Afghaans moeras

De verkiezingen in Afghanistan hadden slechter kunnen verlopen. Wel zijn er 29 doden gevallen en hebben beide kandidaten de overwinning opgeëist, maar de opkomst is geweldig meegevallen. Wat algemeen werd gevreesd, is niet gebeurd: de Taliban hebben geen aanslag van historische omvang gepleegd. In de Nederlandse commentaren klinkt een ondertoon van opluchting en gematigd optimisme. Het land is niet reddeloos verloren en wij in Uruzgan kunnen nog een jaar verder met onze inktvlekstrategie voor we daar, volgens de plechtige verzekering van dit kabinet, in 2010 definitief verdwijnen. Dit kleine landje heeft het zijne tot de goede gang van zaken bijgedragen.
Is het zo eenvoudig? De verkiezingen mogen dan voorlopig met een sisser zijn afgelopen, de oorlog gaat door en gaat binnenkort zijn negende jaar in. En de militaire deskundigen, Amerikanen, Britten, Duitsers, zijn het erover eens: het gaat niet goed.
Lees er de internationale pers op na. The Guardian, The International Herald Tribune, de Süddeutsche Zeitung – overal overheerst de mening dat de situatie verder uit de hand loopt.
De Taliban zijn met volle kracht terug en ongrijpbaar in hun uitvalsbases, in het grensgebied met Pakistan. Corruptie en papaverteelt blijven onbeheersbaar. De fameuze krijgsheren houden onverminderd hun mysterieuze invloed. De Amerikaanse troepen hebben 21.000 man versterking gekregen. Er zijn nog veel meer soldaten nodig. Nieuwe strijdmethoden, met de drones, de robotvliegtuigen, hebben wel succes, maar dan wordt er plotseling weer een school of een bruiloft getroffen in plaats van een leider van de Taliban. Een toenemend aantal burgerslachtoffers doet het verzet van de bevolking tegen de bevrijders uit het Westen toenemen. De Afghaanse fronten zijn voor Amerika en de Navo als een doolhof na een aardbeving bij nacht, om het samen te vatten.
Hoe langer een oorlog duurt, hoe belangrijker het thuisfront wordt. En als er iets zeker is, dan is het wel dat in Afghanistan de eindzege niet in zicht is; zelfs dat niemand weet hoe zo’n overwinning gedefinieerd zou moeten worden. In The Economist van deze week staat de uitslag van een enquête. Van de Britten gelooft achttien procent dat Amerika de oorlog gaat winnen en 42 procent denkt dat niet, 41 procent is tegen het sturen van meer troepen, 65 procent verwacht dat de Amerikanen zich zullen terugtrekken zonder dat er van een overwinning sprake is. Volgens een onderzoek van The Washington Post en het televisiestation ABC is in de VS meer dan vijftig procent van mening dat het niet meer de moeite waard is de oorlog voort te zetten. Het lijkt me hoog tijd dat Maurice de Hond weer eens een onderzoek in Nederland doet.
Veertien dagen geleden heb ik hier geschreven dat de oorlog in Afghanistan steeds meer aan die in Vietnam doet denken, met dit verschil dat er nu twee moerassen zijn: het front van de oorlog en het thuisfront. Op het eerste wordt ondanks nieuwe wapens, strategie en tactiek, toenemende verliezen en kosten en de relatief rustig verlopen verkiezingen geen succes van betekenis behaald. Intussen brokkelt het thuisfront in betrekkelijke stilte verder af. Dat is het verschil met Vietnam, toen de openbare mening zich veel krachtiger deed gelden, in studentenprotesten, massademonstraties, deserties, popsongs en de media. Een andere tijd.
De Amerikaanse historicus David M. Kennedy van Stanford University vergelijkt de positie van president Barack Obama met die van Lyndon B. Johnson in de laatste jaren van de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam. De vergelijking gaat verder dan de oorlog. Johnson had een ambitieus binnenlands programma, de verzekering van gelijke rechten voor alle burgers, medische zorg en uiteindelijk de vestiging van de Great Society, de natie van rechtvaardigheid. Dit binnenlands beleid is reddeloos vastgelopen in de catastrofe van Vietnam. Obama is verwikkeld in de problematiek van de gezondheidszorg. ‘Vietnam’ was anders, ingrijpender, maar een principiële parallel valt niet te ontkennen.
Obama heeft gezegd dat dit geen door Amerika gekozen oorlog is maar een noodzakelijke. Geen choice maar necessity. Als Afghanistan niet wordt gepacificeerd en tot de geordende staten gaat horen, is dat een overwinning voor het internationale terrorisme. De Tribune citeert een luitenant-kolonel, veteraan uit Irak, die verklaard heeft dat Afghanistan wel eens vele malen moeilijker zou kunnen zijn. ‘Hou er rekening mee dat het nog wel een jaar of tien kan duren.’
De tijd dat onder de voorspellers de optimisten in de meerderheid waren is al een paar jaar voorbij. Nu komen we langzamerhand tot de ontdekking dat wij, de Amerikanen en de Navo, ons verstrikt hebben in een soort oorlog die geen ‘normaal’ einde heeft. Winnen is niet mogelijk. Vertrekken betekent verliezen met risico’s die voor Washington onaanvaardbaar zijn. Doorrommelen zoals we nu doen zal misschien een te zware wissel op het thuisfront trekken. Nu is Richard Holbrooke in gesprek met extremisten. Dat is een andere optie waaraan onze publieke opinie nog zou moeten wennen.