H.J.A. Hofland

afghanistan: iedereen perplex

Als het bewind van president George W. Bush niet binnen veertien dagen de praatjes over Irak en Afghanistan heeft gestaakt, alsmede het illegaal afluisteren van Amerikaanse burgers, als er geen begin is gemaakt met het sluiten van Guantánamo Bay en geheime kampen waar van terrorisme verdachten zonder vorm van proces al jaren zijn opgesloten, en als de Amerikanen sluiks-officieel blijven martelen, dan zal Nederland… Ja, wat? Dan zal Nederland de dele gatie van waterbouwkundigen uit New Orleans niet ontvangen en een verbod op het fotograferen van de Deltawerken afkondigen. En waarom niet?

«Als de Nederlanders besluiten geen troepen naar Afghanistan te sturen, zal dat schadelijk zijn voor de Nederlandse belangen in de Verenigde Staten», zei Paul Bremer III tegen Jan Tromp, Amerika-correspondent van de Volkskrant. «De Nederlanders kunnen niet zomaar zeggen: oké, wij gaan niet naar Afghanistan en verder blijft alles bij het oude. Dat zal niet gebeuren.» De dag daarop liet onderminister Daniel Fried weten dat de Amerikaanse regering «perplex» staat van de Nederlandse aarzeling.

Friedman wilde nog niet zeggen of we door Washington worden gestraft als we niet meedoen. Maar neem Bremer au serieux. Van 1983 tot 1986 is hij ambassadeur in Den Haag geweest en kort na de val van Bagdad werd hij de Amerikaanse proconsul in Irak. Daar heeft hij het hele leger van Saddam Hoessein ontslagen waardoor plotseling een half miljoen mannen werkloos en ongeorganiseerd op straat stonden. Dit besluit wordt door een aantal Amerikaanse deskundigen beschouwd als een van de oorzaken van de nu heersende chaos. Bremer zelf verdedigt het in zijn deze week ook in Nederland verschenen boek Na Saddam als een daad van wijsheid. Dat hij zich juist nu in ons binnenlands debat mengt, is niet toevallig.

Waarom zouden we tegen uitzending zijn? Niet omdat het in de provincie die ons zou worden toegewezen, Uruzgan, buitengewoon gevaarlijk is. De beroepssoldaat moet er altijd rekening mee houden dat hij in een situatie komt waarin hij levensgevaar loopt. Dat het Nederlandse contingent deel zou uitmaken van een grote Navo-macht lijkt uitzending aanvaardbaarder te maken. Sinds augustus 2003, toen de Navo in Afghanistan arriveerde, is veel constructiefs gebeurd: het bouwen van scholen, ziekenhuizen, bruggen en waterputten. In Irak, Al-Mutannah, hebben de Nederlanders bewezen dat ze daar goed in zijn. Als «we» nu niet zouden gaan, zouden we de Afghanen in de steek laten. Dat mag allemaal waar zijn, het is niet voldoende.

Bremer heeft op z’n minst drie interviews gegeven, de andere met Tom-Jan Meeus, correspondent van NRC Handelsblad en Wouter Kurpershoek van de NOS. Uit het gesprek met Meeus blijkt vooral dat de Amerikanen er in Irak, kort gezegd, een geweldige rotzooi van hebben gemaakt. De hoofdoorzaak is het ministerie van Defensie, meer in het bijzonder minister Donald Rumsfeld persoonlijk. «A splendid man», heeft de president hem genoemd. «Is het terrorisme door de oorlog bevorderd?» vraagt Meeus. Bremer zegt: «Het is duidelijk dat ze Irak zijn binnengekomen – ten dele waarschijnlijk omdat we alles in Afghanistan hebben gesloten. Anders hadden ze daar nog gezeten, denk ik.»

Nu niet meer? Is alles in Afghanistan gesloten? De Taliban laten zich weer gelden. Uruzgan is een onveilig gebied, ook al omdat veel boeren daar leven van de papaverteelt, waaruit heroïne wordt gemaakt, die in Amerika bestreden wordt met de war on drugs. In de Volkskrant van dinsdag stelt een goedzak voor om de papavers voor medisch gebruik gedeeltelijk te legaliseren. Kom daar bij Bush mee aan!

Bremer zegt dat de Europeanen de strijd tegen het fundamentalistisch terrorisme onderschatten. Zou dat waar zijn? In menig Europees land, zeker in Nederland, is men even scherp op zijn hoede voor terrorisme als in de VS. Maar de grote strategie tegen de terreur wordt niet door lokale overheden, door nationale regeringen, zelfs niet door de Navo maar door Washington ontworpen. Tenslotte opereert ook de Navo volgens de directieven van Rumsfeld. Als in het kader van de war on drugs in Uruzgan papavervelden moeten worden gerooid, dan gaan onze jongens de plantjes van de Afghanen uit de grond trekken. De enige partij die dat met genoegen ziet, is de Taliban.

De reden waarom Nederland geen troepen moet sturen, ligt niet in het gevaar van Urugzan maar in de strategie van Washington. In de mondiale politiek zijn de soldaten van de Navo die naar Irak en Afghanistan worden uitgezonden tenslotte de uitvoerders van Bush en Rumsfeld. Hier gaat het niet over dapper of laf, maar over een grote fundamentele en strategische vergissing die zich op alle gebieden van Washingtons buitenlandse politiek manifesteert. De Europeanen zijn niet de enigen die zich daarover grote zorgen maken. Meer dan de helft van de Amerikaanse publieke opinie denkt dat Bush c.s. de verkeerde koers volgen. Dat is de koers die de anti-westerse en in het bijzonder de anti-Amerikaanse beweging in de Arabische wereld bevordert en de ontvankelijkheid voor terrorisme doet toenemen.

De Amerikanen van Bush geloven, na alle ervaringen in Irak en met een verslechterende toestand in Afghanistan, nog altijd dat ze met shock and awe de wereld volgens Amerikaanse normen op orde kunnen brengen. Ondanks het groeiend aantal bewijzen van het tegendeel komen ze niet op het idee dat het de hoogste tijd is hun strategie te wijzigen. Moeten we medeplichtig zijn aan een beleid dat het tegendeel bereikt van wat het beoogt? We staan perplex.

Bondskanselier Angela Merkel heeft een ander idee. «Sluit Guantánamo», zei ze voor ze deze week bij Bush op bezoek gaat. Een goed begin.