De wereld in 2030 - Doorbraak of naïef geloof

Afgehamerde belangen?

De inkt van de door de VN geformuleerde duurzame ontwikkelingsdoelen is nog niet droog of de discussie brandt al los. ‘De processen zijn nog steeds gericht op overheersing.’

Medium hh 50139644

Nog een weekje en dan presenteren de Verenigde Naties in New York de fonkelnieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen (sdg’s). Na ruim drie jaar onderhandelen zijn de lidstaten eruit: dit is hoe de wereld er in 2030 uit moet gaan zien. Netjes en overzichtelijk gevat in zeventien nobele doelstellingen en 169 beleidsindicatoren.

Tegelijkertijd zwelt de kritiek uit met name de Derde Wereld aan. De lijst is te lang, vinden velen. Hij mist focus, en naleving van al die mooie afspraken is niet af te dwingen. Een van de belangrijkste criticasters is de Oegandese schrijver en activist Yash Tandon. ‘Die doelen staan voor universele waarden die iedereen vanuit een normatief perspectief omarmt en ook moet omarmen’, stelt hij. ‘Maar als je armoede wilt uitbannen moet je kijken naar de politieke en economische processen erachter. En in essentie zijn die processen nog steeds imperialistisch en gericht op overheersing.’

Tandon was in zijn jeugd betrokken bij het verzet tegen dictator Idi Amin, gaf les op de London School of Economics en was directeur van de in Zwitserland gevestigde denktank South Centre. Hij was een verklaard tegenstander van de millenniumdoelen. Vanuit zijn woonkamer in het Engelse Oxford foetert hij: ‘Die doelen kwamen tot stand binnen een context van asymmetrische machtsverhoudingen tussen grofweg het rijke Westen en het arme Zuiden. In plaats van een holistisch debat te voeren over waarom arme landen nog steeds arm zijn, is er als compromis zo’n doelenlijstje opgesteld.’

Hij wijst met name op de doelen die niet gehaald zijn: grote delen van Afrika zijn nog steeds arm, de mondiale ongelijkheid neemt toe en de uitstoot van CO2 is juist gestegen in plaats van gedaald.

De Oegandees kent het internationale onderhandelingscircuit van binnenuit. In de jaren negentig vertegenwoordigde Tandon zijn continent tijdens wto-onderhandelingen. De machinaties in de achterkamertjes, het schipperen tussen internationale handelsbelangen en mensenrechten, hij heeft het allemaal van nabij meegemaakt. In zijn meest recente boek Trade Is War beschrijft hij hoe ontwikkelingslanden tijdens die onderhandelingen steevast onder druk werden gezet door vertegenwoordigers van het rijke Westen die hun eigen economische belangen wilden veiligstellen in het internationale onderhandelingscircus.

‘Afrikaanse landen zijn in het verleden de wereldmarkt op gedwongen door de dictaten van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, om zo de belangen van westerse bedrijven te dienen, voor goedkope grondstoffen of als afzetmarkt’, concludeert hij. ‘Ontwikkelingshulp is in die context vaak gebruikt als chantagemiddel, door landen te dwingen om in ruil voor ontwikkelingsgeld hun markten te liberaliseren of iets dergelijks.’

‘We hebben het nu juist anders proberen te doen’, reageert Koen Davidse. De Nederlandse diplomaat is net terug uit de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba en moet meteen door naar New York voor alweer een ronde gesprekken over de sdg-agenda. Als speciaal gezant is hij vanaf het begin bij de onderhandelingen betrokken geweest. ‘De landen in de Derde Wereld zijn nadrukkelijk als gelijkwaardige partners bij het opstellen van de nieuwe doelen betrokken. Daarom is de lijst ook zo lang geworden.’

Het afdwingen van resultaten blijft een probleem, erkent de diplomaat. ‘Maar met deze doelen blijven we strijden tegen armoede, tegen kindhuwelijken en voor gendergelijkheid. Het uiteindelijke einddoel is natuurlijk dat iedereen op de wereld gaat meedelen in de welvaart. Dáárom hebben we deze internationale afspraken opgesteld. Komt de politie langs als je je er niet aan houdt? Natuurlijk niet. Maar de VN monitoren wel wie wat doet. What gets measured, gets done.’

‘De derdewereldlanden zijn nadrukkelijk als gelijkwaardige partners bij het opstellen van de nieuwe doelen betrokken’

De nieuwe agenda weerspiegelt de wensen van de gehele wereldgemeenschap, is zijn overtuiging. Een klein wonder in een wereld die bol staat van de spanningen dankzij een voortwoekerende economische crisis, een mondiale oorlog tegen terrorisme en de stormachtige opkomst van nieuwe grootmachten als China en Brazilië. De doelen weerspiegelen dat mondiale problemen als klimaatverandering, migratiestromen en vervuiling van de zeeën en oceanen iedereen aangaan en niet alleen de ontwikkelingslanden.

In het onderhandelingsproces vonden de gesprekken daarom plaats in groepjes van drie willekeurige landen die gezamenlijk overeenstemming moesten bereiken over de voorstellen. Tegenstellingen konden zo overbrugd worden, is de ervaring van Davidse. ‘Duurzaamheid lag bijvoorbeeld bij de olie-exporterende landen moeilijk en ook vrouwenrechten bleven tot het eind van de onderhandelingen op tafel liggen. Door de gekozen aanpak zijn individuele standpunten van kleine lidstaten duidelijk naar voren gekomen. Kleine eilandstaten hebben zo bijvoorbeeld hun zorgen over de stijging van de zeespiegel op de agenda kunnen zetten. Dat heeft er erg aan bijgedragen dat de uitkomst van de onderhandelingen een lijst is waar we heel tevreden mee zijn.’

De zorgvuldig samengestelde lijst stemt ook de in India geboren Joyeeta Gupta hoopvol. De hoogleraar milieu ontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam heeft ongezouten kritiek op alle vorige ontwikkelingsagenda’s van de VN. ‘In het verleden kregen ontwikkelingslanden vaak een heel dubbele boodschap te horen’, zegt ze. ‘Aan de ene kant moesten ze van de internationale gemeenschap letten op duurzaamheid en rechtvaardigheid en aan de andere kant legden het imf en de Wereldbank een eenzijdig adagium van efficiënte liberalisering en economische groei op. Zo moest India tegelijkertijd zijn energiesector liberaliseren én minder broeikassen uitstoten.’

Nu is ze wél blij met de nieuwe en ambitieuze sdg-agenda, stelt ze in haar Amsterdamse werkkamer. Gupta beziet de sdg’s dan ook als een program voor sociale strijd tegen de heersende wereldorde die keer op keer niet in staat blijkt om problemen rond armoede en klimaatverandering afdoende aan te pakken: ‘Natuurlijk is zo’n doelenlijst politiek hypocriet als je vervolgens iets heel anders doet in je economische beleid. Maar wat die doelen uitdragen is dat we een andere wereld nodig hebben. Dat is een heel krachtige en noodzakelijke boodschap vanuit de VN, de gemeenschap van landen. Daarin hebben rijke landen nu ook een belangrijke rol te vervullen. Want je kunt niet van Brazilië verwachten dat ze actie ondernemen tegen ontbossing terwijl onze multinationals en ons consumptiepatroon daar medeverantwoordelijk voor zijn. Met deze nieuwe agenda worden álle landen ontwikkelende landen.’

Nederland zelf is om die reden begonnen met het herzien van 23 belastingverdragen met ontwikkelingslanden. Inmiddels zijn gesprekken met Ethiopië, Malawi, Kenia, Zambia en Ghana over het opnemen van verdragsbepalingen om belastingontwijking aan te pakken succesvol afgerond.

Goede eerste stappen, moet ook Yash Tandon erkennen. Toch ziet hij in de praktijk vooral dat maatregelen uitblijven die daadwerkelijk verandering kunnen brengen. Tijdens de grote financieringstop over de sdg’s in Addis Abeba werd een belangrijk initiatief van de G77, de organisatie van ontwikkelingslanden, om een internationaal orgaan op te zetten dat de grootschalige belastingontduiking door met name westerse multinationals in arme landen moest aanpakken, door het Westen gedwarsboomd. Tegenover alle hoopgevende symboliek blijft immers een monolithisch geheel staan van binnen de wto afgehamerde handelsbelangen, een wettelijk bindende spaghetti van vrijhandelsverdragen en het vaak heel andere belangen dienende financiële regime van machtige mondiale instellingen als het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank, benadrukt Tandon.

Zolang dat gangbare economische paradigma niet rigoureus verandert, is het maakbaarheidsgeloof van de VN in de sdg’s wel heel erg naïef, zegt hij stellig. ‘Nu hebben we weer een lange lijst met cijfers en doelen zodat arme landen kunnen zien wat ze wel en niet moeten doen, zoals een goed onderwijssysteem optuigen, kindersterfte tegengaan en noem maar op. Wat er vervolgens gebeurt, is dat veel Afrikaanse ministeries hun kostbare tijd gaan besteden aan het verzamelen van statistieken om aan de doelenlijst van de internationale gemeenschap te kunnen voldoen zodat ze geld kunnen krijgen. Terwijl er aan de structurele oorzaken van armoede geen aandacht wordt besteed. Zonder het imperialistische handelssysteem in zijn geheel te bevragen zal armoede nooit uitgebannen worden. De doelen functioneren als een afleiding van wat er werkelijk aan de hand is in Afrika.’

De Nederlandse diplomaat Davidse kent de kritiek. Er wordt volgens hem door de critici echter te weinig erkend dat de sdg-agenda een cruciale aanzet vormt tot fundamentele verandering. Cruciaal is dat nu eindelijk ook de verantwoordelijkheid van het Westen wordt benadrukt. Willen de nieuwe doelen hun belofte inlossen, dan moeten rijke landen ze ook op zichzelf toepassen: ‘Alleen geld besteden aan ontwikkelingssamenwerking is niet meer genoeg. We moeten ook in Nederland gaan kijken naar de verduurzaming van onze productie en consumptie. En van onze bedrijven eisen dat ze dat ook in hun internationale handelsketens doen. We moeten gaan bekijken of we als Nederland zelf aan die doelen voldoen én welke impact wij hebben op de rest van de wereld.’

Zelfs notoir neoliberale instellingen als de Wereldbank en het imf nemen de mondiale VN-doelstellingen ondertussen serieus. Die doorbraak is al gekomen met de millenniumdoelen, herinnert Davidse zich. In 2000 werkte hij in Washington bij de Wereldbank. ‘Toen werd bij de Wereldbank in de centrale hal een enorm spandoek uitgerold waarop al die acht doelen stonden afgebeeld. Tot dan toe bestond er altijd een groot verschil van mening tussen de VN en de Wereldbank over ontwikkeling, maar na de presentatie van de doelen zijn die wereldbankiers er ook eens diep over gaan nadenken. Het formuleren van een gezamenlijke VN-agenda is dus wel degelijk goed.’


Beeld: Congo, Zuid-Kivu, maart 2013. Regen en overstromingen verstoren de werkzaamheden in het mijnstadje Numb. Foto Mich ael Christopher Brown / Magnum / HH