Redactie Binnenland: Brazilië

Adelaars van de nacht

P>Beurtelings zijn Groene-redacteuren een aantal weken de gast van een Oegandees dagblad, een Kazachse krant of een weekblad uit Papoea-Nieuw-Guinea. Vanaf de Redactie Binnenland berichten ze over het dagelijks leven ter plekke. Deze week de eerste aflevering rondom het Braziliaanse dagblad O Dia.

In Rio de Janeiro werden verleden jaar 61 duizend mensen vermoord. Doodseskaders, politiek, politie, justitie en drugskartels zijn verantwoordelijk. De krant O Dia doet dagelijks verslag.

RIO DE JANEIRO — Iedere werkdag om zes uur ’s ochtends neemt Ernesto Luarlindo de Silva, senior-politieverslaggever van het dagblad O Dia, met een kopje verse espresso en zijn notitieblokje plaats achter de apparatuur waarmee hij het berichtenverkeer van de diverse politiekorpsen van Rio de Janeiro afluistert. Het glazen hok alwaar Luarlindo zijn werk doet, is het zenuwcentrum van de redactie, wier hoofdkwartier zich bevindt aan de stoffige Rua do Riachuelo in de volksbuurt Fatima, even buiten het centrum van de metropool. O Dia is met driehonderdduizend exemplaren per dag de meest verkochte krant van de staat Rio de Janeiro. Zelfs O Globo, gelieerd aan het machtige tv-station met dezelfde naam, heeft hier het onderspit moeten delven. De populariteit van O Dia is voornamelijk te danken aan de gedetailleerde wijze waarop verslag wordt gedaan van de excessieve criminaliteit in de gewezen Braziliaanse hoofdstad. ‘Vroeger was het nog erger’, aldus Luarlindo, reflecterend op de bijna vijftigjarige geschiedenis van zijn krant. ‘Toen brachten we alleen maar moord en doodslag. Als je de krant uitwrong, droop het bloed eruit. De voorpagina stond vol foto’s van kadavers, allemaal in zwart en wit.’


Tegenwoordig gaat O Dia iets minder rigoureus te werk. Het is een echte krant voor het volk, gedrukt in alle kleuren van de regenboog, met veel aandacht voor voetbal, tv-sterren, samba en seks. Deze zomer maakt de krant veel stampij over tot mislukken gedoemde pogingen van de politie om het geldende verbod op topless zonnen te handhaven op de stranden van Copacabana en Ipanema.


Tegelijkertijd bekritiseert O Dia als geen ander medium het bijzonder hardvochtige economische beleid van president Fernando Henrique Cardoso. Het parlement in de hoofdstad Brasilia is al weken aan het debatteren over de langverwachte verhoging van het wettelijke minimumloon, maar wil vooralsnog niet verder gaan dan honderd dollar per maand (de real, de nationale munteenheid, devalueert zo snel dat niemand meer in die eenheid rekent). ‘Het is onmogelijk te leven van honderd dollar per maand’, zo citeert O Dia met instemming de nieuwe nationale voetbalster Ronaldinho Gaucho, op wiens gouden benen Louis van Gaals FC Barcelona onlangs een bod van maar liefst zestig miljoen dollar uitbracht. In kleine ironische commentaartjes gaat O Dia nog verder: ‘Proudhon zei dat alle eigendom diefstal was. De Braziliaanse elite denkt dat al het openbaar bezit privé-eigendom is.’ Ook tamelijk recent is de aandacht die O Dia met aparte kleurkaternen geeft aan onderwijs, cultuur en computertechnologie.



DE MISDAADVERSLAGGEVING blijft niettemin de kurk waarop de krant drijft. Hoewel de stad volgens velen het ergste heeft gehad — de omslag was de mondiale eco-conferentie van 1992 — mag ook deze zomer de oogst er zijn. Bloedheet Rio bereidt zich al moordend en kidnappend voor op het carnaval, dat van oudsher zorgt voor een piek in de misdaadcurve. In diverse delen van de stad zijn weer de nodige hoeveelheden rottende lijken in achterbakken van auto’s gevonden. Bij een bushalte bij het vliegveld is een Frans toeristenpaartje afgeknald. De nieuwe trend onder de bandieten is om automobilisten te kidnappen en ze te dwingen met hun creditcard of bankpas al hun geld op te nemen. Na elf uur ’s avonds stopt geen automobilist meer voor een rood licht. Maar ook de overvallen op de bussen van het openbaar vervoer, waarbij alle passagiers geld, documenten, juwelen en schoenen moeten inleveren, gaan onverminderd door, terwijl woonhuizen en restaurants ook regelmatig door bendes worden bestormd. In grote volkswijken als Santa Tereza en Rio Comprido weerklinken ’s nachts aanhoudend salvo’s uit pistolen en geweren. Wie in Rio een huis zoekt, let eerst op de ballistische consequenties van de ligging.


Extreem geweld heeft sinds de jaren tachtig epidemische vormen aangenomen in Brazilië. In de grote steden woedt een soort burgeroorlog. Het publiek is erdoor geobsedeerd geraakt. Het best bekeken op tv, afgezien van de nog altijd razend populaire Braziliaanse melodrama’s (novela’s), zijn de dagelijkse misdaadshows, zoals Cidade Alterta, waarin de presentator met overslaande stem zijn verontwaardiging door de ether brult. Het meest verontrustend, zegt O Dia’s chef-redacteur João Baptista de Freitas, is dat ook steeds grotere segmenten van de hevig onder druk staande middenklasse zich in het strijdgewoel mengen. ‘Deze explosie kun je niet meer alleen economisch verklaren’, meent hij. ‘Er is een cultuur van geweld en criminaliteit ontstaan. Het is een manier van leven geworden.’ De bittere stemming van de minzame vijftiger komt wellicht ook voort uit het feit dat hij onlangs voor het eerst zelf is overvallen, en dat op klaarlichte dag in een drukke straat. Het belangrijkste, aldus Baptista, is niet te veel, maar ook niet te weinig geld op zak te hebben: ‘Als je te weinig bij je hebt, schieten ze je ook dood.’


O Dia heeft zich de laatste jaren vooral onderscheiden met onthullingen over de ‘grupos de extermínio’, de gevreesde doodseskaders wier leden vooral moeten worden gezocht in kringen van de Poliçia Militar. Deze gemaskerde huurlingen doen op geheel eigen wijze aan armoedebestrijding. Een paar jaar geleden waren de doodseskaders vooral actief in de toeristencentra. Tegenwoordig opereren ze meer en meer in de periferie van de stad. De grootste slachting tot nu toe vond plaats in de sloppenwijk (favela) Vigário Geral, waar in de nacht van 30 augustus 1993 21 mensen met stenguns om het leven werden gebracht. De actie zou een represaille zijn geweest voor een aanslag op vier leden van de Poliçia Militar, die twee dagen eerder plaatsvond. In verband met de slachting van Vigário Geral werden 33 agenten van de Poliçia Militar aangehouden. Slechts in drie gevallen kwam het tot een veroordeling. Een maand voor de moordpartij bij Vigário Geral opende een groep schutters het vuur op kinderen die lagen te slapen bij de kerk van Candelária, in het centrum van Rio, met acht doden en vele gewonden als resultaat. Als gevolg van deze gebeurtenissen sprak de hele wereld schande van Brazilië. Maar het moorden ging door.



BEGIN DEZE maand presenteerde een speciale onderzoekscommissie van het parlement in Brasilia een rapport waaruit bleek dat doodseskaders van politieagenten en militairen alleen al de afgelopen twee jaar minstens 2500 mensen hebben vermoord, meest straatkinderen. De opdrachtgevers van de esquadras da morte, getooid met barokke namen als de ‘Águias da Noite’ (adelaars van de nacht) of ‘Cavalos corredores’ (dravende paarden), moeten worden gezocht in kringen van de Braziliaanse elite.


O Dia heeft de subcultuur van de doodseskaders altijd minutieus in beeld gebracht. Zo gedetailleerd dat de burgerrechtenorganisatie Centro de Articulação das Populaçoes Marginalizades (Ceap) in 1995 een zwartboek opstelde dat geheel bestond uit artikelen uit O Dia. Het Ceap deed dit namens 162 families wier zonen door toedoen van de politie van Rio als ‘vermist’ stonden genoteerd.


Het vergt enige moed om openlijk tegen de doodseskaders te ageren. Jongste wapenfeit is de moord op João Elílizio Pessoa, een plaatselijke politicus uit Aguas Lindas in het district Goías, veertig kilometer van Brasilia. Pessoa kreeg maandag 7 februari drie kogels door het hoofd, nadat hij een week eerder gedetailleerde onthullingen had gedaan over een doodseskader dat in zijn district operatief zou zijn. Pessoa had tevergeefs aangedrongen op bescherming in het kader van het Programa Federal de Assistência a Vítimas e a Testemunhas Ameaçadas, een recent ingevoerde regeling waarbij bedreigde getuigen staatsbescherming genieten tegen de doodseskaders en de georganiseerde misdaad


Een van de mensen die in Rio de Janeiro het meest openlijk strijden tegen de doodseskaders is de Nederlandse psychiater Nanko van Buuren. Hij is regelmatig op de Braziliaanse tv-journaals te zien, grossierend in onthullingen over de connecties tussen doodseskaders, politiek, politie, justitie en de drugskartels. Hij is algemeen directeur van het Instituto Brasileiro de Inovações em Saúde Social (Ibiss), dat zich ontfermt over het lot van de allerarmsten onder de carioca’s, zoals de inwoners van Rio zichzelf noemen. In Nederland was Van Buuren als ‘anti-psychiater’ actief in het randgroepwerk. Vandaar stamt zijn betrokkenheid met gemarginaliseerde groepen. Twaalf jaar geleden kwam hij naar Rio. Sindsdien is Van Buuren talloze malen beschoten, met uitzetting bedreigd, en heeft hij honderden aan flarden geschoten kinderlijken gezien. Maar dit alles heeft hem er nog steeds niet onder gekregen.


Van Buuren: ‘Toen Ibiss begon, spraken de media er schande van. Ze beschouwden me als een onguur type dat er alleen maar op uit was het imago van Brazilië naar de knoppen te helpen. Maar sinds enkele jaren is er duidelijk sprake van een omslag. Zelfs Tv-Globo vertoont nu onomwonden de door ons aangedragen videofilms. De huidige onderminister van Openbare Veiligheid van de staat Rio, Luiz Eduardo Soares, is zonder meer goed bezig in zijn pogingen het politieapparaat te reorganiseren. Dat dat niet soepel gaat, kan hem niet kwalijk worden genomen. In de jaren van de militaire dictatuur is een staat binnen de staat ontstaan. Het valt niet mee iets te repareren wat zo lang is scheefgegroeid.’



IK TREF VAN BUUREN in de favela van Vigário Geral. Hier wonen dertigduizend mensen op een terrein niet groter dan twaalf hectare. De huizen bestaan meestal uit provisorisch aan elkaar getimmerde planken. Gele koorts, malaria en cholera heersen hier nog hevig. Bijna iedereen is zwart. Een monument bij de ingang van de favela herinnert aan de slachtpartij van 1993. In het plaatselijke cultureel centrum geeft de muziekgroep African Reggae, bestaande uit jongeren uit de favela, een uiterst vitale voorstelling. Vooral het nummer waarin de fatale nacht van het doodseskader wordt gememoreerd, bezorgt kippenvel. De eveneens aanwezige superster Caetano Veloso, nestor van de moderne Braziliaanse muziekscene, toont zich diep geroerd. Hij is ‘peetvader’ van de jongeren van Vigário Geral en wordt net als Nanko van Buuren door hen op handen gedragen. Na het optreden ontstaat zowaar een gezellig oploopje bij een barretje in een van de smalle, modderige straten van de favela. De grimmige realiteit wordt even verdrongen.


In Groot-Rio — de metropool plus gigantische voorsteden, waar in totaal vijftien miljoen mensen wonen — kwamen vorig jaar 61 duizend mensen door geweld om het leven, aldus Van Buuren. Jaarlijks worden zestienhonderd minderjarigen doodgeschoten. De gemiddelde leeftijd van de meeste slachtoffers varieert van veertien tot zeventien jaar, maar er zitten ook zuigelingen tussen. Volgens berekeningen van Ibiss komt 73 procent van deze moorden op het conto van de doodseskaders. In elf procent van de gevallen is er sprake van verdwaalde kogels. Voor de rest zijn de elkaar bestrijdende drugsbendes verantwoordelijk, die voor vier afzonderlijke drugskartels actief zijn en hun ‘soldaten’ vooral rekruteren uit de jeugd van de (zeshonderd) sloppenwijken die kriskras door de metropool verspreid liggen en waar naar schatting twee miljoen carioca’s wonen.


Bijkomende complicatie in het speurwerk naar de doodseskaders is dat zij hun slachtoffers plegen te dumpen op afgelegen plekken rond de stad. Iedereen die zich daar in de buurt waagt kan ook een kogel krijgen. Het team van Ibiss wordt vanwege het werk in de favela’s gedoogd door de oppermachtige drugsbarons en weet zich zo toegang te verschaffen tot deze illegale begraafplaatsen. Verleden week werd nog zo’n massagraf gevonden op een eiland in de baai van Rio. Met een achtkoppig team probeert Van Buuren telkens de identiteit van de slachtoffers en die van de daders te achterhalen. Het moeilijkst is het vinden van getuigen. In Rio heerst ‘o lei do silençio’, de wet van de stilte, die maakt dat zelden iemand bereid is te getuigen over wat ook, uit vrees voor eigen leven. Van Buuren: ‘In 1997 hadden we een unicum: twee mensen waren bereid te getuigen over een moordpartij van de Poliçia Militar. In verband met die zaak zaten twee agenten in hechtenis. In afwachting van de rechtszaak brachten we de getuigen onder in een boerderij buiten de stad. De eerste getuige werd op weg naar de rechtbank doodgeschoten. Hij werd in de kofferbak van een auto gevonden. De tweede kreeg tijdens een bezoek aan zijn moeder een nekschot. Zo was er dus geen zaak meer. Die agenten lachen me nu in mijn gezicht uit.’


Het achterhalen van de identiteit van de opdrachtgevers is nog moeilijker. Het gaat om politici, rechters, ondernemers, politiechefs en drugsbaronnen, broederlijk verenigd in een nietsontziende strijd om het eigenbelang. Harde bewijzen tegen deze individuen vinden is uiterst moeilijk. Toen voorzitter Nascimento van de organisatie voor straatkinderen Movimento Naçional de Meninos e Meninas de Rua een rechter ervan beschuldigde een sturende rol achter de doodseskaders te vervullen, kwam hem dat op een veroordeling vanwege smaad te staan. Van Buuren: ‘Op een politieke ideologie kun je de doodseskaders niet betrappen. Het gaat vooral om geld. Zo worden doodseskaders ingezet door een drugsbaas die van zijn concurrent in de buurt af wil, in ruil voor een forse commissie in de winst. Maar ook bij een slag om een lucratieve opdracht in de bouwsector duiken soms grupos de extermínio op.’


De favela’s van Rio zijn het belangrijkste werkterrein van Ibiss. De organisatie steunt er scholen, medische posten, culturele centra, en probeert ze onder de aandacht van de buitenwereld te brengen. Zo leidde Van Buuren verleden jaar nog Rita Kok rond door Vigário Geral. Ook de Duitse president Herzog was zijn gast. In de favela gelden eigen wetten. Er heerst een militaire hiërarchie die vrijwel geheel is gericht op de belangen van diverse cocaïnekartels. Men treft er elfjarigen met kalasjnikovs aan. Van Buuren heeft er ook AR15’s gezien, lange-afstandswapens die onder meer tijdens de Golfoorlog werden gebruikt. Van Buuren: ‘Zes jaar geleden nam ik een journalist van het Algemeen Dagblad op diens klemmende verzoek mee naar een van de beruchtste favela’s. Eenmaal binnen kwam een lokale drugsbaron, een absolute maniak die King Kong werd genoemd, met zijn mannen bij ons staan. Op een gegeven moment beval King Kong zijn manschappen om op een veldje te gaan voetballen. Een van zijn adjudanten zei daar geen zin in te hebben. Prompt joeg King Kong hem een kogel door de kop, pakte een groot kapmes en onthoofdde hem ter plekke. Toen kregen de anderen de opdracht om met dat hoofd te voetballen. De journalist begon te kotsen. Een verhaal heeft hij er bij mijn weten nooit over geschreven.’


Op de redactie van O Dia toont redacteur Luarlindo een brief van een Italiaans advocatenbureau. Hij wordt uitgenodigd naar Rome te komen om te getuigen in een moordzaak waarover hij heeft bericht. Het proces is op 7 maart. ‘Dat betekent dat ik tijdens het carnaval niet in Rio ben.’ De innig tevreden uitdrukking op het gelaat van de gelouterde veteraan spreekt boekdelen.



Deze serie komt tot stand met steun van het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (Hivos) te Den Haag.