H.J.A. Hofland

Afbraak van de revolutie

Een jaar geleden had niemand het voor mogelijk gehouden: dat George W. Bush in de verkiezingen van 2004 kan worden verslagen. Bush was toen in eigen land een onkwetsbaar staatsman. Bevrijder van Afghanistan. Economisch tovenaar van de belastingverlaging. Aanstaand overwinnaar van wereldvijand nummer één, van Saddam Hoessein van de massavernietigingswapens. Schepper van de nieuwste wereldorde onder de vuist van de hypermacht. En de Democratische oppositie verkeerde in deerniswekkende wanorde.

Nu is Bush verwikkeld in de chaotische nasleep van een oorlog die met leugens is gerechtvaardigd. Hij zit met een begrotingstekort van reuzenformaat. Met de resten van een verbrijzelde wereldorde die nog geen aanstalten maakt zich te herstellen. Met een Democratische oppositie die weer moed krijgt. Kritiek op de president wordt niet meer beschouwd als landverraad. En met ex-generaal Wesley Clark, veteraan van Vietnam en overwinnaar van Milosevic, hebben de Democraten eindelijk een kandidaat die de eigenschappen van de winnaar heeft.

Allemaal voorlopig. De Amerikaanse verkiezingsstrijd wordt altijd gevoerd met een hardheid waarover de Europeanen verbaasd staan. In de attack ads op de televisie wordt geen verdachtmaking, geen perfiditeit uit de weg gegaan. Met een oorlogskas van fabelachtige omvang, gesteund door een nationaal netwerk van vrijwilligers, volgens de aanwijzingen van de strategen in de hoofdkwartieren, proberen de partijen elkaar te begraven. De aanstaande campagne belooft meedogenlozer te worden dan alles wat we op dit gebied tot nu toe hebben gezien. Shock and awe, iedere dag.

Geen wonder. Het heeft niet veel gescheeld of de Amerikanen hadden Al Gore als president gehad. Na de eindeloze hertellingen in Florida heeft toen het Hooggerechtshof de knoop doorgehakt, waardoor het feitelijk Bush tot president heeft benoemd. «Corporate democracy», noemde James K.Galbraith (columnist, zoon van de beroemde) het. De raad van bestuur wijst de president aan en dan zorgt de president weer dat de raad hem door coöptatie goed gezind blijft.

Bush verklaarde bij zijn aantreden dat hij een president van de verzoening was. In werkelijkheid begon onmiddellijk na zijn aantreden de neoconservatieve revolutie, binnenlands en internationaal. Toen is feitelijk al de oude wereldorde irrelevant verklaard. De aanval van 11 september gaf de neo’s de rechtvaardiging om de revolutie onder oorlogsdruk met verdubbelde kracht voort te zetten. De preventieve oorlog tegen Irak, volgens de letter van de Bush-doctrine, was niet meer dan het logische vervolg.

De oorlog loopt vast in zijn nasleep. Terzijde daarvan is het vredesproces tussen Israël en Palestina gestrand. De revolutionairen worden in hun zelfoverschatting ontmaskerd, nu ook langzamerhand voor de Amerikaanse kiezer. Daardoor ontstaat de kans op een regime change in Washington. Het oude Europa, de instellingen van de irrelevante wereldorde, hebben er alle belang bij dat het zo ver zal komen. En nu dient zich opnieuw en dringend de oude vraag aan: hoe kan de rest van de wereld invloed uitoefenen op de presidentsverkiezingen?

In een mondiaal systeem waarin de grootste macht niets kan doen zonder dat het effect daarvan door alle anderen wordt gevoeld, zou dat mogelijk moeten zijn. In «Dorp Wereld» moeten de dorpelingen de burgemeester kunnen kiezen. Dit denkbeeld is zo regelrecht in strijd met de Amerikaanse geest, en zou dus een zo averechts resultaat hebben dat je het beter meteen kunt vergeten. Als er iets is dat de weerzin van een Amerikaan wekt, is het een poging tot inmenging in zijn particuliere aangelegenheden. Wie er meer van wil weten, moet Alexis de Tocqueville lezen. Zouden «de» Europeanen openlijk en dringend hun voorkeur voor kandidaat Clark uitspreken, dan zou dat voor de propagandamachine van Bush een gezochte kans bieden: «Clark, de beste vriend van de oude, verwijfde, stinkende kaaseters.»

Invloed op de Amerikaanse buitenlandpolitiek was er, via een reeks van verdragen en internationale organisaties. Maar juist die zijn door het bewind van Bush afgebroken, irrelevant verklaard. Terwijl de neoconservatieve revolutie in alle opzichten — economisch, sociaal, macrostrategisch — stagneert, vragen de revolutionairen nu de irrelevanten van gisteren om hulp. Daarbij doen ze alsof hun vragende hand in vergeving en verzoening wordt uitgestoken. Het is wel brutaal, denkt u. Nee, het is typerend voor de stijl van dit bewind.

Het zou een menselijke reactie zijn de mislukte revolutionairen in hun sop gaar te laten koken, te laten verkommeren zodat de Amerikanen zelf onherroepelijk zien hoe ze zich hebben vergist. Maar de stagnatie in het Midden-Oosten is ook voor Europa een levensprobleem. Substantieel bijdragen tot de oplossing is ook een Europees belang, maar kan tevens betekenen dat de oude Europeanen de neo’s en hun president voor de volgende vier jaar in het zadel helpen. En reken er niet op dat de verwijfde kaaseters daarvoor op dankbaarheid kunnen rekenen. Bij de herverkiezing van Bush wordt de revolutie op dezelfde manier voortgezet.

Voor Europa betekent de internationale stagnatie samen met het vooruitzicht op de presidentsverkiezingen van 2004 een duivels dilemma. Maar er is een troost: het is voornamelijk een theoretisch dilemma. Want bij gebrek aan een geloofwaardige Europese politieke eenheid gepaard aan militaire macht, en niet te vergeten de bereidheid van de gemiddelde Europeaan om zich hoe dan ook op het «wereldtoneel» te begeven, blijft Europa toeschouwer, wachtend op Wesley Clark.