Colm Tóibín, The Testament of Mary

Adem inhouden

Colm Tóibín schreef The Testament of Mary oorspronkelijk als toneelstuk – een monoloog – en breidde het later uit naar de novelle van 112 pagina’s die nu is genomineerd voor de Man Booker Prize. Het betreft, zoals de titel al doet vermoeden, een testament, een getuigenis, van Maria, de moeder van Jezus – de vrouw waar we wel vaak over, maar eigenlijk nooit eens van horen.

Colm Tóibín, The Testament of Mary, Penguin Books

Medium the testament of mary

We treffen Maria aan het einde van haar leven: oud, afgezonderd, ergens in een huis waar de autoriteiten haar niet kunnen vinden. Wie haar wel kunnen vinden zijn twee mannen, evangelisten, die haar soms beurtelings, soms gezamenlijk bezoeken om haar kant van het verhaal op te schrijven. Of beter: haar kant van het verhaal zoals zij die in hun hoofd hebben, want tijd voor trivialiteiten of zaken die niet in het plaatje passen hebben ze allerminst. Zo leren we van Maria dat ze weliswaar bij de kruisiging van haar zoon aanwezig was, maar dat ze niet tot het einde is gebleven; welnee, zegt haar bezoek, je was er wel, natuurlijk was je er wel. Want wat voor moeder laat haar zoon op zo’n moment in de steek?

Maar de Maria van Colm Tóibín is niet de heilige, opofferingsgezinde, onzelfzuchtige vrouw uit de bijbel en de gebeden; ze is een mens, een moeder, iemand die ondanks de wonderlijke zoon die ze afleverde net zulke banale gedachten en gevoelens heeft als de rest van ons. ‘And it was strange too that the fact that my shoes hurt me (…) preyed on my mind sometimes as a distraction from what was really happening’, zegt ze bijvoorbeeld, over die kruisiging die ze eerder verliet dan haar evangelisten willen geloven.

In The Testament of Mary vertelt Maria hoe haar zoon op een goed moment naar de grote stad vertrok; hoe verhalen over zijn daden haar bereikten; hoe ze, op de bruiloft in Kana waar haar zoon water in wijn veranderde, Jezus smeekte om met haar mee naar huis te komen; hoe ze vluchtte voor haar leven toen haar zoon aan het kruis werd genageld. Hoe ze nu leeft, in afwachting van de dood, in afwachting van de slaap die maar niet wil komen, vol van herinneringen, verdriet, en wrok. ‘I remember too much’, zegt ze: ‘I am like the air on a calm day as it holds itself still, letting nothing escape. As the world hold its breath, I keep memory in.’

Maria staat ambivalent tegenover de iemand anders die Jezus werd, en afkeurend tegenover zijn volgelingen

Wat ze zich bijvoorbeeld herinnert: dat er, op die bewuste dag dat haar zoon zou sterven, midden tussen alle verwarring en commotie, een man verscheen met een roofvogel in een te klein kooitje en een zak met levende konijnen, en dat hij die konijnen één voor één in de kooi gooide. Dat de vogel geen honger had, althans niet het soort honger dat eten vereist; dat het beest de buikjes en de ogen van de konijnen kapotbeet, en dat de kooi langzaam gevuld raakte met de lichamen van half dode, ongegeten konijnen die vreemde, krijsende geluiden maakten, ‘twitching with old bursts of life’. In zo’n detail zijn de evangelisten niet geïnteresseerd, maar het doet ertoe voor haar, omdat ze het zag en omdat het zo ging. Ze herinnert zich dat haar schoenen pijn deden, en ze weet ook dat wat haar bezoek gelooft – dat Jezus het resultaat was van onbevlekte ontvangenis – niet klopt: ‘I know what happened.’ Ze weet dat haar blijdschap tijdens de zwangerschap vreemd en bijzonder voelde, dat het tweede hartje dat in haar lijf klopte haar vervulde op een manier die ze zich niet eerder had kunnen voorstellen. En ze weet ook dat ze later leerde dat ‘this is how we all prepare ourselves to give birth and to nurture, that it comes from the body itself and makes its way into the spirit and it does not seem ordinary’. Het lijkt niet gewoon, maar dat is het wel, wil ze maar zeggen: ze is een gewone vrouw die een gewone zoon baarde – en ergens, op een bepaald moment, veranderde hij in iemand anders.

Maria staat ambivalent tegenover de iemand anders die Jezus werd, en ronduit afkeurend tegenover zijn volgelingen. ‘Fools, twitchers, malcontents, stammerers’: dat vindt ze van de mensen die haar zoon omringen en aanbidden. Ze vormen een gemeenschap waarbinnen de mannen domineren en het voedsel opeisen van de vrouwen ‘who scampered in and out of the room like hunched and obedient animals’. Ze heeft ook weinig op met de twee mannen die haar levensverhaal op hun eigen manier willen optekenen – die zich de baas over haar wanen, met haar feiten aan de haal willen gaan. Wat betreft het eeuwige leven waarvoor haar zoon is gestorven: ‘It wasn’t worth it.’ Wat ze zou willen, deze menselijke Maria, is dat zij en haar zoon de dans hadden ontsprongen: ‘I want to be able to imagine that what happened to him will not come, it will see us and decide – not now, not them. And we will be left in peace to grow old.’

Tóibín schetst zijn Maria met liefde en respect: respect, niet voor de vrouw die de zoon van God baarde, maar voor de vrouw die haar zoon verloor aan de onrusten, verlangens, richtingloosheid van zijn tijd. En voor haar kracht – want ze weigert, ondanks haar verdriet en ondanks haar lijden, slachtoffer te worden van wat er met haar zoon is gebeurd: ‘The pain was his and not mine.’ Dat besef, en Maria’s berusting daarin, maakt dat The Testament of Mary uiteindelijk leest als een les – de ultieme les, in loslaten.


Colm Tóibín, The Testament of Mary_, Penguin Books, 112 blz., € 9,49_