Adolf eichmann was een eersteklas acteur

Iedereen is er voor de zoveelste keer in gevlogen: de makers van de documentaire, de Humanistische Omroep die de film heeft uitgezonden en de voor- en nabeschouwers. Adolf Eichmann, de man die zich in Jeruzalem moest verantwoorden voor de moord op miljoenen joden, was eigenlijk een bureaucraat, een overijverige ambtenaar die deed wat hem was opgedragen.

O, ja?
De makers van de documentaires, aldus het persbericht, hebben zich gebaseerd op het boek Eichmann in Jeruzalem: De banaliteit van het kwaad, geschreven door de joodse filosofe Hannah Ahrendt.
Dan hebben de makers van deze documentaire zich helaas op de verkeerde gebaseerd. Want ook Hannah Ahrendt is met open ogen in de val getrapt die de verdachte voor zijn publiek heeft opengezet. Zij trouwens niet alleen. De rapportages van andere aanwezigen, zoals Harry Mulisch en Abel Herzberg, liepen langs dezelfde lijn. Hannah Ahrendt vond Eichmann ‘perverted nor sadistic’, 'terribly and terribly normal’. Mulisch omschreef hem als 'een kleurloze gasfitter’, een 'dolgeworden machine zonder machinist’, vergelijkbaar met de automatische pop Olympia uit het verhaal van E.T.A. Hoffmann. Herzberg schreef: 'Ik heb hem een beest horen noemen, een monster, een roofdier, een schurk, een afgezant van de dood, en zo meer. Ik wou dat het waar was. Het zou heel erg zijn, maar wij zouden ons tenminste tegen hem kunnen beschermen. Maar het is helaas niet waar. Eichmann is een mens, en naar ik vrees, nog een gewoon mens ook.’
In werkelijk was IJscoman wel degelijk een schurk, een hoogst intelligente schurk, zoals blijkt uit het feit dat hij daar, vanuit de verdachtenbank, erin is geslaagd het puikje van de westerse intelligentsia een oor aan te naaien.
Even voor de vertoning van de documentaire barstte de discussie los over de vraag of het wel of niet verantwoord is om de elfhonderd pagina’s memoires te publiceren die IJscoman in zijn cel heeft geschreven. Dat moet zeker gebeuren. Tenslotte was 'de boekhouder des doods’ niet de eerste de beste. Dames en heren uitgevers, die straks, begin oktober, op de Frankfurter Buchmesse weer flink tegen elkaar op gaan bieden, biedt niet te veel, want het boek bevat weinig nieuws. Het manuscript vormde een onderdeel van Eichmanns tactiek zich zo normaal mogelijk voor te doen, en is dus meer een instrument dan een document. Houdt dus jullie centen maar liever in de zak.
SASSEN-TAPES
Het was op een zonovergoten voorjaar in 1981 toen ik mij per taxi van het vliegveld Schwechat naar het Weense hotel Regina liet vervoeren. Mozart in de Staatsopera. Arthur Schnitzler in het Theater in der Josefstadt. Het kon mij dit keer niets schelen. Op mijn nachtkastje lag een vrij moeilijk leesbare fotokopie van een manuscript waarvan tot op dat moment slechts drie exemplaren bestonden. Waaronder de mijne, waarvan men mij had verzocht er zelf geen kopie van te maken, want het geschrevene mocht om veiligheidsredenen het hotel niet uit. Dus zat ik bijna drie dagen lang van de vroege morgen tot de late avond achter het schrijfbureau en versleet twee schrijfcahiers en vijf potloden. Ik ben de slag, geloof ik, nooit meer geheel te boven gekomen. Maar het was de moeite waard. Het manuscript behelsde de échte memoires van Adolf Eichmann, geschreven in een periode dat hem nog niet de strop boven het hoofd hing en hij zich niet beter, onschuldiger, ambtelijker hoefde voor te doen, dan hij was.
Het manuscript is gebaseerd op de zogeheten Sassen-tapes, de zevenenzestig geluidsbanden die het marathoninterview bevatten dat Eichmann in de periode 1957-1960 is afgenomen door de Nederlandse SS'er Wim Sassen, handelaar in wasmachines, vertaler van Goethe en Schiller. Hij was, evenals Eichmann, een politieke balling in het nazivriendelijke Argentinië, wat voor het dagblad De Telegraaf geen beletsel was de man als correspondent te benoemen.
Het grote geld moest echter van de memoires van Eichmann komen, tenslotte de meest gezocht misdadiger ter wereld.
Een misdadiger? Wij dachten toch dat Eichmann hoogstens een ambtelijke uitslover is geweest? De Sassen-tapes vertellen een heel ander verhaal.
PLEZIER IN ZIJN WERK
Adolf Eichmann, onzelfgecensureerd: 'Heinrich Himmler heeft mij de opdracht gegeven de joden te liquideren, en zoals het een SS-officier betaamt, heb ik het bevel opgevoerd en zijn opdracht uitgevoerd. Van 1939 tot 1945 heb ik zes miljoen mensen de dood ingejaagd en één miljoen daarvan waren kinderen. Indien ik ze allemaal van kant had kunnen maken, alle tien of elf miljoen Europese joden, zou ik vandaag een gelukkiger man zijn geweest dan ik nu ben, want ik zou met trots kunnen zeggen: ik heb de vijand uitgeroeid. In een totale oorlog is het de taak van een soldaat met alle middelen die hem ter beschikking staan de vijand te vernietigen. Dat is de reden waarom ik in april 1945 tegen mijn ondergeschikten heb gezegd: ik zal lachend in mijn graf springen in de wetenschap dat ik zes miljoen vijanden van het Rijk de dood heb ingestuurd.’ Want: 'Primair is het leven, de voortplanting, het bloed, de zucht tot zelfbehoud. Het laatste is het allerbelangrijkste. Want wat is zelfbehoud? Dat is het bloed. Dat is de strijd om de reinheid van het bloed. Onze oorlog tegen het jodendom was in de allerlaatste plaats een zuiver economische strijd. Het was primair een strijd om de reinheid van het bloed.’
Met dit soort theorieën hoefde Eichmann, wist hij, niet bij zijn Israelische rechters aan te komen. Dus koos hij voor de rol van de overijverige ambtenaar, die hij natuurlijk óók is geweest.
Ondertussen werd mij daar, in die Weense hotelkamer duidelijk wie de ware Eichmann was. Hij was meer dan een jachthond, een tandwiel in het grote raderwerk of de eendimensionale, machinale mens. Hij beschikte wel degelijk over een ideologie. Hij was verantwoordelijk, niet alleen medeverantwoordelijk. Hij werd gevoed door een authentiek antisemitisme en bovenal, hij had plezier in zijn werk.
ZELFPORTRET
In Jeruzalem heeft hij voor het oog van de wereld een staaltje acteerkunst opgevoerd waarvoor men niet anders dan respect kan hebben. Zelfs de joden begonnen te denken dat zijn zelfportret authentiek was. Ondertussen waren zij verstandig genoeg om te zeggen: 'Beste Eichmann, ambtenaar of geen ambtenaar, bevel of geen bevel, we knopen je tóch maar op.’