Afghanistan zonder einde

Al sinds de oprichting in 1949 strijdt de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie tegen één chronische kwaal. De leden slagen er niet in het eens te worden over het vraagstuk dat in Navo-taal _sharing the burden _wordt genoemd: hoe de lasten van de gemeenschappelijke verdediging over de leden moeten worden verdeeld.

Zo was het aan het begin van de Koude Oorlog, zo heeft het zich voortgezet tijdens de veertig jaar van escalatie, de kernwapenwedloop, tot de ondergang van de Sovjet-Unie. In de jaren negentig hebben we geleefd met de illusie dat de grote oorlogen voorbij waren. Het tijdvak van de eeuwige economische groei was aangebroken, verzekerden economen van naam. Toen barstte de eerste zeepbel van internet (de volgende moet nog komen) en niet lang daarna volgde de verwoesting van de Twin Towers. De droom was voorbij. Gelukkig hadden we de Navo nog.

President Bush heeft aan het begin van de nieuwe periode van oorlog niet beseft dat hij trouwe bondgenoten had. Wie niet voor ons is, is tegen ons, zei hij aan het begin van de nieuwe oorlogsperiode en opende de aanval op Afghanistan. Die operatie werd niet afgemaakt want al vlug eiste Saddam Hoessein alle aandacht van de president en zijn entourage op. Ik houd het erop dat de oorlog tegen Irak de tot dusver grootste vergissing van deze eeuw is, in mensenlevens, materiële en politieke verliezen. De bondgenoten werden eerst praktisch afgedankt maar later weer bij de operaties en het sharing betrokken, zonder noemenswaardige invloed op de wijze van oorlogvoering. Die werd in Washington bedacht. En nu, na bijna elf jaar vechten in Afghanistan, hebben de leiders van het machtigste bondgenootschap ter wereld in Chicago opnieuw geconfereerd over de vraag hoe de guerrilla in Afghanistan moet worden gewonnen, zodat daar een ordelijke staat kan ontstaan.

Het zou leerzaam zijn als er eens een geschiedenis werd geschreven van de wisseling der strategieën in de regio sinds 11 september 2001. Van de bombardementen op het Tora Bora-gebergte waar Osama bin Laden zich zou schuilhouden, via de surge van generaal Petraeus die de grondslag moest leggen voor de democratische orde in Irak, tot alle militaire experimenten waardoor de rust in Afghanistan zou worden hersteld. Ze hebben een gemeenschappelijke noemer: ze zijn allemaal min of meer mislukt. Bij zijn entree in het Witte Huis heeft Obama de oorlog in Afghanistan een noodzakelijke oorlog genoemd. Een jaar later besloot hij de Amerikaanse strijdkrachten met dertigduizend man te versterken. En nu heeft zijn denken weer een nieuwe fase bereikt: in 2013 zullen de Amerikanen en de landen van de Navo niet meer aan gevechtshandelingen deelnemen maar zich beperken tot ‘ondersteunende taken’.

Laten we hopen dat daarmee meer succes wordt bereikt. Maar nu gaat het om de vraag wat de oorzaak van deze elf jaar van geweldige vergissingen is. Hebben de militaire leiders en strategische denkers gedacht dat ze zowel in Irak als Afghanistan toch nog min of meer een ouderwetse conventionele oorlog zouden voeren, waarbij een overmacht aan mankracht en een hypermoderne bewapening de doorslag zouden geven? Zijn ze uitgegaan van de vooronderstelling dat daarbij het verlenen van economische en pedagogische hulp – waterputten slaan, bouwen van scholen en wegen (de Nederlandse specialiteiten) – voldoende zou zijn om de steun van de bevolking te winnen? Dan hebben ze zich vergist.

Voorzover we dat na de Russische nederlaag en de stagnerende operatie van de Amerikanen en de Navo kunnen beoordelen is het probleem van Afghanistan niet in de eerste plaats militair in de gebruikelijke zin, maar religieus, cultureel en etnologisch. Aan deze kant van de wereld hebben we geen ervaring met godsdienstige fanatici die zichzelf opblazen. We weten wel wat corruptie is, maar nog altijd hoort omkoopbaarheid niet tot de volksgebruiken en blijft strafbaar. In Kaboel geeft de president zelf bij tijd en wijle het voorbeeld. Als we de Afghanen vertellen dat het telen van papavers slecht is omdat daarvan verdovende middelen worden gemaakt die bij ons verboden zijn, begrijpen ze er niets van. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Het winnen van deze oorlog, naar westerse begrippen, zou een intensieve heropvoeding eisen en daarom misschien wel een generatie duren. Daarvoor heeft de Navo niet het geduld, het moreel, het geld. Steeds meer leden van het bondgenootschap krijgen er genoeg van. De crisis tast de krijgskas aan. Het uithoudingsvermogen van de burgerij raakt uitgeput. De nieuwe Franse president Hollande heeft laten weten dat er aan het einde van dit jaar geen Franse soldaat meer in Afghanistan zal zijn. Dit voorbeeld zal aanstekelijk werken. Als het erop aankomt te delen in de lasten beloven alle bondgenoten zoals gebruikelijk beterschap. Maar elf jaar ervaring leert dat Afghanistan een verloren zaak is. Dat wordt ook in Chicago nog niet erkend, want daarmee zou de Navo toegeven een nederlaag te hebben geleden. Zelfs aan een nieuwe definiëring van het probleem is het Westen niet toegekomen. We wachten tot de volgende conferentie.