H.J.A. Hofland

Afleidend kabaal

De lichtkrant op Times Square bracht me vorige week vrijdag op de hoogte. Nederlandse soldaten hadden in Irak gemarteld. Eén voorbij snellende regel, want er is meer wereldnieuws. Dit was voldoende om het spitsuurpubliek met een zeker gevoel van tevredenheid naar het werk te laten gaan. Zo! Zij ook! Wij staan niet alleen met Abu Ghraib, Guantánamo en de geheime gevangenissen van de cia. Zo werkt het nu eenmaal in het brein van de voorbijgangers op weg naar hun werk. Ander Nederlands nieuws dat vorige week Amerika bereikte: er wordt bij ons een verbod op boerka’s overwogen en de doodzieke kastanjeboom in de tuin van het huis waar Anne Frank ondergedoken zat moet worden omgehakt.

Wat is de waarheid over ons gemartel? Dat weten we nog niet. De voorlopige, in dergelijke gevallen gebruikelijke, waarheid is dat er een onafhankelijke commissie komt die de onderste steen boven moet brengen. En voor een land in oorlog is er altijd het risico dat onder zekere omstandigheden er soldaten zullen zijn die de Conventie van Genève aan hun laars lappen, hoe diep ze ook van normen en waarden waren doordrongen toen ze naar het front vertrokken.

Ik ben van mening dat we ons tweemaal lichtvaardig in een oorlog hebben laten betrekken. De eerste keer in Irak, gerechtvaardigd door argumenten die leugens bleken te zijn en formeel juridische overwegingen waaruit geen dringende noodzaak viel af te leiden. We zouden in Al Mutannah bruggen en scholen bouwen. Toch is er nog één soldaat gesneuveld voor we ons zegenrijke werk daar voor gezien hielden. De tweede keer in Afghanistan, ook verkocht als een wederopbouwmissie. Binnen een half jaar was het een ‘vechtmissie’. In deze verkiezingsstrijd heeft het geen rol gespeeld, maar van de Taliban zijn we voorlopig nog niet af.

Wordt de Conventie van Genève geschonden, dan moeten we niet verbaasd zijn als plaatselijke commandanten of politiek verantwoordelijken zullen proberen dit geheim te houden. Dan zijn er altijd weer getuigen die er foto’s of nu ook een video van maken of het gewoon verder vertellen. Zo ontstaat de aanzet tot het schandaal. Dat is een ongeschreven oorlogswet. Dan kan het nog lang duren voor de volle waarheid algemeen toegankelijk is. En altijd weer zijn er drie partijen: die van het excuus (wraak is nu eenmaal menselijk), die van de veronderstelde doelmatigheid (we moesten inlichtingen hebben) en die van de veroordeling, hoe dan ook. Zoals we nu weer merken, valt aan deze wet niet te ontkomen.

Omdat het al ruim een halve eeuw geleden is dat we in een grote oorlog waren betrokken, zijn we het ontwend. Maar destijds in Indonesië heeft een aantal van onze soldaten zich ook niet onbetuigd gelaten. De eerste die daarvan publiekelijk melding maakte was luitenant Ko Zweeres, in een paar brieven die in De Groene Amsterdammer zijn afgedrukt, in februari 1949. In februari 1968 kwam dr. J.E. Hueting met zijn interview in de Volkskrant waarin hij melding maakte van oorlogsmisdaden. Herman Wigbold, hoofdredacteur van het Vara-programma Achter het nieuws, wijdde er drie uitzendingen aan. In Nederland brak razernij uit. In juni 1969 verscheen De Excessennota, resultaat van een officieel onderzoek op initiatief van oppositieleider Joop den Uyl, in opdracht van het kabinet-De Jong. Vervolgens kwamen J.A.A. van Doorn en W.J. Hendrix met hun studie Ontsporing van geweld. In 1988 kreeg Loe de Jong nog enige moeilijkheden bij de verschijning van het laatste deel – 12, tweede helft – waarin hij ‘de worsteling met de Republiek Indonesië’ beschrijft. Maar op de weergave van de ongewenste waarheid viel toen, veertig jaar later, niets meer af te dingen.

Ik vind het verstandig dat het debat over de toestanden in Al Mutannah, 2003, tot na de verkiezingen is uitgesteld. Het afleidend kabaal is al begonnen. Volgens de liberale leider Mark Rutte is de informatie opzettelijk een paar dagen voor de verkiezingen gelekt om de uitslag te beïnvloeden. Best mogelijk, gezien de opvattingen van zijn partijgenoot Van Baalen. Maar zo’n beschuldiging moet worden bewezen. Voorlopig ziet het verhaal van de Volkskrant er betrouwbaarder uit dan de beschuldiging van Rutte.

Als een militaire missie naar een oorlogsgebied wordt gestuurd, is de kans groot dat het een vechtmissie wordt. Dat is in deze tijd een daad van buitenlandse politiek, waarbij president Bush nog altijd de leiding heeft. De meerderheid van de Amerikaanse kiezers heeft twee weken geleden deze leiding radicaal verworpen. Het is te laat om onze kiezers er nu nog van te doordringen dat we, hoe dan ook, deel uitmaken van een westelijk collectief onder wanbeheer. Ons volgende kabinet moet tot dat inzicht komen.