Afghaanse hoop

Ze kwamen in groten getale. Zoveel massaler dan gedacht dat op sommige plaatsen een tekort aan stembiljetten werd gemeld. De Afghaanse kiezers die er afgelopen zaterdag op uit trokken om de soms tientallen kilometers verwijderde stembureaus te bereiken, namen een levens-gevaarlijk risico.

Medium groene commentaar afghaanse hoop

De Taliban waarschuwden dat ze kiezers zouden doden, en voegden de daad bij het woord. Er vielen 24 doden. Toch bracht naar schatting twee derde van de kiezers zijn stem uit.

Vrijwel iedereen is het erover eens: deze verkiezingen zijn een klap in het gezicht van de Taliban. De hoge opkomst toont het vertrouwen van Afghanen in hun politieke systeem en hun afkeer van het Taliban-fundamentalisme. Belangrijk is dat de huidige verkiezingen volledig Afghaans zijn, terwijl bij de eerdere verkiezingen – zowel voor het presidentschap als het parlement – de internationale gemeenschap een dikke vinger in de pap had, waardoor de Taliban ze met enig recht konden afdoen als ‘Amerikaans bedrog’. ‘We zijn niet bang voor de bedreigingen. We willen echte verandering, we willen kunnen genieten van onze democratie’, zei Shukria Barakzai, een vrouwelijke kiezer in Kaboel op cnn. Een Pashtun, net als vrijwel alle Taliban.

Maar achter deze vreugdevolle gebeurtenis schuilt veel leed. Als iets opviel bij een recent bezoek aan het Kabul Mental Health Hospital, het enige psychiatrisch ziekenhuis in Afghanistan, dan was het wel de diepe geestelijke nood waarin het land verkeert. Aanslagen, gepleegd door getraumatiseerden, leiden tot meer trauma en daarmee tot meer aanslagen. Deze neerwaartse spiraal is volgens deskundigen al gaande sinds de inval van de sovjettroepen in 1979. ‘Deze cyclus heeft tot gevolg dat verzoening en het uitzicht op een vreedzame samenleving buiten bereik lijken te komen’, schrijft de Afghaanse minister van Gezondheid in een rapport.

Het psychiatrisch ziekenhuis, met zijn zestig bedden om een getraumatiseerd land van dertig miljoen mensen te bedienen, is een triest voorbeeld van hoe hulp tekortschiet. Na investering van ruim zestig miljard dollar door de internationale gemeenschap sinds 2002 is er in het psychiatrisch ziekenhuis niet één bed bij gekomen. Alleen op het gebied van onderwijs en in de basisgezondheidszorg is vooruitgang te zien, hoewel ook die verworvenheden (waar de Navo maar al te graag mee schermt) nu door verschillende onderzoeksorganisaties worden gerelativeerd.

Om te voorkomen dat Afghanistan opnieuw een haard van extremisme wordt, moet nog ontzettend veel werk worden verricht als de Navo-troepen eind dit jaar vertrokken zullen zijn. Dat is ook in het belang van Nederland, dat voor zijn handelsbetrekkingen en zijn grond-stoffenaanvoer gebaat is bij wereldwijde stabiliteit. Nederland deed al veel, gaf honderden miljoenen euro’s hulp en stuurde tien-duizenden militairen, van wie er 25 sneuvelden – voor wat onze politici met enig recht ‘de goede zaak’ noemen. Waarschijnlijk is een tweede ronde nodig en weten we pas over enkele maanden wie de verkiezingen wint. Maar of dat nu Abdullah Abdullah is, of Ashraf Ghani – beiden gematigde, slimme en welbespraakte kandidaten – met die ‘goede zaak’ loopt het verkeerd af als de wereld zich na de verkiezingen en het vertrek van de Navo van Afghanistan afkeert. Er gaan geruchten dat na de Amerikaanse hulp binnenkort ook de hulp door de Europese Unie gehalveerd zal worden. Als Nederland zijn betrokkenheid en zijn eigenbelang serieus neemt, moet het dat proberen te voorkomen.