Fortuyn begraven

Afscheid van de Messias

ROTTERDAM – Ondergedompeld in een onheilspellende cocktail van rouw en haat, neemt Rotterdam afscheid van Pim Fortuyn. ‘Moslims raus! 15 mei bevrijdingsdag’, staat er in grote letters geschilderd op een muur van station Lombardijen in Rotterdam-Zuid. ‘Melkert moordenaar’, staat er in hetzelfde lettertype naast. De Hindoestaanse jongen in tramlijn 20 knikt instemmend als hij zijn ogen over de graffiti laat glijden. Ongevraagd begint hij te vertellen dat ook hij vast en zeker op Fortuyn zal stemmen. ‘Anders steken ze mij over dertig jaar, als ik mijn laatste pensioencentjes uit de pinautomaat haal, ook een mes in mijn rug’, spreekt hij met onvervalste Rotterdamse tongval. Waarna hij via de vroegere contractarbeid van zijn voorouders en de geschiedenis van de Lalla Rookh automatisch aankomt bij vermeende discriminatie op de werkvloer van sportclub Feyenoord: ‘Waarom zie je daar nou nooit eens een hindoe spelen, maar alleen maar negers? En maar zeuren over de slavernij vroeger!’ Als ik voorzichtig opmerk dat we juist in deze bange tijden toch zouden moeten streven naar enige sociale cohesie stapt hij boos op en gaat hij ergens anders zitten. Verdraagzaamheid is anno mei 2002 een aan hyperinflatie onderhevig artikel geworden in de stad die ooit toebehoorde aan de geest van Erasmus.

De Coolsingel ligt nog bezaaid met scherven van het spontane, ongewenste volksfeest dat volgde op de Europese overwinning van Feyenoord. Voor het stadhuis staan nog steeds lange rijen wachtenden ter ondertekening van het condoleanceregister. De gevel is behangen met foto’s van Fortuyn en spandoeken met teksten als ‘De politiek en de media hebben Pim gedemoniseerd’ en ‘Pim slaapt, dus wij blijven wakker’. De meeste mensen staan zwijgend voor zich uit te kijken. Mannen, vrouwen en kinderen met tranen in hun ogen, diep gebukt onder een loden droefheid. Een grote zwarte man in een Feyenoord-shirt staart als in een trance verzonken naar de bloemenzee voor het stadhuis. Een man met een klein meisje op zijn schouders legt omstandig uit aan een ploeg van TV Rijnmond dat de moordenaar van Pim Fortuyn gezien zijn schiettechniek een professionele moordenaar moet zijn geweest. Het wil er bij hem niet in dat de aanslag in het Mediapark het werk is geweest van een amateur uit de wereld van de macrobiotisch aangedreven milieufreaks. Een groep bejaarde dames betuigt luid adhesie aan het ballistische exposé dat volgt, een complottheorie die in alles doet denken aan een Hollandse versie van Oliver Stone’s JFK. Hier en daar weerklinken spreekkoren, waarbij Ad Melkert weer voor ‘moordenaar’ wordt uitgemaakt en ook Marcel van Dam het moet ontgelden.

Voor de Sint-Elizabethkerk aan de Mathenesserlaan staan van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat tienduizenden mensen te wachten voor een laatste blik op de kist van Pim Fortuyn, wiens gebalsemde lichaam er vredig bijligt als dat van Lenin in het mausoleum op het Moskouse Rode Plein.