De beste boeken van 2019

Afscheid van een vroeger ik

Welk boek deed ons schaterlachen? Welk boek verbaasde ons, dwong respect af, of hielden we angstvallig voor onszelf, om het nu alsnog te noemen? Dit zijn de boeken die de recensenten van De Groene het meest bijbleven.

Eerlijk gezegd baal ik er een beetje van, maar het is zo: de boeken die in het afgelopen jaar de meeste indruk op me maakten, gaan beide over de oorlog. Het eerste is het buitengewoon opmerkelijke maar, vreemd genoeg, toch onvoldoende opgemerkte boek van Roel van Duijn over nsb’er Julia Op ten Noort. Opmerkelijk is dit boek om geen andere reden dan dat provo Van Duijn de durf en de moed heeft om parallellen te zien tussen hem en deze vrouw. Twintig, dertig, misschien zelfs wel tien jaar geleden was zoiets ondenkbaar. Dat is dus veranderd en mijns inziens veelzeggend voor zowel onze tijd als de jaren 30-40. De grens die Van Duijn trekt, ligt niet langer, zoals te doen gebruikelijk, tussen links en rechts, maar tussen radicaal en democratisch. Radicalen zijn in principe niet bereid compromissen te sluiten, stelt hij, democraten wel. Van Duijn was ooit radicaal zoals Op ten Noort dat was. Met dit boek zet hij haar te kijk terwijl hij via een omweg afscheid neemt van zijn vroegere ik. Dat is mooi en spannend.

Het tweede boek dat mij in het afgelopen jaar enorm trof, is van de Belgische historicus en rector magnificus van de Universiteit Antwerpen, Herman van Goethem. Het gaat over 1942 en doet in heel andere zin iets wat ook Van Duijn doet: het mengt geschiedschrijving met persoonlijke ervaring en reflectie. Precies om deze reden wordt dit boek in professionele kring bekritiseerd, maar ik ben het met die kritiek niet eens. Niet alleen weet Van Goethem goed waarover hij spreekt en heeft hij zijn huiswerk heel goed gedaan, ook toont hij eveneens durf en moed. In zijn geval leidt dit tot een geheel ander soort conclusie, namelijk dat mensen vreselijke opportunisten zijn, zelfs zo opportunistisch dat ze al het mogelijke doen om hun opportunisme te verbergen. In dit geval betekende dat met name dat bestuur, magistraten en politie van Antwerpen doodgemoedereerd meewerkten aan de vernietiging van de joodse bevolking tot bleek dat dit zich weleens tegen hen zou kunnen keren. Toen verzonnen ze een fraai praatje – en dat werd nog geloofd ook.