Afghaans laboratorium

Je zou er een brok van in je keel krijgen. Vice-president Biden belt premier Balkenende, minister Hillary Clinton richt zich tot het Nederlandse volk, minister Verhagen had haar al eerder aan de telefoon gehad, minister Robert Gates laat weten hoe noodzakelijk het is, Ivo Daalder, Amerikaans ambassadeur bij de Navo, roept in de Volkskrant en op de televisie: ‘Nederland, blijf alstublieft.’ De strekking van al deze boodschappen is dat de binnenkort 140.000 man sterke expeditionaire macht de 1600 Nederlanders in Uruzgan ook na 2010 niet kan missen omdat we het daar de afgelopen vier jaar zo goed hebben gedaan. Hoe? Van opbouwen (wat de uitgezonden soldaten en het volk in 2006 geloofden) naar minder opbouwen en meer vechten? Naar een soort half om half, dat afhangt van de daar altijd wisselende omstandigheden? Niemand weet het. In ieder geval zijn we volgens de Amerikaanse regering en het opperbevel van de Navo nog altijd onmisbaar. We zijn vereerd, misschien zelfs in die mate dat de natie, ondanks heilige beloften van het kabinet, zich er toch weer voor zekere tijd zal laten inrommelen.
Ik ben van mening dat het nu, na zeven jaar van goedgelovigheid, volgzaamheid, gehoorzaamheid, hoe je het noemen wilt, de hoogste tijd is voor een ander beleid. In 2003 heeft Nederland op basis van slechte juridische argumenten, waandenkbeelden en regelrechte leugens zich in de oorlog tegen Saddam Hoessein laten betrekken. Hoe dat precies is verlopen, zullen we misschien horen als de commissie-Davids begin volgend jaar met haar rapport komt. Drie jaar later gingen onze soldaten naar Uruzgan, waar tot hun verrassing en die van Den Haag de opbouwmissie in een vechtmissie veranderde. Nadat de toestand in Afghanistan en Pakistan tijdens het bewind van president Bush catastrofaal uit de hand was gelopen en de Taliban triomfantelijk waren teruggekeerd, werd Obama met deze erfenis bedeeld. Wat te doen? Dat heeft de president zich ook lang afgevraagd. Het is geen wonder dat hij na alle mislukkingen meer tijd nodig had.
De democratische verkiezingen in augustus zijn uitgelopen op een feest van de corruptie, dat door Karzai is gewonnen, waardoor hij het vertrouwen van zijn grote beschermer heeft verloren. Maar een andere president dan dit genie hebben we niet. Hij blijft de democratisch aangewezen gesprekspartner, de bondgenoot. Geen wonder dat de Amerikanen nog wat langer over hun nieuwe strategie moesten nadenken. We weten nu wat Obama van plan is. Generaal McChrystal krijgt met de dertigduizend man extra voor een groot deel zijn zin. Tot de nieuwe benadering hoort ook de volgende poging tot het winnen van de Afghaanse hearts and minds. En dit alles wordt gekoppeld aan een exit strategy: in 2011 wordt begonnen met het terugtrekken.
Na de toespraak in West Point is in de Amerikaanse media en de politiek de discussie tussen de deskundigen van alle richtingen weer opgelaaid. Het gaat over volksstammen, jihadisten, orthodoxe en gematigde Taliban, de noordelijke alliantie, de rol van Pakistan en het belang van India, al-Qaeda, de papaverboeren, al die krachten verspreid in het onherbergzaamste land ter wereld, ook vechtend met elkaar en met de bevrijders, de opbouwers, de bezetters. En hoe gaat deze exit strategy eruitzien? Hoeveel soldaten komen er terug, op welke termijn? Dat weten we niet. Daar komt dan nog bij dat een groeiend deel van de Amerikaanse publieke opinie zich met de dag sterker tegen de oorlog verzet. Na bijna zeven jaar vechten en een torenhoge, oplopende staatsschuld zijn de Amerikanen oorlogsmoe. Ten slotte de politieke ruzies tussen Obama’s gezworen vijanden en zijn halve en hele politieke vrienden en je kunt je bij benadering een voorstelling maken van de slangenkuil waarin Amerika en dus in dit geval het hele Westen terecht is gekomen.
Het aandringen van belangrijke Amerikanen op langer blijven heeft ook in de hoogste Haagse kringen tot discussies geleid. Minister Van Middelkoop heeft laten weten die openbare meningsverschillen ‘spuugzat’ te zijn. Ik zou als christelijke minister dat woord niet zo gauw gebruiken. Kwestie van smaak. Misschien was het beter geweest als hij die telefoontjes uit Washington een poging tot inmenging in binnenlandse aangelegenheden had genoemd. Had laten weten dat we ook op eigen houtje een beslissing kunnen nemen.
Sinds 1979, toen de Russen probeerden daar orde op zaken te stellen, is Afghanistan een laboratorium voor mislukte proeven. Nu is Obama met zijn ontwerp voor een oplossing aan de beurt. Nederland heeft op zijn manier deelgenomen aan de vorige proef. Wat is er tegen als we nu niet meer bij voorbaat onze trouw aan het volgende experiment betuigen maar eerst eens kijken hoe het zich ontwikkelt? Met de twee procent aan manschappen die we bijdragen hebben we niets over het verloop te zeggen. Eerst zien wat Obama en McChrystal ervan terecht brengen. Dat is niet laf. Het zou alleen een bewijs zijn dat we geleerd hebben van onze ervaring.