Adres

Omdat ik niet helemaal gek op honden ben kan ik, wanneer ik terloops wel een echt leuk hondje tegenkom, mij dat altijd goed herinneren. Zelfs in Amstelveen zag ik merkwaardig genoeg eens een leuk hondje.

Het kwam aanlopen toen ik zittend in de buitenlucht een Thaãs viskoekje at. Allerminst merkwaardig was het dat dit gebeurde op een Thaãse liefdadigheidsbazaar. Het hondje keek naar mijn Pad Pom Pen alsof hij het in Botjes hoorde donderen. Een gladharig hondje, het kwam zo dichtbij dat ik mijn hand over zijn rug kon laten glijden en voelde toen, hoe zacht het ook onder mijn vingers was, dat hij wel met ijzerdraad bespannen leek. Stevige, spijkerharde haren had het hondje.
De kleur daarvan had ook iets metaalachtigs. Grijs met zwarte schaduwen ertussen. Zo vertelde ik de poes er ook van, later. Het Spijkerhondje uit Amstelveen. Nog later, een jaar, ben ik eens naar hetzelfde adres teruggegaan maar dat hondje was er niet. Omdat ik verkeerd was. Want nu was er een Japanse bazaar. Daarom at ik er Japanse curry, met rijst. Kardamom en komijn spatten alle kanten op, het was mij het bakje vuurpap wel. Vanzelf dronk ik er iets bij. Steeds meer. Zo meer dat ik al drinkende dacht dat ik een grote boodschap from outer space onder mijn neus had. Daar bedoel ik verder niets mee.
Currykenners weten wat ik bedoel. Waarbij nog opgeteld kan worden dat Thaãse currykenners en zij die dat willen worden, misschien niet weten dat de beste rode currypaste even allerminst merkwaardig genoeg verkocht wordt op zeer geringe afstand van de echte Amsterdamse Peperstraat. Een rode pasta die je vol genot de tanden afbijt nog voor je daartoe zelf bij machte bent. Noodzakelijk voor de meest godgloeiende zomercurry die zich ooit over enig aardoppervlak verdeelde. Zo kan het wel weer. Maar toch, van Oudeschans tot Nieuwmarkt, de Koningsstraat (nr. 42) wist niet dat zij het in zich had.
Slot volgt.