Nederlandse Afghanen over de toekomst van hun thuisland

‘Afghanen moeten zélf werken aan hun toekomst’

Hoe kijken Afghanen naar hun thuisland, en naar het democratiseringsproces dat het Westen in gang heeft willen zetten? In gesprek met de Leidse studenten vertellen twee Nederlandse Afghanen over de democratisering van hun land. ‘Een kameel laat zich makkelijk bestijgen. Er weer afstappen gaat een stuk moeilijker.’

Medium hh 05294895

Wie meer te weten wil komen over de geschiedenis, cultuur en democratisering van Afghanistan vindt goede gesprekspartners in schrijfster Tahmina Akefi en historicus Khalil Wedad. Beiden moesten Afghanistan ontvluchten vanwege het streng islamitische bewind. Ze kwamen terecht in Nederland, dat indertijd in tegenstelling tot veel moslimlanden erg ontvankelijk was voor asielzoekers. Khalil Wedad heeft nog drie broers, veel schoonfamilie, vrienden en oud- klasgenoten in Afghanistan met wie hij regelmatig contact heeft. Tahmina Akefi heeft veel verre familie in Afghanistan, en maakte in 2009 een reis terug naar Kaboel, waar ze met eigen ogen zag wat er van haar voormalige woonplaats was overgebleven. Hoewel Wedad en Akefi al vele jaren in Nederland wonen, voelen zij zich nog altijd sterk verbonden met hun thuisland.

Wat zijn momenteel de grootste problemen in Afghanistan?

Wedad: ‘Het wantrouwen onder de Afghanen tegenover de coalitietroepen is groot. De Verenigde Staten zijn er nooit in geslaagd om het vertrouwen van de bevolking te winnen. Na het vertrek van de Russen verloren de VS hun interesse in Afghanistan. Onder het Taliban-bewind vonden moslimterroristen een thuishaven in Afghanistan, vanwaar zij de aanslagen van 11 september beraamden. Na 9/11 verjoegen de Amerikanen het Taliban-bewind, maar daarvoor brachten ze de oude Moedjahedien in de plaats. Met als resultaat dat Afghanistan qua bestuur nu nauwelijks beter af is dan onder de Taliban. De grootschalige corruptie dat door het huidige regime in stand wordt gehouden is onderdeel van dit probleem.’

Akefi: 'Het grootste probleem is de corrupte regering die voor een groot deel bestaat uit warlords die Afghanistan naar de rand van de afgrond hebben gebracht toen ze begin jaren negentig aan de macht kwamen. Als de Amerikanen zouden willen, zouden de warlords relatief eenvoudig aangepakt kunnen worden, ze hebben immers ook Saddam Hoessein kunnen verjagen. Maar de VS steunen de warlords, vaak uit pragmatische redenen. Het gevolg is dat de schuldigen voor de bloederige jaren negentig op het pluche zitten en dat rechtszekerheid, veiligheid en vertrouwen ver te zoeken zijn in Afghanistan. Daarnaast ontbreekt inderdaad het vertrouwen in de buitenlandse troepen en de regering. Hierdoor zullen we, hoe machtig de VS ook is, geen stap vooruitkomen.’

Afghanistan kent een geschiedenis van overheersing door vreemde mogendheden. Momenteel worden de Amerikanen meer gehaat dan ooit. Hoe was dat met het sovjetregime?

Wedad: 'Heel anders. De sovjets hadden ervaring met moslims in de Kaukasus, en begrepen dus wat de Afghanen bezighield: zij kenden de islamitische cultuur, en konden daardoor beter met de bevolking overweg. Hoewel de sovjets een antireligieuze instelling hadden, was het belijden van het geloof gewoon toegestaan. Bovendien namen de sovjets de moeite om te investeren in Afghanistan, met name in het onderwijs. Ik heb zelf mijn opleiding gevolgd in Moskou. Dankzij de sovjets konden duizenden Afghanen een opleiding volgen.’

Akefi: 'Ik sluit me daarbij aan. In het Westen is de perceptie natuurlijk dat de sovjets de bevolking onderdrukten, maar eigenlijk hebben ze vooral veel goeds voor Afghanistan gedaan. Onder hun regime konden er meer meisjes dan ooit naar school. Er werd in lesmateriaal voorzien, er werden scholen gebouwd. De stimulans was enorm. Onder de Moedjahedien, die toen gesteund werden door de VS, kon dat absoluut niet. Er waren natuurlijk ook Afghanen die de sovjetoverheersing haatten en de komst van de Moedjahedien toejuichten, maar toen die eenmaal de macht grepen, waren vrede en rust ver te zoeken.’

Wat veranderde er precies met de komst van de Moedjahedien, en later onder de Taliban?

Wedad: 'De Democratische Volkspartij van Afghanistan volgde het sovjetregime op, maar toen die partij viel werden alle (relatief) democratische hervormingen teruggedraaid. De Moedjahedien brachten chaos en burgeroorlog.’

Akefi: 'Dat was het grootste probleem met de Moedjahedien: ze vormden geen eenheid, maar bestonden uit diverse kleine groeperingen die direct met elkaar in oorlog raakten. De dag nadat deze groepering aan de macht kwam, brak de burgeroorlog uit. Kaboel, een mooie moderne stad, werd verdeeld in zones waarbinnen elke groep haar invloed uitoefende en veranderde in een spookstad. Er vielen duizenden slachtoffers en meer dan een miljoen Afghanen verlieten hun land.’

Wedad: 'Er wordt weleens beweerd dat de Afghanen nu terugverlangen naar de Taliban. Onder hun bewind was er inderdaad meer stabiliteit, maar die werd in stand gehouden door angst en terreur. De Taliban onderhielden in tegenstelling tot de sovjets een klein en primitief bestuur, gebaseerd op de sharia. Er was geen grondwet; de wetgeving werd verspreid met de Koran in de ene en een Kalasjnikov in de andere hand. Vóór de komst van de Moedjahedien mochten vrouwen vrij op straat rondlopen, toen ze aan de macht kwamen alleen in boerka en onder begeleiding van een man. De vrijheid die onder de sovjets bestond verdween volledig.’

Heeft het Westen hierin verandering kunnen brengen?

Wedad: 'Eigenlijk is hierin na de komst van de VS weinig veranderd: Karzaï was zelf ooit aangesloten bij de Moedjahedien, maar keerde zich later van hen af. Toch blijft hij een warlord in hart en nieren, en een fundamentalist. Ik ben ervan overtuigd dat zijn regering wordt gesteund door strenge moslims uit onder andere Pakistan en Saudi-Arabië. Dat houdt democratisering in Afghanistan tegen. Orthodoxe geestelijken binnen én buiten Afghanistan hebben nog te veel macht om Afghanistan daadwerkelijk tot een democratische rechtsstaat te maken.’

Hoe verklaart u de problemen met de westerse interventiemacht?

Akefi: 'Door de huidige regering te blijven steunen houdt de westerse interventiemacht de corruptie in stand. De meeste Afghanen zijn arm, daar tegenover staat een kleine elitegroep die door veel geld en aanzien verreweg de meeste invloed hebben. De meerderheid van de Afghaanse bevolking staat daarom wantrouwend tegenover het bestuur en de westerse interventiemacht die dat bestuur in stand houdt. Geld dat voor de ontwikkeling van Afghanistan bedoeld is word veelal door de top weggesluisd. De VS treden hier niet tegen op, omdat ze zich afhankelijk hebben gemaakt van het huidige bestuur. Deze corruptie aan de top verziekt het hele systeem in Afghanistan: omdat het geld niet op de juiste plekken terecht komt, zijn gewone Afghanen ook gedwongen om smeergeld aan te nemen. Tel daarbij op dat de interventiemacht de veiligheidssituatie heeft verslechterd en de Taliban is al gauw een aantrekkelijk alternatief. Zij brachten veiligheid en waren niet corrupt.’

Wat zou men moeten veranderen om vrijheid en democratie dichterbij te brengen?

Wedad: 'Het is nooit te laat voor verandering, en de Afghanen zijn een veerkrachtig volk. Maar door de onveilige situatie zijn hoger opgeleide Afghanen uit de middenklasse gevlucht naar het buitenland. De Afghaanse diaspora is een van de grootste in de wereld; alleen al in Nederland wonen meer dan 40.000 Afghanen. Vaak spelen de gevluchte Afghanen een actieve rol in hun nieuwe thuisland, terwijl ze die rol eigenlijk in Afghanistan moeten opeisen. Juist middenklassers zijn van belang omdat zij in Afghanistan de rol van technocraten op zich zouden kunnen nemen - daar zou de wederopbouw zeer mee geholpen zijn. Daarom is het zo belangrijk dat de veiligheidssituatie verbetert.’

Wat vinden jullie van de Nederlandse rol in Uruzgan en Kunduz?

Akefi: 'Nederland heeft in opdracht van de VS troepen ingezet in Afghanistan, maar wist niet waaraan het begon. Er werd afgesproken dat in Kunduz politieagenten niet mogen deelnemen aan gevechten: dan weet je dus niet hoe Afghanistan in elkaar zit. Afghanistan is nu eenmaal een gewelddadig land. Het heeft geen zin om politieagenten, die gegarandeerd met extreem geweld te maken zullen krijgen, uit gevechtssituaties te houden. De fundamentele veiligheid daarvoor ontbreekt nog.’

Wedad: 'De missie in Uruzgan was een gevechtsmissie; er was geen plek voor wederopbouw. In Kunduz kan er met huidige bedrag echt iets op poten gezet worden - en de training van politie is hard nodig. Afghanistan kan daarbij de hulp van het buitenland goed gebruiken. Maar de manier waarop die hulp nu wordt geboden werkt niet. Kunduz ligt midden in een route van grootschalige drugshandel en is dus geen voor de hand liggende plek om politieagenten te trainen. Training in veiligere gebieden zou veel effectiever zijn. Over het algemeen vorderen de staatsopbouw en democratisering slecht, ondanks de Nederlandse hulp.’

Hoe zouden Nederland en andere westerse landen hun houding moeten veranderen?

Akefi: 'Afghanen zijn arm, maar hebben nog wel hun trots. Die trots is gekrenkt door militairen. Het moet nu van hulporganisaties komen: de militaire macht moet langzaam worden afgebouwd, het vertrouwen van de gewone man moet worden teruggewonnen en dat kan door resultaat te laten zien. Het accent moet op ontwikkelingsorganisaties komen te liggen. Maar uiteindelijk moeten de Afghanen zélf hun land opbouwen. Zij moeten werken aan hun toekomst. Daar hebben ze vertrouwen voor nodig. Vertrouwen in de regering en vertrouwen in de toekomst. De Amerikanen zijn voor de Afghanen de grootste boosdoeners: door het gebruik van excessief geweld, ook tegen burgers, drijven ze de gewone Afghaan in het kamp van de Taliban. Amerika doet het voorkomen alsof ze tegenover de Taliban staan, maar in wezen staan ze tegenover de Afghaanse burgers die steeds meer sympathie beginnen te voelen voor de Taliban. Wil je van die groepering af, dan moet je zorgen dat je burgers aan jouw kant krijgt. Maar het gaat niet om het welzijn van Afghanistan. Als het Westen Afghanistan echt had willen helpen, dan had men onder de Moedjahedien in moeten grijpen in de jaren negentig.’

Wedad: 'Maar ook hulpverleners hebben het lastig in Afghanistan. Zij worden als westerlingen net zo gewantrouwd als de militairen. Democratisering en staatsopbouw zijn in tijden van oorlog nou eenmaal niet goed mogelijk. Daarnaast denk ik dat de Afghanen zelf veel te weinig de kans krijgen mee te helpen in het staatsopbouwproces. Het Westen stuurde onder andere Georgische troepen naar Afghanistan. Die hebben zelf hun handen vol aan het buiten de deur houden van Rusland! Waarom geeft men de Afghanen niet zelf meer de kans om hun eigen problemen aan te pakken? Wat mij betreft mag het veel minder met de buitenlandse bemoeienis.’

Akefi: 'De Afghanen hebben hulp nodig, maar hebben inderdaad ook zelf daarvoor de verantwoordelijkheid. Daarvoor is zoals gezegd vertrouwen nodig in de regering en in de toekomst. Maar die toekomst, die lange termijn, bestaat momenteel niet in Afghanistan. Mensen kijken door het geweld en hun slechte economische positie over het algemeen niet meer dan een dag vooruit. Democratisering en staatsopbouw zijn langetermijnprocessen waar Afghanen vooralsnog geen waarde aan hechten. Eerst moet het geweld stoppen en moet er een economie worden opgebouwd. Pas dan zal men erin slagen de Afghanen in hun eigen wederopbouw te betrekken.’

Welke maatregel zou het democratiseringsproces in een stroomversnelling kunnen brengen?

Wedad: 'Vrouwen en jongeren zijn de afgelopen jaren aan de kant gezet. Zij moeten een nieuwe kans krijgen: de potentie van jonge Afghanen is zeer groot. Afghanistan heeft een rijke geschiedenis en politieke traditie. De jeugd moet daarover leren, zodat jongeren weer trots worden op hun land. De oude civil society die in Afghanistan bestond uit onder andere jeugdbewegingen en vrouwenorganisaties moet aan de Afghanen worden teruggegeven. Het land moet weer van het gewone volk worden in plaats van de rijke elite en de westerse interventiemacht. Dat is de enige basis voor een gezond staatsopbouwproces.’

Akefi: 'Er moet afgerekend worden met de bron van alle problemen, zoals corruptie en het verhinderen van hervormingen: de huidige regering. Wetten moeten weer worden nageleefd en daarvoor zijn bijvoorbeeld goede rechters nodig. Om deze rechters te kweken is onderwijs essentieel. Hier moet in geïnvesteerd worden. Dit zijn processen van de lange adem: de hoop van Afghanen is vaak de grond ingeslagen, wetteloosheid is norm. Ik vermoed dat ik Afghanistan in vrede niet eens zal meemaken, laat staan Afghanistan als democratisch land.’

Wat gaat er na 2014 gebeuren?

Akefi: 'De Taliban komen terug en dat betekent opnieuw ellende, want het Afghaanse leger is niet bestand tegen de Taliban. De militaire aanwezigheid moet dus langzaam afgebouwd worden, zodat niet alle steun direct wegvalt. Daarnaast is het de vraag of de Taliban bevochten zullen worden. De VS en de Afghaanse regering zijn al een hele tijd in onderhandeling met de Taliban om samenwerking mogelijk te maken. Hun bezwaar is de aanwezigheid van buitenlandse troepen. Met het vertrek van de troepen wordt de weg vrijgemaakt voor de Taliban.’

Wedad: 'Het is lastig om te voorspellen hoe het verder zal gaan met Afghanistan, omdat elke oorlog nu eenmaal onvoorspelbaar is. Mogelijk komt de Taliban weer aan de macht, maar dat zal niet meer dezelfde Taliban zijn; net als de Afghaanse samenleving is de Taliban onherroepelijk veranderd. Het hangt ook af van hoe de VS en de NAVO zich terugtrekken - dat moet goed georganiseerd worden. Een treffend Afghaans spreekwoord is hier op zijn plaats: “Een kameel laat zich makkelijk bestijgen, maar ervan afstappen, gaat een stuk moeilijker.”’

Akefi: 'De rol van het buitenland is sterk, maar ik word vaak boos over de onenigheid van de Afghanen zelf! Daar maakt het buitenland gebruik van: zolang de Afghanen elkaar bestrijden in hun etnische conflicten zal er geen einde komen aan buitenlandse bemoeienissen.’

Wedad: 'Er is geen Afghaanse natie! Er zijn slechts losse etnische groeperingen. Interne verdeeldheid vergroot inderdaad de kansen voor invloed van buitenaf, en dat geld niet alleen voor het Westen, maar ook voor andere moslimlanden: vanuit Saoedi-Arabië en Pakistan komt er steun voor de regering van Karzaï én de Taliban.’

Akefi: 'Er moet dus nationale eenheid komen. Daarvoor moet een manier ontwikkeld worden waarbij alle stammen zich even serieus genomen voelen en evenveel te zeggen hebben. Nu is er te veel competitie tussen de stammen. Dat geeft Iran, Pakistan en de Saoedi-Arabië de kans om hun invloed te blijven uitoefenen.’

Willen jullie terug naar Afghanistan?

Wedad: 'Het liefst had ik Afghanistan nooit verlaten. Ik heb soms last van een schuldgevoel om iets terug te doen voor land dat ik achterliet. Hoogopgeleiden zijn in Afghanistan hard nodig. Dus ik zie het als mijn plicht om terug te keren als het veilig genoeg is.’

Akefi: 'En dat is het probleem. Ik wil graag terug naar Afghanistan om mijn rol in de wederopbouw te vervullen, maar pas als daar de mogelijkheid toe is. Nu vind ik het nog te onveilig om terug te keren. Maar ik blijf hoop houden.’


Khalil Wedad is historicus. Hij promoveerde in Moskou op de Afghaanse geschiedenis tussen 1919 en 1929. In 1997 moest hij vluchten voor de Taliban en kwam hij in Nederland terecht, waar zijn familie al eerder naartoe was gevlucht. Hier richtte hij de Stichting Samenwerking Afghanistan-Nederland op. Tussen 2005 en 2008 reisde Wedad vijf keer voor Nederlandse ontwikkelings- en mediaprojecten naar Afghanistan. Tevens vertaalde hij in 2006 het Dagboek van Anne Frank in het Dari.

Tahmina Akefi is journaliste maakte als kind de burgeroorlog mee die in 1992 uitbrak toen de Moedjahedien de macht overnamen. Ze vluchtte met haar ouders voor het geweld en kwam in Nederland. In 2011 publiceerde zij haar boek Geen van ons keek om, een roman waarin ze de verschrikkingen van het Moedjahedien-regime weergeeft.


Dit interview is een van de resultaten van het Cleveringa-college datDavid Van Reybrouck dit jaar gaf aan Leidse honours-studenten. In een gezamenlijk 'zoekcollege’ - een werkvorm waarbij docent en student samen op zoek gaan naar zinnige antwoorden op een gegeven vraagstuk - onderzochten zij_ de Afghaanse casus van de exportdemocratie. Tahmina Akefi en Khalil Wedad waren bij de zoekcolleges te gast, en gaven blijk van een grote kennis van de geschiedenis en cultuur van Afghanistan, alsook van een zeer interessante en scherpe opinie over de problematiek en democratisering in het land._

De Groene Amsterdammer publiceerde ook het resultaat van het collectieve schrijfproces van David Van Reybrouck en studenten: Overleven is belangrijker dan stemmen_ (voor abonnees)._

Beeld: Rafal Gerszak / Aurora Photos / Hollandse Hoogte