Afscheid van een bons

De bons nam afscheid en met zijn bekende aplomb liet hij ons nog eenmaal weten wat hem gedreven had. Daar kun je bij bonzen op wachten, net als op hun verstikte stem bij afsluiting van de toespraak - ontroering om het eigen lot, zo ongeveer de enige emotie waarop ondergeschikten hen al die jaren hebben kunnen betrappen.

Behalve dan de woede die ze bewaarden voor overleg met de ondernemingsraad. Dus luisterden we naar z'n laatste woorden, en in jankerig verlangen naar de borrel die wachtte maar gescheiden in gedrag, afhankelijk van karakter en ambitie: de carrieremakers vol heilige aandacht, de bangeriken en gehoorzamen stil, de eeuwige querulanten commentaar fluisterend tegen de onverschilligen zonder ambities die wel van een dolletje houden maar zich nu, proest onderdrukkend, ongemakkelijk voelden. ‘Mag ik eens even mijn persoonlijk credo ontvouwen?’ 'He ja’, fluistert de opposant. 'Allereerst zeggen wij met Jaap van Heerden: “Wees blij dat het leven geen zin heeft.” Verder gaat het dan vooral nog om Maatgevoel, Betrokkenheid en Pret. De grote betrokkenheid keert zich primair tegen censuur, dictatuur, geloofsijver, racisme en zinloos geweld. Daar wil ik nog steeds de straat voor op. De kleine is gericht op de naaste medewerkers en het eigen heil. Maatgevoel is zoiets als niet blijven drammen en oog houden voor verhoudingen en schakeringen. (…) En armoede, ziekte, zure regen, domheid, textiele werkvormen en slechte smaak dan? Ja, hoor eens, je kunt niet voor ieder ongemak een Franse wijnstreek de wacht aanzeggen. Maatvoering, weet u nog?’
Het werd stil. Hiervan had ook de querulant niet terug. Dit was, zelfs als jouw index van grote betrokkenheid een artikeltje langer was, geestig, intelligent en, toe maar, integer. En als de chef dan z'n 'ideologische aderlating’ zelf ook nog genant noemt, in de geest van Freek de Jonge die ooit pralend en dus spottend uitriep: 'Ik ben tegen apartheid’, dan heb je geen gewone baas voor je maar Jan Haasbroek. De citaten komen uit Eerste woorden, Laatste woorden, boekje van zijn hand ter gelegenheid van het afscheid van de VPRO-radio. In de vorm van toespraak tot het personeel. En vergezeld van cd’s met door hem uitverkoren programmafragmenten. Aan te raden voor wie de VPRO- radio bemint, daar nog altijd graag naar luistert, maar tegelijk ook weet dat veel onherroepelijk voorbij is. Door het bestel, door de veranderende plaats van de radio, door de dood en wat niet al. Realiseerde me dat de VPRO (en andere omroepen soms) goede programma’s maakt maar dat het niet meer zal worden wat het eens was - platform waarop een groep geestverwanten die je niet persoonlijk kende maar die je bij de voornaam noemde, vanuit Jans credo (toe maar) zorgde voor een verrukkelijke combinatie van Betrokkenheid en Pret waarbij het Maatgevoel wisselde. Uren, dagen waarop je je verheugde. Integrerend bestanddeel van het leven, zoals praten met vrienden en lezen. Voorbij. Ach Jan, dat is nu eenmaal 'het fruit van de maatschappij’, zoals recent een razende Radio 1- reporter 'the fruit of society’ voor ons vertaalde. Het ga je goed.