Afrika te wapen

Nog een paar weken en dan begint de grote schoonmaak in Centraal-Afrika. Dan zullen de nieuwe machthebbers definitief afrekenen met hun opponenten. En Clinton - momenteel op bezoek in het gebied - zal beleefd wegkijken. Maar waar komen toch al die wapens vandaan? ..LE ALS DE VOORTEKENEN niet bedriegen, staat Oost-Zaãre een nieuwe massamoord te wachten. De voornaamste aanstichters zijn wederom Laurent Kabila en zijn naaste buren president Yoweri Moeseveni van Oeganda en de Rwandese vice-president Paul Kagame. Het gaat om een voortzetting van de uitroeiing van Hutu-vluchtelingen tijdens de opmars van ‘bevrijder’ Kabila in het voorjaar van 1997.

Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties is nog altijd bezig de toedracht van die moordpartij te reconstrueren, maar het staat vast dat de verantwoordelijkheid grotendeels berust bij het genoemde drietal. In oktober vorig jaar kwamen de mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch (HRW) en de Internationale Federatie van Mensenrechtenliga’s tot de slotsom dat in Oost-Zaãre rond tweehonderdduizend Hutu-strijders en vluchtelingen waren gedood. De meesten waren niet in gevechten gesneuveld, zoals Kabila beweerde, maar op de vlucht of in omsingelde dorpen neergeschoten of met kapmessen afgemaakt. Alles wijst erop dat de drie leiders het karwei nu willen voltooien door de laatste Hutu-verzetshaarden in het grensgebied uit te roeien en de overgebleven vluchtelingen onder dwang te repatri‰ren.
De afgelopen weken vlogen militaire vliegtuigen af en aan op het vliegveld van Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo (DRC), zoals Zaãre sinds Kabila’s machtsovername heet. Sommige toestellen werden bestuurd door piloten van de Amerikaanse huurlingenorganisatie Military Professional Resources Incorporated (MPRI). Zij vervoerden enige duizenden Congolese regeringsoldaten naar de oostelijke provincie Kivu. Daar bevinden zich de restanten van de beruchte Hutu-militie, de Interahamwe, en het voormalige Rwandese leger, de Forces ArmÇes Ruandaises (FAR). Zij werden na de genocide van 1994 uit Rwanda verdreven door het door Tutsi’s gedomineerde Rwandees Patriottisch Front (RPF) van Kagame.
ONDER DE HUTU’S in Kivu bevinden zich duizenden ongewapende vluchtelingen die geen kant op kunnen. Het is een fabeltje dat deze mensen zonder bezwaar kunnen repatri‰ren zodra de milities, die zich vaak achter vluchtelingen verschuilen, hen laten gaan. Honderdduizenden van hun lotgenoten werden eind 1996, tegelijk met de verdrijving van Moboetoe door Kabila, gedwongen terug te keren naar Rwanda. De opluchting over deze ‘oplossing’ van het vluchtelingenprobleem in het Grote-Merengebied was echter van korte duur. Hoewel Kagame beloofde dat zij menswaardig zouden worden behandeld, werden velen na hun terugkeer vervolgd en zelfs vermoord. Nog in augustus 1997 werden dagelijks teruggekeerde Hutu’s vermoord, aldus een rapport van Amnesty International.
Des te verbetener verzetten de in Oost-Zaãre achtergebleven Hutu’s zich tegen terugkeer. Zij werken samen met Hutu-groeperingen die uit Burundi zijn verdreven, bekend onder afkortingen als CNDD en Frodebu, en plegen vrijwel dagelijks aanslagen op Tutsi-doelen. In het etnisch gemengde grensgebied van Rwanda, Burundi en Congo vinden zij telkens nieuwe bondgenoten, wapenleveranciers en uitvalsbases. Tijdens een studiereis naar het Grote-Merengebied in oktober vorig jaar constateerde Jan Pronk dat de restanten van Interahamwe en ex-FAR goed getraind en bewapend waren. Dat komt onder meer door de militaire ondersteuning die zij hebben gekregen vanuit Zuid-Afrika, aldus Human Rights Watch, dat in een rapport een aantal wapenleveranties van Zuid-Afrikaanse particulieren aan de Burundese Hutu-milities traceerde. Volgens HRW hadden de wapenleveranties de instemming van overheidsfunctionarissen en ANC-leiders. De Zuid-Afrikaanse Sunday Independent meldde zelfs dat vice-president Mbeki bij de deals betrokken zou zijn.
De Hutu’s in Kivu hebben zich bovendien verbonden met plaatselijke jongeren, de 'Mai Mai’, die zich eveneens verzetten tegen het bewind van Kabila. In heel Congo worden de Rwandese hulptroepen van Kabila en de Tutsi’s uit Kivu zelf, de Banyamulenge, overigens beschouwd als buitenlandse bezetters. De impopulariteit van de Banyamulenge is zo groot dat Kabila onlangs probeerde een deel van hen naar Rwanda af te schuiven, met als gevolg dat driehonderd Banyamulenge-soldaten in de provinciehoofdstad Bukavu aan het muiten sloegen. In een poging om de grensstreek onder controle te brengen worden de Banyamulenge nu op de hoogvlakten van Kivu voorbereid op een gezamenlijke operatie met de regeringstroepen. Volgens journalisten en diplomaten in Kinshasa gaat het offensief van start in mei, als de regentijd voorbij is. Dan zullen Kabila’s soldaten, versterkt met de Banyamulenge en Rwandese en Oegandese hulptroepen, grote 'schoonmaak’ houden onder de resten van Interahamwe en FAR. Geen van deze partijen heeft in het verleden enig respect getoond voor het oorlogsrecht en de situatie bevat alle ingredi‰nten voor een nieuwe explosie van etnisch geweld.
DE WERELD is dus gewaarschuwd. Maar gezien de economische en strategische belangen die er in het grondstoffenrijke Centraal-Afrika op het spel staan, zal een gepaste internationale reactie waarschijnlijk uitblijven. Uitgerekend dezer dagen brengt Bill Clinton een staatsbezoek aan het gebied, waarbij hij onder meer Oeganda, Rwanda en Congo-Kinshasa aandoet. Het is de bezegeling van een verbond tussen Washington en de 'nieuwe orde’ van Moeseveni, Kagame en Kabila. Het 'dynamische nieuwe Afrika’ waarover Clinton sinds Kabila’s machtsovername spreekt, houdt een belofte in voor militaire en economische samenwerking op ongekende schaal. De Amerikanen kunnen nu direct de hand leggen op de strategische grondstoffen die ze voorheen slechts door bemiddeling van hun Europese en Zuid-Afrikaanse bondgenoten konden verkrijgen.
De ideologie die Moeseveni en de zijnen uitdragen, sluit wonderwel aan bij de wensen van de grondstoffenkartels en het Amerikaanse buitenlandestablishment. De invloed van Frankrijk in Afrika is tanende en de nieuwe Engelstalige potentaten zoeken aansluiting bij de wereldmarkt. De democratische opleving die in de jaren na de Koude Oorlog heel Afrika bezwangerde, heeft plaatsgemaakt voor een geraffineerd Afro-pessimisme, waarin verwerping van de democratie en aanvaarding van de vrije markt als enige uitweg uit de Afrikaanse malaise samengaan. Toen Kabila vorig jaar Kinshasa binnentrok, verjoeg hij niet alleen Moboetoe, maar onderdrukte hij tevens alle politieke partijen en een civil society die de vrucht waren van een zevenjarig democratisch experiment.
Net als Moeseveni en Kagame zweert Kabila bij het geenpartijenstelsel waarin krijgsheren, grondstoffenkartels en instanties als het IMF en de Wereldbank de macht delen, waar nodig militair gesteund door de Verenigde Staten. In 1996 blokkeerden de Amerikanen al een Frans voorstel om een westerse interventiemacht van veertigduizend man naar Oost-Zaãre te sturen teneinde de Hutu’s te ontzetten. Ditmaal zijn ze direct bij de militaire voorbereidingen voor het offensief betrokken. In een chronologisch overzicht dat het Amerikaanse ministerie van Defensie vorig jaar opstelde ten behoeve van het Congres, wordt dit samenwerkingsverband voor het eerst uit de doeken gedaan. Het RPF van Kagame blijkt reeds in het voorjaar van 1994, nog voordat het Rwanda binnenviel, op Oegandees grondgebied door de Amerikanen te zijn bevoorraad en getraind.
Het programma was 'uitgebreid’, aldus het Pentagon, en omvatte commandotrainingen, survival-cursussen, officiersopleidingen en technische assistentie, onder meer bij het opruimen van landmijnen. Ambtenaren van het State Department zeiden tegen de Washington Post dat de steun aan Rwanda bedoeld was om een 'invloedszone’ in Oost-Afrika te cre‰ren, waarbij Kagame het beste 'target of opportunity’ was gebleken. Kagames Amerikaanse antecedenten (hij volgde een officiersopleiding in Fort Leavenworth in Kansas) waren daar niet vreemd aan.
Een belangrijk onderdeel van de samenwerking was een Joint Psychogical Operations Task Force, oftewel een werkgroep voor psychologische oorlogvoering, die de propagandacampagne ontwierp waarmee de onterechte terugkeer van de Hutu-vluchtelingen eind 1996 werd ingeleid.
Terwijl Amnesty waarschuwde dat terugkeer van de Hutu’s naar Rwanda volstrekt onverantwoord was, benadrukten Amerikaanse diplomaten dat het mensenrechtenbeleid van Kagame 'in vergelijking met andere regimes verrassend goed’ was. En ondanks noodkreten van ngo’s bleven de Amerikanen de ernst van de situatie ontkennen. 'Hoewel ze een van de nauwste politieke en militaire bondgenoten van Rwanda is - en dus in staat om positieve druk uit te oefenen - heeft de Amerikaanse regering voor zover bekend nooit de mensenrechtenschendingen in Rwanda veroordeeld’, aldus Amnesty: 'Zo is moord in Rwanda weer een alledaags verschijnsel geworden.’
DE AMERIKAANSE militaire hulp bestaat vooral uit de diensten van huurlingenorganisaties. Hun activiteiten worden geco”rdineerd door de inlichtingendienst van het Pentagon, de Defense Intelligence Agency (DIA). 'De DIA is in het Grote-Merengebied actiever dan andere diensten zoals de CIA’, zegt Joost Hiltermann, directeur van het Arms Project van Human Rights Watch in Washington: 'De Amerikanen gebruiken groepen als MPRI om het werk op te knappen dat de overheid niet meer wil of kan doen uit vrees voor verlies van Amerikaanse levens.’
Volgens de Amerikaanse politicoloog en inlichtingenexpert Wayne Madsen, die werkt aan een boek over de nieuwe rol van Washington in Centraal-Afrika, waren de negatieve ervaringen met de interventie in Somali‰ doorslaggevend. Madsen: 'Washington wil voortaan interveni‰ren op afstand. Huurlingenlegers als MPRI en Airscan, die grotendeels bestaan uit voormalige Amerikaanse officieren en leden van de Special Forces, spelen een belangrijker rol dan de CIA of het State Department. Ze worden gedeeltelijk betaald door mensen als Moeseveni en Kabila en gedeeltelijk door de grondstoffenkartels wier belangen ze veiligstellen. Je zou kunnen zeggen dat de ordehandhaving in het gebied is geprivatiseerd. DIA-directeur William Thom is de Foccart (de gaullistische topambtenaar die decennia lang het Franse Afrika-beleid bepaalde - ab) van onze dagen.’
MPRI, met hoofdkwartier in Alexandria, Virginia, wordt geleid door luitenant-generaal Harry E. ('Ed’) Soyster, een voormalige directeur van de DIA. In het bestuur zitten zwaargewichten als generaal b.d. Frederick Kroesen (ex-commandant van de Amerikaanse troepen in Europa); generaal b.d. Robert Sennewald, voormalig opperbevelhebber in Zuid-Korea; en generaal b.d. Carl Stiner, voormalig bevelhebber van de Amerikaanse commando’s. MPRI was ook actief op de Balkan, waar het Tudjman hielp een modern leger op poten te zetten en de Krajina te heroveren. Tegenwoordig traint MPRI op aandringen van Washington ook het Bosnische leger.
Het eerste succes op Afrikaans grondgebied boekte Soyster c.s. begin 1997, toen de Angolese regering op advies van de Amerikaanse ambassade het bedrijf inhuurde om de Unita-beweging te bestrijden. Verder verleent het bedrijf onder meer zijn diensten in Congo-Brazzaville, de DRC, Rwanda, Oeganda en Kenya. De diverse huurlingenorganisaties concurreren zelfs met elkaar. Op aandringen van de Amerikaanse oliemaatschappij Chevron, eigenaar van het grootste deel van de Angolese olie-enclave Cabinda, werd de bewaking van de oliebronnen toevertrouwd aan Airscan, gevestigd in Florida en al jaren bekend als quasi-particuliere dekmantel van de CIA. Voordien werd Cabinda bewaakt door het Brits/Zuid-Afrikaanse Executive Outcomes, dat eerder actief was in Angola, Sierra Leone, Kenya, Oeganda en Soedan.
HET 'AFRIKA van de economische hervormingen, de open markten en de privatisering’ waarover Clinton vorig jaar in een Congresrede de loftrompet stak, is bezig terug te keren naar de prekoloniale fase toen de chartermaatschappijen het er voor het zeggen hadden. Dat stelt althans de Belgische filosoof Mark Heirman in zijn verontrustende boek Afrika in de vuurlijn (1998). De geenpartijenregimes van Eritrea tot Angola privatiseren de economie en de overheid, inclusief de vitale staatsfuncties, zodat een 'herverkaveling’ van Afrika optreedt onder leiding van krijgsheren, multinationals en buitenlandse mogendheden.
Op de achtergrond van de Amerikaanse diplomatie, huurlingen en kleinere mijnbouwmaatschappijen verrijzen de contouren van de twee grootste grondstoffenkartels van de wereld: het Brits/Zuid-Afrikaanse Anglo American (waarvan het bestuur grotendeels samenvalt met de leiding van Executive Outcomes) en het Britse Rio Tinto Zinc. Samen bezitten ze de helft van de diamantconcessies, de helft van de platinawinning en 25 procent van de goudwinning in de wereld. Zij verdelen Afrika in een nuttig gedeelte waar zich de grondstoffen bevinden, en een nutteloos gedeelte dat in armoede mag wegzinken. Voor Hutu-vluchtelingen is die nieuwe orde geen plaats. Vandaar de zorgvuldig voorbereide 'stammentwisten’ die straks in Kivu zullen losbarsten.