H.J.A. Hofland

Afscheid van een droom

NEW YORK — Plagiaat is in de politiek gebruikelijk. Soms, als de ene partij een goed idee van de concurrent pikt, zich erdoor laat inspireren, mag het volk er blij mee zijn. Hoe sneu het ook voor de benadeelde is.

Een begin van veelbelovend plagiaat treffen we aan in de nieuwe plannen van de Amerikaanse regering met Irak. Een paar maanden geleden verklaarden VN-secretaris-generaal Kofi Annan, de Franse president Chirac en nog een paar door Washington irrelevant verklaarde figuren dat het verreweg het beste zou zijn als de Irakezen zo vlug mogelijk het bestuur weer in eigen handen kregen. De Verenigde Naties konden daarbij een sleutelrol vervullen.

De Amerikanen waren van mening dat een nieuwe grondwet en verkiezingen voorrang hadden. Voor de VN was daar geen werk. Nu is, op voorstel van de Iraakse regeringsraad, de volgorde omgedraaid. Misschien al in juni volgend jaar zal in Bagdad een zelfstandige regering resideren. Die moet dan internationaal worden erkend. Minister Powell wil de Verenigde Naties weer een functie geven. Maar de troepen van de coalitie zullen nog niet vertrekken. Op uitnodiging van de dan gevormde regering zullen ze blijven tot rust en orde door de Irakezen zelf kunnen worden gehandhaafd. De opbouw van een eigen politie en leger is in volle gang. Op deze manier zal bij het volk de indruk worden weggenomen dat het in een bezet land woont. Dat is een grote verandering, die onder druk tot stand is gekomen, niet van de internationale gemeenschap of de oppositie in Amerika, maar van het verzet in Irak zelf.

Komen de veranderingen op tijd? In de verslaggeving van de Amerikaanse media zijn vier algemene waarnemingen en conclusies te ontdekken. De grote meerderheid van de Irakezen is nog altijd blij dat Saddam Hoessein niet meer de lakens uitdeelt. Er is een duidelijk herstel van het normale leven. Maar tegelijkertijd is het duidelijk dat de Amerikanen de problemen van de maatschappij na Saddam grenzeloos hebben onderschat. En de weerstand tegen de bezetting neemt toe, louter door de aanwezigheid van de bezettende macht zelf. In deze onophoudelijk veranderende situatie weet niemand precies wat er gebeurt. Achter het officiële vertoon van zekerheid schuilt verwarring.

Nu heeft Washington besloten tot versnelde zelfstandigheid. Maar alle legale partijen zijn het erover eens dat dit niet het vertrek van de Amerikanen met zich mee kan brengen. Dat zou een burgeroorlog tot gevolg hebben. Dus moet de bezettingsmacht blijven. Daarmee is de vicieuze cirkel gesloten. Of het nu soennieten, terroristen van al-Qaeda, leden van de Baath of loslopende geweldplegers zijn, het is het resultaat van hun daden dat telt. Eerst moeten deze saboteurs worden opgespoord en vernietigd. Vorige week ging dat met operatie Iron Hammer, nu heet het Ivy Cyclone. Ik hoop dat ook het NOS Journaal en RTLNieuws tijd zullen vinden om te laten zien hoe dat, via de camera, in zijn werk gaat.

Bij nacht verschijnen helikopters met hun chirurgische wapens boven de verdachte locaties. We zien het bekende vage groen en rood opflikkerende schijnsel van de explosies. En dat is dat. Het gebeurt in stedelijke gebieden. Of er is ontdekt waar een terrorist of een van terrorisme verdachte woont. Hij is niet thuis. Zijn familie wordt naar buiten gevoerd, en dan wordt het huis opgeblazen. Geen woord over omwonenden, buurtbewoners en collateral damage.

Zoals bij de meeste oorlogsverslaggeving op de televisie het geval is, zijn we voor een belangrijk deel op onze verbeeldingskracht en ons vermogen tot vereenzelviging aangewezen. Wat denken die mensen die eerst werden bevrijd, toen bezet en nu zien hoe de bevrijders — met de nobelste bedoelingen, ongetwijfeld — hele blokken onroerend goed in puin veranderen? Gaan ze niet geloven dat ze op de allertreurigste manier van de wal in de sloot zijn geraakt?

De regeringsraad onder leiding van de door de Amerikanen benoemde heer Chalabi die, alweer volgens Amerikaanse reportages, al meteen niet door het hele volk op zijn woord werd geloofd, begint onder deze omstandigheden meer en meer op een Quisling te lijken. Of een burgemeester in oorlogstijd. Daar kan hij ook niets aan doen. Hij is een prooi van het lot geworden.

De nieuwe Amerikaanse politiek loopt over twee sporen. President Bush heeft vorige week een rede gehouden waarin hij het hele Midden-Oosten democratie in het vooruitzicht stelde. De rede van een staatsman, schreven verraste critici. Van de valse voorwendsels waarmee de oorlog is begonnen, werd niet meer gerept. De nieuwe plannen tot overdracht van het bestuurlijk gezag benaderen wat in de VN en in Europa voor wenselijk wordt gehouden. Daar schemert misschien een nieuw perspectief.

Maar dit verandert niets aan de actuele werkelijkheid. Terwijl de materiële omstandigheden van de Irakezen verbeteren, wordt door de ongrijpbare terreur de bezetting grimmiger en blijven de soldaten sneuvelen. De theorie van de toekomst is in deze fase regelrecht in tegenspraak met de dagelijkse praktijk. Het is geen nieuw Vietnam waarin het leger door de guerrilla werd verslagen. Het lijkt steeds meer op het Israëlisch-Palestijnse conflict, waarin een macht op vreemde bodem de orde van zijn ontwerp probeert te vestigen, terwijl het initiatief bij de terreur ligt. Het verschil is dat bij het Israëlisch-Palestijnse conflict het voortbestaan van Israël in het geding is, terwijl het in Irak gaat om de droom van de neoconservatieven. Zo wordt het natuurlijk niet gezegd, maar van die droom wil Washington worden bevrijd, geruisloos, geleidelijk, via de VN en de herontdekte bondgenoten.