‘afschaffen’

HET IS WEER rustig in Europa. De storm die werd veroorzaakt door nieuws over vriendjespolitiek en fraude bij de Europese Commissie is weer gaan liggen. De commissarissen Cresson en Marín zijn er zonder veel problemen vanaf gekomen. De motie van wantrouwen die door de socialistische fractie was ingediend kreeg immers niet de vereiste meerderheid, op het laatste moment kozen de christen-democraten de kant van commissievoorzitter Santer, na het vertrek van Helmut Kohl nog de laatste grote leider die de christen-democraten in Europa over hebben. De socialisten redeneerden dat het parlement door de motie niet aan te nemen duidelijk haar vertrouwen aan de commissie had geschonken.

Maar dat is wel het laatste beeld dat de gemiddelde Europeaan aan het weekje gekrakeel in Straatsburg heeft overgehouden. Eens te meer werd duidelijk: een broeinest van democratische gedachten is Europa in ieder geval niet. Waar het Europees Parlement in zijn duel met de Commissie zijn uiterste best deed een en ander voor te stellen als een serieuze krachtmeting, bleek dat wanneer het erop aankomt de volksvertegenwoordigers maar weinig te zeggen hebben. Niet alleen omdat ze formeel nog niet evenveel rechten en mogelijkheden hebben als bijvoorbeeld een Tweede-Kamerlid, ook omdat ‘de hoofdsteden’ een flinke vinger in de pap hebben. NA VEERTIEN JAAR Europese politiek nam Nel van Dijk vorig jaar afscheid. Het 'gezicht bij de schandalen van Europa’ vond het mooi geweest, het oeverloze reizen zat. Een 'routineklus’ werd het, zegt ze. 'De medewerkers deden het werk en ik was een soort medium dat de boodschap doorgaf. Op zo'n moment moet je ophouden.’ Namens GroenLinks heeft de oud-CPNster zich jarenlang niet alleen beziggehouden met het doorsnee commissiewerk - milieu, verkeer en vervoer en vrouwenbelangen - maar ook met de strijd voor openheid binnen het eigen parlement. Ze liep rond met verborgen cameraatjes in haar tas, ze stelde exorbitante onkostenvergoedingen aan de kaak, wond zich op over luxueuze douches, torpedeerde het riante pensioenfonds en op Internet publiceerde ze in 1997, tijdens het laatste Nederlandse voorzitterschap, een groot aantal geheime documenten van de Unie, zogenaamde non-papers. Naar eigen zeggen vergaarde ze haar informatie over fraude en bedrog op 'slinkse wijze’. Graag graaide ze in de Europese prullenbakken, 'echt de allerbeste informatiebron’. Haar mede-Europarlementariërs namen haar de pogingen op deze wijze het parlement opener te krijgen niet in dank af. Van Dijk zou 'het eigen nest bevuilen’ en de 'vuile was buiten hangen’. Opgelucht haalden de collega’s adem toen de uitnodiging voor Van Dijks afscheidsreceptie in de bus viel. 'Ik hoop dat je in je volgende baan gelukkiger zult worden’, zei iemand op de bijeenkomst tegen haar. Van Dijk: 'Dat geeft goed aan hoe mensen tegen mij aankeken. Een aantal collega’s had het gevoel dat ik ze persoonlijk pakte, maar dat is onzin. Ik heb aan de orde willen stellen wat er allemaal mis is. Dat mensen daar dan het slachtoffer van worden omdat anderen hun op bepaalde punten aanspreken, dat is mij toch niet te verwijten?’ Tegenwoordig is ze directeur van het Landelijk Bureau Leeftijdsdiscriminatie. In Utrecht, waar ze doordeweeks woont, en in Sittard, waar ze in het weekend zit - het heen en weer reizen is ze niet verleerd - volgde ze de verrichtingen van de voormalige collega’s op de voet. Ze heeft zich 'rot gelachen’. Een ouderwets weekje Europa, dat was het. De onthullingen over fraude binnen de Europese Commissie kwamen voor Van Dijk niet onverwacht. 'Je hoort het nooit exact, maar dáár gebeurt het. Dáár springen de mensen uit het raam’, zegt ze met spot, fijntjes refererend aan een Italiaan die jaren geleden vanuit het gebouw van de Commissie de dood tegemoet sprong nadat zijn aandeel in een tabaksfraudezaak ontdekt was. TIJDENS HET fraudedebat, inmiddels bijna drie weken geleden, probeerde het Europees Parlement met de beperkte middelen die het heeft - het individueel aanspreken en wegsturen van een of twee verantwoordelijke commissarissen behoort niet tot de mogelijkheden - weer eens de tanden te laten zien. Het was vechten tegen de bierkaai. Er was geen meerderheid voor de motie van wantrouwen en om de orde te herstellen kwam commissievoorzitter Santer met een aantal maatregelen die fraude en corruptie in de toekomst moeten tegengaan. Als een nachtkaars doofde de Europese mini-crisis. 'Zó voorspelbaar’, meent Nel van Dijk, die daags na het debat met verbazing de milde commentaren in de kranten las. Van Dijk: 'Het parlement heeft opnieuw over zich laten lopen, dát is er gebeurd. De commentaren hadden als vanouds vernietigend moeten zijn.’ Maar week de crisis van deze maand dan in niets af van alle eerdere hopeloos mislukte pogingen van het Europees Parlement om zich te doen gelden? Dat toch wel. Van Dijk: 'De Europese Commissie is nooit eerder zó in het nauw gedreven als nu. De laatste keer dat er een probleem speelde, was toen het parlement hoorzittingen wilde houden voordat de huidige commissie werd aangesteld. Over een aantal mensen werd gezegd: onvoldoende. Santer moest indertijd zweten, niet meer dan dat. Van het allergrootste politieke belang was het niet. Deze keer ging het over veel fundamenteler kwesties. En, wat nieuw is, er zijn commissarissen beschadigd.’ Het leek het maximaal haalbare. Een serieuze politieke blamage, waarbij de commissie zelf voor de keuze had gestaan op te stappen of nog wat te blijven, had echter ook gekund. Díe zet had het parlement moeten doen, roept Van Dijk heftig met haar armen zwaaiend uit. 'Als een stelletje lafbekken zijn die christen-democraten op hun schreden teruggekeerd, ongelooflijk. Omdat andere fracties hun handen al van de resolutie hadden afgetrokken, en er dus geen meerderheid te halen viel, stemden zij ook maar tegen. Dan kunnen we een compromis gaan zoeken, zeiden ze. Hoe kun je nou je eigen stemgedrag laten bepalen door het voorgevoel dat er wel eens geen meerderheid zou kunnen zijn? Smoesjes, ze zijn gewoon door Santer onder druk gezet.’ OPGERICHT IN 1979 is het Europees Parlement al met al nog steeds niet volwassen. Door de moeizame organisatiestructuur moet elke futiele democratische vernieuwing ook zwaar bevochten worden. Van het werkelijk scherp in de gaten houden van de Europese Commissie komt niet veel. Dat kan ook niet, zegt Van Dijk, omdat alleen al de debatten met Eurocommissarissen in feite een schijnvertoning zijn. De commissaris die verantwoordelijk is voor het onderwerp van debat is maar zelden aanwezig. Een ander leest dan een briefje voor dat door een ambtenaar is opgesteld. 'Wanneer er specifieke vragen komen van een van de parlementariërs, dan weet de aanwezige commissaris natuurlijk van niets en moet hij maar hopen dat de ambtenaar weer zo vriendelijk is snel wat op papier te zetten.’ Maar dat is niet alles. Van Dijk: 'Je bent meestal een van de vele tientallen sprekers. Binnen een fractie willen altijd mensen uit diverse landen iets over een onderwerp zeggen. Levendige debatten kun je dan wel vergeten. Je mag elkaar nota bene niet eens interrumperen! Je staat zo vaak tegen de muur te lullen. En aan het eind van de week? Dan wordt er gestemd. Zit je de hele dag gymnastiekoefeningen te doen: hand omhoog, hand omlaag. Soms liggen er op een voorstel uit een commissie wel tweehonderd amendementen. Wat een gedoe, en zo zonde van de tijd. Afschaffen! En wees nou toch eerlijk: een parlement dat niet in staat is zelf te beslissen waar ze moet vergaderen, dat kun je toch niet serieus nemen? Heel Europa zegt: het is krankzinnig dat die club op twee plekken gehuisvest is. Een meerderheid wil daar ook al jaren vanaf. Toch steekt steeds de Raad van Ministers er een stokje voor. Dat is gewoon pure onwil. Die ministers willen stelselmatig de macht bij zichzelf houden. Soms dacht ik wel eens, het wordt nooit wat hier.’ EEN DEFAITISTISCHE houding lijkt zich van het parlement meester gemaakt te hebben. Maar weinig mensen maken zich nog druk om de interne cultuur. Wanneer de parlementariërs zichzelf serieus zouden nemen, dan valt er met de bescheiden vernieuwingen van de afgelopen jaren echter best wel wat invloed uit te oefenen, zegt Van Dijk, al gaat dit natuurlijk op een andere wijze dan in een regulier parlement als de Tweede Kamer. Een Europarlementariër moet het hebben van 'de informele wegen’, zegt ze. Maar in dat 'zichzelf serieus nemen’ steekt nu juist het hele probleem. Veel mensen zijn in het parlement neergezet 'om een inkomen te hebben en om hun status hoog te houden’, aldus Van Dijk. Het vuilnisvat van de politiek dus. 'Als je weet dat types als Craxi (voormalig Italiaans premier, beschuldigd van banden met de maffia - pv) en Marchais (voormalig communistenleider te Parijs - pv) jarenlang lid zijn geweest van het Europarlement, ik geloof niet dat ik een van de twee ooit gezien heb. En dan zijn er ook nog zo veel echt uitgebluste mensen. Kijk alleen eens naar de Belgische politiek: Tindemans, Martens, De Clercq, allemaal oud-nationale politici die in Straatsburg zijn geparkeerd. Met geen mogelijkheid zijn ze weg te slaan. Dat komt de slagvaardigheid van het parlement echt niet ten goede. Of neem Piet Dankert, een heel aangename collega, maar al jarenlang uitgeblust. Moe, uitgeput. Die mensen moeten een boek gaan schrijven of nog wat advieswerk doen, maar niet altijd maar in dat parlement terugkomen.’ Of ze zouden het werk van Nel van Dijk moeten overnemen. Eind 1997 maakte zij bekend haar activiteiten tegen gesjoemel en gefraudeer onder te brengen in het 'Comité Tegen Verspilling’. Het is op niets uitgelopen: andere leden voor het comité kon Van Dijk onmogelijk vinden. In een van de tien uitgangspunten werd immers in felle bewoordingen afgerekend met het uitermate lucratieve pensioenfonds van het Europarlement. Alle afgevaardigden die Van Dijk op haar lijstje had staan als potentiële leden van het Comité bleken zich op het pensioenfonds ingeschreven te hebben. En het blijft nodig, treurt Van Dijk, die zo weer met nieuwe hilarische staaltjes van Europese broederschap komt. 'Vernam ik opeens dat er in het gebouw in Brussel een tandartsenpraktijk zou komen. Terwijl niemand erom gevraagd had. Bleek dat die tandarts bevriend was met iemand uit het College van Quaestoren, zeg maar de penningmeesters van het parlement. Ik navraag doen: zijn er niet genoeg tandartsen in Brussel soms? Er bleek zelfs een overschot te zijn! Hup, brief geschreven naar de voorzitter: dit kan zo niet. Een paar maanden later kregen alle parlementariërs een enquête op het bureau. Of we dan misschien liever een bloemist hadden in plaats van een tandartsenpraktijk. Om je stuk te lachen.’ EN TOCH verwacht ze dat het eens goed komt. In de veertien jaar dat Nel van Dijk in het Europese gangenstelsel heeft rondgehangen, lijkt er heus wel iets veranderd. Niet alleen de formele invloed is, met laatstelijk het Verdrag van Amsterdam, iets uitgebreid, sommige afgevaardigden zijn ook wat mondiger geworden. Bovendien, constateert Van Dijk, is er meer aandacht voor het parlement. Het aantal lobbyisten dat het parlement probeert te bewerken stemt hoopvol: ze zullen wel denken dat er wat te halen valt. Ook het journaille heeft meer aandacht voor Europa. Van Dijk: 'Een jaar of tien geleden grossierden kranten in clichés wanneer ze over het Europees Parlement schreven. “Allemaal heel ingewikkeld daar in Straatsburg”, schreven ze zonder op de inhoud in te gaan. “En ze hangen maar wat aan de bar en vreten zich vol, die Europarlementariërs”, eindigden die stukken steevast. Nu lees je af en toe wel eens in de krant dat het Europees Parlement besloten heeft dat de auto schoner moet worden. Het is zorgwekkend dat je er blij mee moet zijn, maar er verandert tenminste iets.’