Muziek

Afrika, Afrika, wie nenne ich dich?

Muziek Prins Claus

Het komt zelden voor dat woorden en gedachten van een vorstelijk persoon op muziek worden gezet. Bij Claus von Amsberg is dat thans gebeurd. Het huis van Oranje heeft in zijn lange bestaan zelden iets met muziek van doen gehad. Mozart heeft in 1766 ter gelegenheid van de inhuldiging van stadhouder Willem V een Gallimathias Musicum (vrij vertaald: een mixtuur, een potpourri van verscheidene stukken) KV 32 gecomponeerd met onder meer een fuga op het Wilhelmus. Een verrassend stuk voor een tienjarige. Daarna is er niets meer van betekenis voor de Oranjes geschreven. Dat is nu veranderd. Dat drie composities in opdracht zijn geschreven is mogelijk geworden doordat koningin Beatrix heeft toegestaan de naam van haar man te geven aan het Groninger Conservatorium, dat dus voortaan Prins Claus Conservatorium heet.

Kunstwerken in opdracht geschreven vallen vaak tegen. Men hoeft slechts te denken aan Brittens opera Gloriana, geschreven naar aanleiding van de kroning in 1953 van Elisabeth. Beslist geen meesterwerk. De door Hans Kox (1930), Rob Zuidam (1964) en de Engelse componist Julian Philips (1969) gecomponeerde werken op teksten van prins Claus zijn ieder op zich zeer geslaagd en verdienen, los van de plechtige en feestelijke gelegenheid waarop ze als Prins Claus Drieluik werden gepresenteerd, opnieuw uitgevoerd te worden.

Het stuk met de titel Aussagen voor mezzosopraan en strijkkwartet van Hans Kox is een prachtige aanvulling op het beperkte repertoire voor deze bezetting. Men hoeft slechts te denken aan Schönbergs tweede strijkkwartet met de sopraansolo met de tekst: ‘Ich fühle Luft von anderem Planeten.’ De min of meer lyrische uitroep van prins Claus over zijn jeugd in Afrika: ‘Afrika, Afrika, wie nenne ich dich? Ohne diese Länder war meine Welt klein geblieben’, werd door Kox gecomponeerd met een intensiteit zoals we die ook bij Schönberg vinden. Het blijft merkwaardig dat een componist van dit niveau door het Nederlandse muziekleven zo lang wordt genegeerd, hoewel er tekenen zijn dat daar nu eindelijk verandering in komt.

Julian Philips’ litanie On Freedom gaat over de artistieke vrijheid en is opgebouwd als een kleine barokcantate met recitatieven en een da capo-aria. Maar het idioom is actueel, en virtuoos voor de zangeres geschreven. Dat geldt ook voor de meditatie van Zuidam over de woorden On ne développe pas, on se développe, een door prins Claus in een aantal teksten gebruikte gedachte. Ook bij Zuidam viel de schitterende behandeling van de zangstem op. De vraag blijft: wie gaat deze belangrijke stukken opnieuw uitvoeren?