ze zullen er ook geen vooroordelen opdoen die niet ook al elders in de aanbieding zijn, al was het maar in de sprookjes van Grimm.