Voetbal

Ado is kunst

Voetbal en beeldende kunst, het is een moeilijke combinatie. Goed, op gezag van socialistische overheden als de Hongaarse en de Tsjechoslowaakse is halverwege de vorige eeuw nog wel eens wat goeds geschilderd. En ook in het museum van voetbalclub Barcelona hangen enkele bizarre schilderijen die door hun monsterlijkheid begeerlijk genoemd kunnen worden. Maar meestal is het niets. Zelden overstijgt een in krijt of olieverf verbeelde voetballer het esthetische niveau van de figuren in de voetbalstrip Roel Dijkstra, waarin streepjes spieren voorstellen en de gezichts- en lichaams uitdrukkingen zich beperken tot de varianten blij en verbeten.

In het voetbalschilderij blijkt vooral de impressie van beweging een probleem. Neem het archetype uit het genre: de geijkte «voetbalpastel». Er hangt er altijd wel een in clubrestaurant of voetbalbestuurskamer. Veel achtergrondwit, schetsmatig neergezette figuren, een gelikte afwerking en altijd die paradoxale, duidelijk ongewilde verstilling. Want juist in de voetbalpastel staat de speler als aan de grond genageld. Ogenschijnlijk lukraak neergekwakte strepen moeten beweging suggereren, maar ogen slechts als jubelslierten of langgerekte confetti.

Het kan anders. Galeriehouder en Haags kunstenaar Marcello, naar eigen zeggen een begrip in Den Haag en omstreken, portretteerde in de afgelopen weken alle spelers van Ado Den Haag, de kampioen van de eerste divisie. In onversneden Haags staat Marcello me te woord in zijn galerie HAAGS, oftewel «Marcello’s Art Factory», zoals boven de deur aan de Koningin Emmakade staat geschreven. Als Haagse evenknie van de Amsterdamse galerie Donkersloot bezoeken Haagse coryfeeën als Marnix Rueb (Haagse Harry), dichter Adriaan Bontebal en Wieteke van Dort (ja, ook die nog steeds) steevast de drukbezochte wekelijkse borrelavonden. Op de dag van ons gesprek gaat de tentoonstelling ADO is ART van start. Marcello hoopt bij de opening niet alleen op het snelle geld van eretribune en businesslounge, maar ook op enkele jongens uit de harde kern van de beruchte supportersschare van Ado Den Haag. Hij verwacht zelfs dat zij vanavond kunst kopen. «De zeefdruk met daarop alle portretten van de spelers en hun handtekeningen zal een collector’s item worden dat je als Ado-fan niet mag missen, zeker omdat er — heel slim natuurlijk — maar 75 van zijn gedrukt. Kûlótûh als je die niet hebt.»

Opvallend is dat er in Marcello’s galerie geen voetbalpastels hangen. Behalve zijn portretten en enkele journalistieke foto’s uit het afgelopen voetbalseizoen hangen er slechts schilderijen van Ellen Endhoven, een jonge vrouw die onlangs afstudeerde aan de Rotterdamse academie en die elke thuiswedstrijd van Ado te vinden is in het vak met de harde kern van de beruchte supportersschare. Het zijn naïeve werken, zonder de vlotte schetsstreek van de voetbalpastel, maar in een oorspronkelijk handschrift, kinderlijk bijna, met grote lappen groen tapijt erop geplakt. Oké, ze zijn onbeholpen in de figuratie, goedkoop en makkelijk in de uitvoering, maar ze hebben een ziel, een karakter zo je wilt, vooral het schilderij met tribunetekst: «We willen tieten zien».

Helaas heeft Marcello ze niet opgenomen in de kleine catalogus. Daarin vinden we slechts de oorverdovende clichés uit de bodem van het voetbaljargon («De liefde voor Ado is vergelijkbaar met de liefde voor je eerste echte meissie»). Behalve Marcello’s portretten met pen staan er in het groen-gele boekje spelers beschrijvingen die auteur Jeffrey Huf heeft opgeschreven alsof het om gedichten gaat. En daar betaal je twaalf euro voor. Alleen voor echte Ado-fans dus. Maar of die gaan betalen, dat is nog even afwachten. Pakken is hún kunst.