Afrikaanse operette

Een onpartijdige houding ten opzichte van de Afrikaanse cinema is zinloos. Het trieste en onmetelijke continent heeft een filmproduktie die in cijfers eigenlijk te verwaarlozen is. Als je de Arabische wereld bij Afrika rekent (wat alleen geografisch klopt), dan kun je met goede wil nog van een filmproduktie spreken, maar beneden de Sahara is die nagenoeg non-existent. Vanuit een neutrale positie kun je en hoef je niet eens over een Afrikaanse cinema te spreken. Maar omdat je kunt vinden dat Afrika overal recht op heeft, kun je alvast spreken over een cinema. Als een hypothese.

Dat is wat er gebeurt tijdens het sympathieke filmfestival Africa in the Picture: stel er is een Afrikaanse cinema, dan kun je dat blijmoedig presenteren tijdens een feestelijk festival. Er mag dan geen cinema zijn en misschien ook nooit komen, er is wel een handvol incidentele films. Heroische incidenten die de uitzonderingen zijn op de regel dat film maken in Afrika onmogelijk is. Omdat dit onmogelijk is, zoals er zoveel onmogelijk is in Afrika, wordt er soms hulp verleend van buitenaf. In de praktijk bijna alleen door de Franse overheid, die ook via dit lijntje het francofone Afrika aan zich blijft binden, maar ook in zeer bescheiden mate - als druppel op een gloeiende plaat - door het Hubert Bals Fonds. Ik lees voor dit fonds (of beter fondsje) scenario’s. Ik ben dus partijdig als ik iets zeg over de Afrikaanse, door het Hubert Bals Fonds gesteunde film Xime van Sana Na N'Hada.
Hoe partijdig je ook bent, het blijkt toch nog mogelijk te zijn dat je iets niet goed vindt, want Xime is naar mijn idee geen goede film. Het verhaal van Xime speelt zich af aan het begin van de onafhankelijkheidsoorlog in Guinee-Bissau. De revolutionair Raul besluit terug te keren naar zijn geboortestreek Xime om daar het zaad van de revolutie te zaaien. Hij treft zijn dorp aan als een operetteversie van Afrika. Levend in een ware hof van Eden houdt zijn jongere broer Bedan zich onledig met het pesten van de lokale politieman en het versieren van de beoogde bruid van zijn vader.
De verbeelding van het dorpsleven is ronduit karikaturaal, maar nog authentiek en realistisch te noemen in vergelijking met de portrettering van de Portugezen die de koloniale macht vertegenwoordigen. Zelfs Kuifje in Afrika is fotorealistisch te noemen in vergelijking met de rollen van de Portugese districtsbestuurder en de witte pater. Zelfs als je hardop voor jezelf blijft zeggen dat het een komedie is, dat de kluchtigheid en de karikatuur een bewust stijlmiddel is, dan blijft de platheid van de personages en de hulpeloosheid van het acteren een onoverkomelijk probleem. De onbeholpenheid van de film gaat een stuk verder dan wat wel het charmante amateurisme van de Afrikaanse films is genoemd. Het verhaal is alleen met veel bereidwilligheid te volgen en stilistisch gezien is de film volledig stuurloos.
De betrokkenheid van Nederland bij Xime gaat verder dan de verlening van een kleine bijdrage door het Hubert Bals Fonds. Meerdere instellingen participeerden, maar bovenal had de film een Nederlandse producent in Hillie Molenaar. Haar compagnon Joop van Wijk droeg zoveel bij aan het scenario dat hij als mede-scenarist naast Sana Na N'Hada wordt opgevoerd. De zeer nadrukkelijke, om niet te zeggen opzichtige en totaal niet bij de toon van de film passende fotografie is van de Nederlandse cameraman Melle van Essen.
Op zich is de bemoeienis van westerse producenten en de medewerking van westerse technici aan een Afrikaanse film niet uitzonderlijk. Het is zelfs eerder regel. Er is geen Afrikaanse film die in Afrika zelf wordt afgewerkt omdat er eenvoudigweg geen laboratoria zijn. Maar je kunt ook te hulpvaardig zijn. Je kunt iemand zoveel werk uit handen nemen dat er weinig inbreng meer overblijft. Zelfs als je Xime een goede film zou vinden, dan nog moet je concluderen dat de weg van Xime nooit tot zoiets als een Afrikaanse cinema zal leiden.