Profiel: Ramsey Clark

Advocaat van Amerika’s vijanden

De vijand van mijn vijand is mijn vriend. Dit op z'n minst dubieuze credo lijkt het uitgangspunt van oud-minister van Justitie van de Verenigde Staten Ramsey Clark. Clarks vijand is Amerika, dat hij beschuldigt van het schenden van vrijwel alle mensenrechten in de zucht hun macht uit te breiden. Om zijn verwijten kracht bij te zetten, verleent hij als advocaat juridische bijstand aan een breed geschakeerd gezelschap van mensen die zich buiten de gunsten van de Amerikaanse regering bevinden. Slobodan Milosevic bijvoorbeeld.

Ramsey Clark is als enige Amerikaan lid van het Internationaal Comité ter verdediging van Slobodan Milosevic. Clark en Milosevic zijn geen onbekenden van elkaar. Tijdens de bombardementen op Joegoslavië in 1999 bezocht Clark de premier al twee keer om zijn solidariteit met het getroffen volk en de leider Milosevic te onderstrepen.

Ramsey Clark wordt geboren in Dallas in 1927, als zoon van Mary en Tom C. Clark. In 1945 verruilt vader Clark de olielobby voor het regeringspluche en wordt minister van Justitie onder president Harry Truman. Later wordt hij lid van het Hooggerechtshof. Clark senior is regelmatig verstrikt in corruptieschandalen.

Zoon Ramsey vervult sinds zijn benoeming door president Kennedy in 1961 een hoge post op het departement. In 1965 wordt hij vice-minister van Justitie. Wanneer hij twee jaar later minister van Justitie wordt, woedt de Vietnamoorlog op zijn sterkst.

Clarks liefde voor anti-Amerikaanse clubjes is in die tijd nog ver te zoeken. Als minister van Justitie is hij verantwoordelijk voor de FBI, op dat moment onder leiding van J. Edgar Hoover. De geheime dienst is op dat moment voornamelijk bezig met de uitwerking van het Cointelpro, een afkorting van Counter Intelligence Program, dat ondanks deze naam niets met contraspionage te maken heeft. Het programma richt zich op verschillende groeperingen binnen de Amerikaanse samenleving die volgens de FBI een gevaar vormen voor de stabiliteit van de natie.

FBI-agenten infiltreren in organisaties als de Black Panthers om deze in de gaten te houden en zo mogelijk te ontwrichten. Ook de Socialist Workers Party (SWP) heeft jarenlang undercoveragenten in zijn gelederen. Deze trotskistische groepering haalt in de jaren zeventig haar gelijk bij de rechter: de operatie was illegaal.

Vijfentwintig jaar later speelt Ramsey Clark een heel andere rol in de ultralinkse beweging. Als gezicht van de Workers World Party (WWP), een meer stalinistische afsplitsing van de SWP, verzet hij zich tegen de oorlog in Irak. In tegenstelling tot andere anti-oorlogsgroeperingen weigert de WWP Saddam Hoesseins optreden en de Iraakse invasie in Koeweit te veroordelen. Sterker nog, Clark bezoekt de gewraakte dictator verschillende keren tijdens de crisis in de Golf.

Clark neemt het ook op voor de andere aartsvijand van de VS: kolonel Moammar Kadafi. Clark roept na de bombardementen op Libië zelfs om president Reagans impeachment. Maar zo ver komt het niet. Wel spant hij namens 55 Libische slachtoffers een rechtszaak aan tegen de VS. Die aanklacht wordt niet ontvankelijk verklaard.

Clark stookt het anti-VS-vuurtje nog verder op in 1992. Hij richt dan het International Action Center (IAC) op, met als motto: «Against US imperialism, for people’s needs». De anti-oorlogsorganisatie heeft een sterke band met de WWP. Hetzelfde jaar verdedigt Ramsey Clark Radovan Karadzic. De leider van de Bosnische Serviërs moet in New York voor het gerecht komen na een aanklacht van vrouwen- en mensenrechtenorganisaties wegens oorlogsmisdaden en massaverkrachtingen. Clark noemt de beschuldigingen «leugens van samenzwerende imperialisten». Zijn verweer is dat de VS geen recht hebben om iemand te veroordelen voor misdaden die buiten de VS zijn begaan.

Eenzelfde redenering haalt de advocaat voor Milosevic uit de kast. «Het tribunaal is onwettig», zegt hij in een Montenegrijnse krant. En: «Ze willen wel anderen voor het gerecht halen, maar ze zijn niet van plan zelf verantwoording af te leggen.» Zijn beschuldigingen aan het adres van de VS en de Navo zijn zeker geen slag in de lucht. Maar Clarks optreden is keer op keer zwak omdat hij de schuld eenzijdig legt bij de «imperialistische grootmachten». Vraag hem naar de moraal van de inwoners van voormalig Joegoslavië, en hij vervloekt de imperialistische media die vooroordelen en demonen creëren. «It makes you feel like you’re alone in the world and nobody loves you», beschrijft hij de Joegoslavische reactie op westerse media. Vraag hem naar de oplossing van het probleem van de vele mensenrechtenschendingen, en hij vertelt over de concentratie van macht in de handen van enkele Amerikanen.

Zij een tribunaal, wij een tribunaal, moet Clark gedacht hebben toen hij met het IAC in verschillende steden bijeenkomsten organiseerde waarbij de VS, Groot-Brittannië, Duitsland en nog vele andere Navo-landen «terechtstonden» voor hun misdaden tegen Joegoslavië. Ze werden onder meer schuldig bevonden aan misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en overtreding van de Geneefse conventie die erin voorziet dat burgers geen direct doel van aanval mogen zijn.

Het volkstribunaal doet denken aan de vele brieven die Clark naar de leden van de Veiligheidsraad stuurt. Hij beschuldigt daarin de Verenigde Staten, en bondgenoten, van genocide. De sancties tegen Irak verslechteren de levensomstandigheden van de Irakezen en hebben volgens Clark meer dan een miljoen levens gekost, een volkerenmoord die direct op het conto van de sanctievoerders is te schrijven.

De strijd tegen de «imperialistische machten» is zwaar, zo weet Clark. «We moeten met al onze kracht ervoor vechten om de beweging tegen dominantie en exploitatie te verenigen», verklaart hij. «Als de mensen de krachten kunnen bundelen, zullen we overwinnen.» Met andere woorden: alle hulp is welkom, als je maar tegen de VS bent.

Opvallend zijn in dit opzicht de Servische nationalisten, die in groten getale aanwezig waren in door de WWP georganiseerde demonstraties in New York. Naast de standaard-WWP-slogan «Stop de bommen» scandeerden de demonstranten: «Kosovo is Servisch en dat zal altijd zo blijven» en andere pro-Servische kreten. Sommige critici beschuldigen de WWP en het IAC daarom van flirten met fascisten en verwijzen naar «andere roodbruine allianties» in Rusland en Frankrijk.

«Als het Amerikaanse volk duidelijk zou zien, zou begrijpen en er constant aan herinnerd zou worden wat de gevolgen zijn van het beleid, dan zouden ze het veranderen», zegt Clark, die zijn titel van ex-minister van Justitie voortdurend publiekelijk gebruikt.

Wat heeft nu voor die omslag in denken van Clark gezorgd? Daarover wordt driftig gespeculeerd. Ook Clark zelf geeft geen eenduidige verklaring. Sommigen beweren dat hij is doorgedraaid en daarom zo veranderde. Anderen vragen zich af of hij wel geloofde in wat hij tijdens zijn jaren op het ministerie van Justitie naar buiten bracht. Een enkeling ziet in hem zelfs een undercoveragent van een geheime dienst die de anti-beweging moet ontwrichten.

Duidelijk is dat zijn lijst met cliënten en activiteiten een indrukwekkend geheel vormt. Naast Milosevic, Karadzic, Kadafi en Saddam Hoessein staan op zijn lijstje de anti-oorlogsactivist Philip Berrigan, de van samenzwering en fraude verdachte ultrarechtse Lyndon LaRouche, bewaker van een nazi-concentratiekamp Karl Linnas, premier Maurice Bishops moordenaar Bernard Court en de Rwandese pastoor die ervan wordt beschuldigd een groep Tutsi’s in zijn kerk te hebben gelaten en daarop de Hutu’s te hebben geroepen.

Die lijst laat zien dat voor de keuze van Ramsey Clarks cliënten maar één criterium geldt: het gaat om vijanden van de Verenigde Staten.