Afgesneden

Merkwaardig, die reflex om overal op te willen klikken. Zoek bril. Undo vallend glas.

Medium afbeelding 3

Toen de stroom voor de vierde keer dit jaar uitviel, nu wegens ‘onderhoud’, liep ik met de ziel onder mijn arm rond, zoals mijn moeder vroeger zei. Het duurde even voor de epifanie kwam. Geen internet. Ik stond voor het raam en keek naar buiten, of ik kon zien waar ze onderhoud aan het plegen waren en of het al opschoot, en besefte dat ik meer dan een half leven lang zonder internet had gewerkt en er geen enkele reden was om nu ineens stil te vallen. Miste ik de e-mail? Mwah. Het bruine café met oubollige plaatjes en praatjes dat Facebook heet? Ik dacht niet.

Vasalis heeft het niet zo bedoeld, maar toch was het dat: ‘…niet het scheiden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn.’

Vreemd.

De heugelijke dag is zonder klaroen­geschal en slaan op tamboerijnen langs ons heen gegaan, maar ondertussen bestaat het World Wide Web twintig jaar. De uitvinder van www, Tim Berners-Lee, kreeg tijdens de opening van de Olympische Spelen een rolletje (man zit achter computer te quasi-tikken). Nerds over de hele wereld deden mislukte pogingen tot high fives. (We weten uit The Big Bang Theory dat ze even onhandig zijn als slim.) Maar tot feestelijkheden of fijne documentaires is het, voor­zover ik weet, niet gekomen. Usain Bolt, Ranomi Kromowidjojo en zelfs Rosannagh MacLennan (goud op trampolinespringen) worden gevierd en door media bepoteld. Het www nemen we voor kennisgeving aan.

Misschien is dat wel het grootste compliment dat je Berners-Lee en zijn collega, de Belg Robert Cailliau, kunt maken. Ze hebben iets bedacht dat zo onontbeerlijk is geworden dat het niet bijzonder meer is. Het World Wide Web is als water uit de kraan en verregende zomers.

Ik stam uit de dagen van browserloos internet, toen echte mannen en vrouwen door de digitale wereld dwaalden met Archie, Gopher en Veronica (‘Very Easy Rodent-Oriented Net-wide Index to Computer Archives’). Het net werd bij elkaar gehouden door nerds en de humor was navenant. Toegang kreeg ik door stiekem in te bellen op de server van de Universiteit Groningen. De accountnaam was ‘sysop’ en het wachtwoord ook. Het was de Swiebertje-tijd van het World Wide Web. De achterdeur stond open, er waren geen ‘koekjes’ en Saartje had nog alle kleren aan.

Tijdens mijn eerste sessie (interlokaal bellen met een akoestisch modem à 25 cent per minuut) belandde ik op de server van de Universiteit van Wellington. Nooit geweten dat er zoveel onderzoek naar schaapgerelateerde ziektes was gedaan.

Het aantal momenten in mijn leven dat ik als ‘euforisch’ omschrijf is niet groot, maar dit kwam in de buurt. Ik had het onwezenlijke gevoel dat ik tegelijkertijd ‘hier’ en ‘daar’ was.

Dat is verdwenen. In de plaats daarvan kwam de merkwaardige reflex dat ik overal op wil klikken. Als ik thuis iets zoek. Als ik op het station sta en merk dat de NS-borden nog vagere informatie verschaffen dan ze al deden. Als ik een glas laat vallen. Zoek bril. Ga naar ns.nl/storingen. Undo vallend glas.

Kleine kinderen, opgevoed met iPads en altijd beschikbaar internet, hebben het nog sterker. Er staan grappige filmpjes op YouTube van kleuters die het televisiescherm swipen of in hun prentenboek proberen te klikken.

Ik ken nogal wat schrijvers die in kleine zolderkamers zonder internet en telefoon zitten. Wanda Reisel, heb ik van een wederzijdse vriendin, heeft zelfs een ‘droge’ en een ‘natte’ computer: een met en een zonder internet. Dat doet me denken aan een hotel in Frankfurt, waar ik tijdens de boekenbeurs logeerde. Op de televisie stond een nogal enorm bord dat uiteenzette hoe het pornokanaal ontoegankelijk kon worden gemaakt en dat zelfs bleef als je ’s nachts, ten prooi aan gekmakende hitsigheid, de receptionist smeekte om het toch weer aan te zetten. Soms gaat het verlangen naar zelfbeheersing zo ver dat je je door anderen moet laten beheersen.

Toen Dirk van Weelden en ik laat in de nacht terugkwamen van iets dat ik mij niet meer herinner en bij de balie op onze sleutels wachtten, zag ik de tv-schermen in de lobby weerspiegeld achter de receptionist. Even dacht ik dat ik een dame op minstens vier van de acht schermen een banaan zag eten, tot Dirk mij een verbijsterde blik toewierp. Zo schiet het niet op met de zelfbeheersing.

Zelf heb ik een keer, per ongeluk, echt waar, zo’n kanaal aangezet. Net aangekomen in Stockholm, tas laten vallen, bad vol laten lopen, kleren uit en tv aan. Dat is mijn vaste hotelritueel en vraag mij niet waarom. Terwijl ik in bad poedelde en de vliegtuigstoelenkramp wegvloeide, hoorde ik vreemde geluiden. De kamer naast de mijne? En wat waren ze dan in godsnaam… Pas toen ik in een enorme Ikea-handdoek de kamer in liep zag ik het scherm en de twee blonde vrouwen met vlechten die met twee blonde mannen deden wat je meestal niet in de sauna doet. Ik zette de tv uit, maar het was natuurlijk al te laat. Over drie dagen zou ik aan de balie staan. Daar zou de receptionist luid de rekening specificeren. ‘And zis is Anal Sauna Virgins Orgy, ja?’ Een undo-knop. Een koninkrijk voor een undo-knop.