Toneel - Buut, De naderende dood!

‘Af en toe een inzicht’

Ramses mankeert iets. Al een tijdje trouwens. In het taalgebruik van de toneelplot waarvan hij de gevangene is, zit hij ‘al weken balls deep in een medische Kafka-helcarrousel’. Ramses vindt dat hij stinkt. Anderen vinden dat niet, maar dat doet er niet toe. Ramses’ doodsangst zet hier de toon. Hij stinkt naar curry. Een soort gif. Dat ook zijn huid geel kleurt. En die huid letterlijk en zeer pijnlijk aftrekbaar maakt. Aan zijn vriendin Yara heeft hij niks. Die begint vandaag een modellenbureau, dat – rampen komen nooit keurig één voor één – Cock Town heet. Vriend Jaime gaat daar werken. Lang zal dat overigens niet duren. Want lang durende dingen maken Jaime bang. ‘Ik was laatst in een museum. Ik dacht dat ik doodging.’ Zulke teksten dus. ’t Publiek wordt op geestige wijze plat gespoten met oneliners. Ramses’ andere vriend Kirk vat de nu-tijd, waarin we worden ondergedompeld, samen als een gemaskerde tijd. ‘Maskers waarachter men genocide viert of andere dingen waar historici pas over honderd jaar een passende term voor gaan vinden. Als die dan nog bestaan!’ Als wie of wat dan nog bestaan? Genocide? Historici? Passende termen? Het antwoord laat zich niet makkelijk raden.

Medium toneel
Buut, De naderende dood! © Sanne Peper

Niks aan deze avond is makkelijk. Vrijwel alles intrigerend. De tekst van Jan Hulst (29) en Kasper Tarenskeen (28), die ook samen regisseerden, is een talige roetsjbaan, die mij bescheiden stemde over mijn talenkennis van de huidige generatie jonge, grootsteedse projectenproletariërs. Christus, wat praten die lui raar! Het bewust knullig in elkaar geschroefde schermendecor (Koen Steger) maakt snelle sprongen in ruimte en tijd mogelijk. Maar de hink-stap-sprongen in de taal die hier gebezigd worden, die houdt niemand bij. Ieder dansfeest is oorlog voor je het in de gaten hebt. Met Hitler als dj. Twee keer stampen en je hebt een genocide. Kirk, die in Zuid-Europa een utopie begint alsof het een pretpark is, beschrijft de rappe ondergang daarvan als een versneld afgespeelde variant van Het Kapitaal; Marx’ historische etude (de geschiedenis herhaalt zich eerst als tragedie, daarna als klucht) wordt hier naverteld als betreft het een staaltje verbale slapstick: een zzp-hel als de nieuwe versie van Comedy Capers.

Buut, De naderende dood! is intelligent, geestig en met muzikale precisie in elkaar gestoken. De werking is angstaanjagend op den duur. En uiteindelijk wurgend in de gestaag naderende uitzichtloosheid. Er staan vijf acteurs goed tot briljant te spelen: Thomas Höppener, Tim Linde, Emma Pelckmans, Chris Peters en Nadia Babke. De nettowinst van hun schrale toekomstverwachtingen wordt als volgt samengevat: ‘Geen hoop, paar leuke vrienden, oude verhalen, fijne relaties en af en toe een inzicht.’ Ze staan nog tot eind van deze week in het producerende Amsterdamse Theater Frascati (voormalige Engelenbak, achter Café De Richel). Dat is kort. Té kort. Hulst & Tarenskeen hebben zich nu wel bewezen. Dus: volgend seizoen een reprisetournee graag. Buut, De naderende dood! verdient het immers door velen gezien te worden.

Buut, De naderende dood! t/m 4 februari in Frascati, afwijkende aanvangstijd: 20.00 uur