OM versus advocatuur in het Marengo-proces

Advocaten in het beklaagdenbankje

Het Marengo-proces heeft een bizarre wending genomen. Het OM beschuldigt strafrechtadvocaten ervan informatie over het onderzoek te hebben gedeeld met verdachten. Wat is er aan de hand?

27 augustus, Schiphol. Advocaten Laura ter Steeg, Bénédicte Ficq, Nico Meijering en Christian Flokstra komen aan bij de rechtbank voor de voorbereidende zittingen © Nico Garstman / ANP

In de eerste week van augustus stuurt de Amsterdamse deken van de Orde van Advocaten, Evert-Jan Henrichs, een brief naar een aantal strafadvocaten in Amsterdam. Daarin brengt hij, heel neutraal, ‘tegenstrijdig belang in het strafrecht’ onder de aandacht. Maar daar zit bezorgdheid onder over wat hij in de wandelgangen van zijn dekenaat opvangt. Informele gesprekken gaan onder meer over de vraag of advocaten van één kantoor meerdere verdachten uit de onderwereld in één zaak kunnen bijstaan. Sommigen vinden dat het kan, anderen zeggen: nooit. Of alleen als belangen volstrekt parallel lopen, waarbij een advocaat zich dan wel moet afvragen of dat ook zo blijft.

Henrichs wil op deze verschillende visies in alle rust ergens in het najaar met een select groepje strafadvocaten reflecteren, maar door de berichtgeving, op 8 augustus, over lekkende advocaten in het Marengo-proces komt deze heikele kwestie opeens hoog op de agenda. In dit proces staat een aantal advocaten van Ficq & Partners vijf van de zeventien verdachten bij en het kantoor van Inez Weski ook meerdere verdachten, onder wie hoofdverdachte Ridouan T. In de media zingt al snel daarna de vraag rond of dit nog wel gezond is.

Het Marengo-proces was afgelopen weken het strijdtoneel van woedende strafpleiters, die zich overvallen voelden door een nieuw dossierstuk van het Openbaar Ministerie (OM) dat zeer beschadigend is voor hun reputatie. Nog bozer werden zij toen door journalistiek speurwerk naar boven kwam dat twee advocaten bij de zoektocht naar hoofdverdachte Ridouan T. in Dubai waren geschaduwd.

Henrichs wil op deze explosieve zaak niet inhoudelijk ingaan, de beschuldigingen over de strafadvocaten zijn nog in onderzoek. Dat het OM pas in tweede instantie de koninklijke weg heeft bewandeld van een klachtenprocedure bij de deken is de officieren van justitie misschien wel het felst verweten. Advocatenkantoor Ficq & Partners laat in een persbericht weten dat de stukken ‘rauwelijks’ zijn verspreid, zonder de betrokken advocaten om een reactie te vragen op de ‘suggestieve en schadelijke duiding’. Bovendien stellen de advocaten dat ze niet inhoudelijk kunnen reageren op de informatie die onder hun wettelijke geheimhoudingsplicht valt. ‘De deken kan tot op zekere hoogte vertrouwelijk kennisnemen van wat onder ons beroepsgeheim valt’, zegt Bénédicte Ficq.

Inderdaad brengt het beroepsgeheim de advocaten in een lastig parket: ze kunnen alleen in algemene zin reageren. Uit het live-blog van Het Parool: ‘Een hongerig Openbaar Ministerie heeft de verdediging voor de leeuwen gemieterd. De integriteit van de verdediging is in twijfel getrokken en de bezwaren van de verdediging daartegen zijn volgens de officieren van justitie onterecht’, aldus een van de advocaten, Nico Meijering, tijdens een zitting vorige week. ‘De advocatuur is vogelvrij verklaard. Het OM laat zien geen enkele notie te hebben van de bijzondere rol van advocaten in het strafrecht’, zei zijn collega Christian Flokstra.

Het Marengo-proces is zo’n onontwarbare kluwen dat het publiek het nieuws over de lekkende advocaten nauwelijks zal kunnen bevatten. In dit proces staat Ridouan T. terecht voor liquidaties en pogingen daartoe; de strafzaak richt zich verder tegen zestien medeverdachten. Justitie vermoedt dat Ridouan T. tevens opdracht gaf voor twee andere moorden, op de broer van kroongetuige Nabil B. in 2018, gevolgd door die op zijn advocaat, Derk Wiersum, september vorig jaar – een drama met enorme impact. De moord op de advocaat wordt ervaren als een directe aanval op de rechtspleging. De beveiliging rond het proces werd zwaar opgevoerd. Wiersum werd vervangen door twee advocaten die vanwege hun veiligheid anoniem wilden blijven. Anderen, niet meer anoniem, namen inmiddels hun plaats in.

Op deze troebele bodem viel de zware beschuldiging van het OM aan het adres van de strafadvocaten Leon van Kleef, Nico Meijering en Christian Flokstra (allen van Ficq & Partners) en Khalid Kasem en Yassine Bouchikhi. Zij zouden bereid zijn geweest om in 2015 gevoelige onderzoeksinformatie, die justitie hun kort na de arrestatie van hun cliënten had verschaft, te lekken naar handlangers van die cliënten in de buitenwereld. Dat zou grotendeels gebeurd zijn ten tijde van de ‘beperkingen’, de periode na een arrestatie waarin verdachten geen contact mogen hebben met de buitenwereld en er geen informatie over het onderzoek naar buiten gebracht mag worden. Volgens het OM is er een directe relatie tussen het onderzoek uit 2015, dat bekend stond onder de naam ‘26Koper’, en de huidige strafzaak tegen Taghi c.s.

Het lekken kwam naar voren in een nieuw proces-verbaal met verklaringen van arrestant en kroongetuige Nabil B., nadat hij op 14 januari 2017 werd aangehouden in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat wegens overtreding van de wapenwet. Ter controle van zijn verklaringen heeft het OM berichtenverkeer tussen hoofdverdachten, onder wie Ridouan T., dat via crypto-telefoons verliep, toegevoegd. Het OM baseert zich in het Marengo-proces vooral op de verklaringen van Nabil B. en het afgeluisterde telefoonverkeer. Uit de 67 pagina’s van dit document, dat inmiddels in de rechtszaal is toegelicht, en dat ook wij hebben gelezen, komt een onthutsend beeld naar voren.

De verdachten ontleenden aan hun pgp-(pretty-good-privacy)beveiliging namelijk het idee dat ze onbekommerd konden communiceren, want ze wisten niet dat politie en justitie er in 2017 in zouden slagen de code te kraken. Dat leverde het OM massa’s belastende sms-berichten op. In straattaal wordt gesproken over ‘yzers’ (wapens), ‘heads’ (schutters) en hoe de vijand – justitie – om de tuin geleid moet worden. Wie niet te vertrouwen is, moet ‘slapen’ (dood).

Woedende strafpleiters voelden zich overvallen door het nieuwe OM-dossierstuk

Men blijkt door de pgp-telefoon ook vrijelijk te spreken over advocaten (‘advo’s’). Aanleiding is een politie-actie die via een paar gestolen auto’s in juli 2015 leidt naar een garagebox waarin de grootste wapenvondst ooit wordt gedaan. Daarop worden zestien verdachten gearresteerd (later bestempeld als dossier 26Koper). Justitie komt zo in het bezit van pgp-telefoons, bakens en geheugenkaarten met foto’s van potentiële doelwitten van liquidatie. Ridouan T. steekt vanuit Marokko over naar Spanje uit angst dat ook hij zal worden gearresteerd. ‘Ze hebben my op haar na gemist. Die kk tatas hebben mij geneukt’, zegt hij tegen een handlanger. En later tegen zijn vrouw: ‘Liefie, ik heb levenslang boven mijn hoofd hangen.’

Wat vervolgens, in de visie van het OM, duidelijk wordt is dat de top van de onderwereld verlegen zit om informatie over wie er zijn gearresteerd, wat hun ten laste wordt gelegd, en wie de politie aanmerkt als mededaders. Ze zetten alles op alles om de schade te beperken, bijvoorbeeld – aldus het OM – om te voorkomen dat de dan nog onbekende Ridouan T. in verband wordt gebracht met 26Koper, en dat begint bij voldoende informatie. Hier komen de ‘advo’s’ tevoorschijn, die hun hulp moeten bieden bij het verstrekken van cruciale gegevens uit dossiers. Uit het verhoordossier van kroongetuige Nabil B.: ‘Advocaten he die sturen de dossiers natuurlijk door. En die komen bij ons terecht.’ Uit een gesprek tussen Ridouan T. en een handlanger: ‘Sir, advos moeten nu toch weten wat aanklacht is.’ Het OM stelt dat dit nieuwe proces-verbaal de verklaringen van Nabil B. ondersteunt, wat van belang is omdat de verdediging beweert dat Nabil B. zijn kennis uit de media heeft.

Zo blijkt uit de telefoongesprekken in het proces-verbaal dat de verdachten op zoek zijn naar topadvocaten. ‘Zijn die al geregeld?’ vraagt Ridouan T. Er wordt gezegd: ‘Die prodeo’s die zitten gewoon met rechters koffie te drinken dat is echt zo sir.’ En kennelijk wil zo’n pro Deo niet meewerken: ‘Sir sorry die kkkkkkkk advo zij weer helemaal niks ik heb zin om daar te gaan naar hem en hem voor zijn kop te knallen zo erg sir vieze hond egt.’

Volgens een uitleg van de verbalisant van het OM worden de piket-advocaten in opdracht van de bendeleiders vervangen door ‘topadvo’s’, met name die van Ficq & Partners. In de rechtszaal hebben de advocaten met klem bestreden dat het proces-verbaal waarheidsgetrouw is; er is bewust zo geshopt in de berichten dat er een maximale reputatieschade ontstaat. Bovendien gaat het om berichtenverkeer waarin er over en niet met advocaten wordt gepraat. ‘Uit de stukken blijkt dat informatie al naar buiten was gekomen’, aldus Flokstra.

Advocaten zijn een cruciale factor bij de vraag of informatie die de politie nog niet wil vrijgeven ook inderdaad geheim blijft. Het is dat ene telefoontje, dat iedere arrestant mag voeren: het telefoontje met z’n advocaat. En als aan de verdachte beperkingen zijn opgelegd, blijft de advocaat soms wekenlang het enige contact met de buitenwereld. Het berichtenverkeer van en met Ridouan T., zoals is weergegeven in het proces-verbaal, suggereert dat advocaten lekten en zelfs dossiers kopieerden en weggaven, terwijl hun eigen cliënten nog in de beperkingen zaten. Zo schrijven twee handlangers: ‘Als die overstapt naar onze advo, krijgen we alles door wat die heeft gezegd (…)’.

Alle strafrechtadvocaten die wij spraken voor ons onderzoek naar ethische dilemma’s van hun vak (zie pagina 22), noemden het niet fungeren als doorgeefluik voor cliënten in de beperkingen een harde grens, die zij volgens hun beroepsethiek verplicht zijn te trekken. Maar verdachten en hun omgeving kunnen de druk op een advocaat fors opvoeren om toch dossiers te krijgen, soms tegen betaling.

Waar normaal gesproken het beroepsgeheim zorgt voor het afschermen van alles wat er met de cliënt wordt besproken, is er nu ineens, afgaande op dit – fel bestreden – proces-verbaal, zicht op wat zich afspeelt binnen de beslotenheid van een advocaat-cliëntrelatie. Bénédicte Ficq benadrukte vorig jaar in gesprekken met ons dat zij heel scherp is op de beroepsethische grenzen van haar vak. De vraag is nu of haar kantoorgenoten ook zo scherp de grenzen in de gaten houden. Alle betrokken advocaten eisen een diepgaand onderzoek naar de totstandkoming van het proces-verbaal. Het OM wil dit niet en ontkent dat er is geshopt.

Hoe deze rel uitpakt, valt op dit moment niet te overzien. Dat geldt ook voor de commotie over het schaduwen van Nico Meijering en Leon van Kleef in Dubai. Volgens het OM zijn daarbij ‘geen ongeoorloofde opsporingsmiddelen ingezet. Advocaten zijn niet immuun voor de inzet van opsporingsmiddelen, al vraagt die inzet om buitengewoon zorgvuldige afweging. Die is hier gemaakt.’ Inderdaad was er het grote belang om de voortvluchtige Ridouan T. op te sporen, maar of daarvoor een advocaat met (al dan niet afgeleid) beroepsgeheim mag worden geschaduwd, is geen uitgemaakte zaak. Diverse geledingen binnen de advocatuur zijn in het geweer gekomen tegen deze actie van het OM.

Maar waarom heeft het OM de beschuldigingen over het lekken niet eerst als klacht bij de deken gelegd? Volgens de advocaten Leon van Kleef, Nico Meijering, Christian Flokstra en Yassine Bouchikhi werd dat nagelaten omdat het doel van het OM is de verdediging te besmeuren. Zij bestrijden om die reden ook dat het OM er slechts op uit was de verklaringen van de kroongetuige te verifiëren.

Een ander antwoord zou kunnen zijn dat de uitslag van een klachtenprocedure te lang op zich laat wachten, waardoor het proces dan al flink op stoom zou zijn geweest, terwijl dit zich nu nog in de inleidende fasen bevindt.