Afrikaans eiland in Brussel

Brussel - Harry de vrachtwagenchauffeur staat te wachten op een brug over het kanaal Brussel-Charleroi. Hij vervoert een tiental personenwagens van Nederland naar een distributeur in de Heyvaertstraat in Kuregem, Anderlecht, de slagader van de handel in tweedehands auto’s van Europa naar West-Afrika. ‘Vijf minuutjes’, belooft een stem via de speakerphone in een nauwelijks verstaanbaar Afrikaans-Engels. 'Dat zei je tien minuten geleden ook al’, antwoordt Harry, minstens zo onverstaanbaar. Zijzelf verstaan elkaar, op een of andere manier.
De telefoon gaat: we kunnen. De motor dondert langs groepjes Afrikaanse mannen die op de stoep staan te hangen voor garages en parkeerplaatsen. Een volgeladen truck met een nummerplaat uit Estland rijdt weg, in de richting de haven van Antwerpen. Harry manoeuvreert zich achteruit het erf op en begint te lossen. Niemand weet precies hoeveel auto’s er ieder jaar naar Afrika vertrekken. Veel. Een half miljoen, zo wordt geschat, van over heel Europa. Het leeuwendeel daarvan gaat via Brussel naar Cotonou, de havenstad van Bénin, waar auto’s sinds de liberale jaren negentig zonder heffing kunnen worden ingevoerd.
'Dit is een Afrikaans eiland in Brussel’, zegt Frederik Lamote, antropoloog aan de universiteit van Leuven, 'compleet geïsoleerd van de rest van de stad’. Zijn woorden zijn nauwelijks hoorbaar over het luide gekrakeel van de vele thee drinkende mannen in een bar zonder naam. Ze zijn eigenlijk aan het werk, vertelt hij. Ze hopen hun slag te slaan als tussenpersoon.
Het is moeilijk te geloven dat hier alles volgens de regels gaat. Garages staan vol met elektronische apparatuur - wasmachines, tv’s - die dezelfde kant op moeten en in auto’s worden gepropt. Sommige auto’s zijn eerder wrakken, terwijl ze voor de export in goede staat moeten zijn. De handelaren zijn meestal vriendelijk, soms niet. Ze zijn terughoudend en praten niet graag over hun werk. Gestolen auto’s komen ook voorbij, zegt Joost Beuving, onderzoeker aan de Vrije Universiteit, maar niet zo veel als wel eens wordt gesuggereerd. Hoge diefstalcijfers in Nederland werden eind vorige maand nog in verband gebracht met de handel naar Afrika, vertelt hij.
Dumpt Europa nu zijn oude, vieze auto’s in Afrika? Een studie uit 1999 wees naar de import van tweedehands auto’s als de grootste bron van luchtvervuiling. Maar ook dat ligt ingewikkelder, zegt Beuving. 'Ze hebben daar nog steeds veel minder auto’s dan wij. Ik vermoed dat de vele brommertjes de echte boosdoeners zijn.’ Een half uur later is Harry klaar. Op naar Vilvoorde voor een lading nieuwe auto’s bestemd voor de Nederlandse showrooms. Die hij over tien jaar weer terug kan komen brengen.