Bezuinigingen

Afhankelijk van de mecenas?

Alle tegenargumenten zijn van stal gehaald, maar tevergeefs. De kunstbezuinigingen komen er. Waarom hebben de argumenten niet gewerkt en wat zijn nu de alternatieven?

EEN PAAR WEKEN terug schreef Bas Heijne in NRC Handelsblad over een discussieavond in Amsterdam ten tijde van Balkenende II (welke was dat ook al weer? Die met Verdonk?), waarin VVD-Kamerlid Stef Blok, nu fractievoorzitter, pleitte voor de afschaffing van alle kunst- en cultuursubsidies. Als je zo nodig naar de opera wilde, dan betaalde je dat zelf maar.
Heijne ging er tegenin, wees op het maatschappelijk belang van kunst en wierp Blok voor de voeten dat een toneelstuk als Romeo and Juliet grote invloed heeft op hoe wij over de liefde denken, en dat het belangrijk is dat zo'n stuk te zien is in Nederland. Bloks antwoord was duidelijk: ‘Dan speel je thuis toch gewoon een dvd van West Side Story af?’
Hoe hij hierop reageerde beschreef Bas Heijne niet, maar dat doet er in feite ook niet toe. Als iemand zo stelt dat zijn best denkbare kunstbeleving een dvd'tje is, dan ben je wel uitgepraat. Je kunt nog uitleggen dat de Jets en de Sharks nogal verschillen van de Capulets en de Montagues, en dat de musical fundamenteel anders eindigt dan Shakespeare’s toneelstuk, maar iets (lees: alles) aan Bloks reactie verraadt een totale onverschilligheid.

Bij twee partijen, nobel en gezeten
Barst nieuw geweld los uit een oude vete
Door lot en sterren, een jammerlijk verlies
Het verhaal van Rutte en de
kunstsubsidies.

Je ontkomt niet aan het gevoel dat wat voor VVD'er Blok geldt nog sterker geldt voor Geert Wilders. In de paragraaf over kunst en cultuur in het regeerakkoord ('Het kabinet wil meer ruimte geven aan de samenleving en het particulier initiatief en de overheidsbemoeienis beperken’) was de PVV-signatuur sterk zichtbaar. En stiekem kun je denken dat het bij de PVV nog iets meer is dan onverschilligheid; waar de VVD tijdens het Kamerdebat over de btw-verhoging op podiumkunsten aangaf bereid te zijn naar alternatieven te luisteren, gaf Wilders bij voorbaat al aan dat hij dat niet was.
Dit is niet alleen een strijd om het staatsbudget, het is ook een slag in de culture wars. Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, verwoordde het scherp in De Telegraaf: 'Hier wordt een statement gemaakt ten koste van de culturele sector. Er is sprake van een daad van politieke terreur.’
'Een statement’: de PVV die de linkse elite eens laat zien wie de baas is. Als dat zo is, snap je dat hoe hard er zaterdag ook geschreeuwd was door de honderdduizend demonstranten, het weinig had uitgemaakt. Alle steekhoudende argumenten werden gedurende de afgelopen weken in de media van stal gehaald. Er was het cultuurfilosofische argument, door talloze kunstenaars eloquent uitgelegd, dat kunst ons leert nadenken over de realiteit, over hoe we leven en hoe we met elkaar omgaan. Er was het met cijfers geboekstaafde argument dat kunst niet van de elite is: acht miljoen Nederlanders beoefenen actief amateurkunsten, vier miljoen zijn lid van een bibliotheek. En er was het voetbal-argument: waarom krijgen zo veel noodlijdende voetbalclubs wel financiële ondersteuning van de (lokale) overheid, terwijl er elk jaar twee keer zo veel mensen naar de theater- en de concertzalen gaan dan naar het betaald voetbal? En die theatergangers hebben doorgaans aanzienlijk minder begeleiding van de ME nodig.
Maar betekent dat dat er niet meer over kunst moet worden nagedacht? Nee, er zou alleen maar meer over kunst moeten worden nagedacht, scherper, concreet, over welke rol kunst en musea kunnen spelen (lees hierover het dubbelinterview met oud-museumdirecteuren Rudi Fuchs en Henk van Os, op pagina 30) in een veranderende maatschappij en economische markt (lees hierover Anna Tilroe, op pagina 34). Maar net zo belangrijk is de vraag hoe kunst zichzelf nu moet bedruipen. Alternatieven voor subsidies worden gezocht.
Een term die nu volop klinkt is het 'moderne mecenaat’. Het heeft een fijne historische connotatie. Christiaan Weijts onderstreepte het in nrc.next: 'De hele westerse muziekgeschiedenis is mede mogelijk gemaakt door een handjevol hoven. Alle Renaissancekunst is gesponsord door een paar bankiersfamilies.’ Nou en of. Alleen is dat handjevol hoven inmiddels gedemocratiseerd en die bankiersfamilies ontvangen een stuk minder bonussen. Volgens Quote is het vermogen van de vijfhonderd rijkste Nederlanders in het afgelopen jaar met 6,6 procent gestegen: hoeveel van hen willen een nog niet doorgebroken kunstenaar onder hun hoede nemen? In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten heeft Nederland geen mecenaat-traditie. Joop van den Ende (nummertje 8 op Quote’s rijkenlijst, 1,8 miljard) wees er deze week op, toen hij de Gouden Medaille van de stad Amsterdam ontving ('mecenas van Mokum’, was erin gegraveerd) dat mecenaten bij uitzondering helpen, waardoor er bij uitzondering goede kunst zal ontstaan. En alle plannen van het kabinet-Rutte snijden nu juist in structurele kunstvoorzieningen.
Anders gezegd: het is goed te bedenken dat je de software wil sponsoren (de kunstenaar, de ontwikkeling van zijn werk), maar wie wil de structurele hardware steunen (de tentoonstellingsruimte, de garderobedienst, de portiers)? Zonder hardware vindt kunst het publiek niet.

'Crowd funding’ zou hier een oplossing voor zijn; hierbij investeren grote groepen mensen een beetje geld zodat een tentoonstelling, film of ander kunstwerk gemaakt kan worden. Het idee is dat in deze online, gefacebookte wereld netwerken makkelijk aan te spreken zijn, dus kunnen kleine giften van veel individuen een groot kapitaal opbrengen. Met 'micro-sponsoring’ van meer dan 350 mensen werken fotograaf Rob Hornstra en filmmaker Arnold van Bruggen aan een meerjarig project (The Sochi Project) over de sociale veranderingen in Sochi, waar in 2014 de Winterspelen zullen plaatsvinden. De sponsoren krijgen tussentijdse verslagen en foto’s te zien.
Er komen steeds meer van dit soort initiatieven - bijvoorbeeld bookabook.nl, waar je kunt investeren in ongepubliceerde manuscripten - en daarin lijkt ook een nieuw verbond te ontstaan tussen kunst en publiek. Het volk kan zich, noodgedwongen, direct aan kunst verbinden. Het volgende experiment van de democratie.