Pro- of anti-wolf?

‘Afschieten! Stel dat hij mijn kleinkind pakt’

De wolven zijn terug, en de meningen daarover zijn verdeeld. De een vindt het geweldig, de ander zou ze het liefst direct bij de Duitse grens afschieten. ‘De wolf kleurt niet binnen de lijntjes’, zegt de natuurfilosoof.

GW998f – dat staat voor Grijze Wolf, f voor vrouw – in Drenthe voor een camera van Staatsbosbeheer © Staatsbosbeheer

‘Hier lag toch ergens een oude drol?’ mompelt Jaap van Leeuwen en hij loopt een stukje het bospad terug. De zon is net op, de kou trekt langzaam uit de lucht. Hij veegt met zijn voet wat bladeren weg, schudt zijn hoofd. Een koor van vogels fluit om ons heen, in de verte klinkt het getik van een specht tegen een boom. Van Leeuwen stapt met boomlange benen, stevige wandelschoenen, statief over zijn schouder – ‘je weet nooit wat er te zien is’ – en zijn langharige herdershond Arko aan de lijn verder over het zanderige bospad.

We zijn in het territorium van GW960f – Grijze Wolf 960 female. Van haar is in augustus vorig jaar de eerste drol op de Midden-Veluwe gevonden, sindsdien nog een paar. Het genetische profiel is vergeleken met die van Duitse wolven in de databank van onderzoeksinstituut Senckenberg Wildlife Genetics waar ze nummer 960 is. GW960f blijkt afkomstig uit een roedel in Nedersaksen, vierhonderd kilometer van de Veluwe. Ze is de tweede wolf die officieel in Nederland is gevestigd.

Van Leeuwen, docent dierverzorging ‘kat en hond’ in Wageningen, vindt het geweldig dat de wolf terug is. Dierensporen vinden en herkennen was al een hobby van hem, en wolven hadden zijn speciale interesse. Eerder ging hij naar Polen om wolvensporen te zoeken. Hij is een ‘natuuridioot’, zegt hij zelf, hij zou de hele wereld wel over willen reizen voor de wolf. En nu is die uit zichzelf verschenen in zijn achtertuin.

‘Van een marter’, zegt hij, en wijst op een dunne, verse drol in een U-achtige vorm midden op het pad. Dieren markeren hiermee hun territorium, en een pad is een duidelijke begrenzing. Jaap van Leeuwen is een van de vrijwilligers die voor het platform Wolven in Nederland sporen zoekt. Daar heeft hij ook een opleiding voor gehad. Hoe ziet een wolvendrol eruit: ‘groot, 25 centimeter lang, drie centimeter dik, met grote stukken bot erin, soms zelfs hoefjes, stukken huid en haar’; een wolvenpootafdruk: ‘rond de tien centimeter, scherpe nagels’. Als hij een drol vindt, stopt hij een klein beetje in een potje met alcohol en stuurt dat naar de Universiteit Wageningen voor dna-onderzoek.

Hij heeft wolvin GW960f nog nooit zelf gezien. ‘Ik weet dat ze er is’, zegt hij bijna liefdevol. ‘Op haar tijd zal ze verschijnen.’ Het maakt lopen op de Veluwe intenser. ‘Wolven zijn schuw, wij zien ze niet, maar zij ons wel, het kan goed zijn dat ze nu vanachter die bosjes naar ons kijkt.’

Er leven op dit moment drie wolven op de Veluwe. Daarnaast zwerven er een paar door het land – in 2018 zijn er tien verschillende wolven in Nederland waargenomen. Er is, zo zeggen deskundigen, een ‘rekolonisatie’ aan de gang. Het grote roofdier was het laatst gezien in 1869 bij het Limburgse Schinveld, wellicht nog in 1897 bij Heeze in Noord-Brabant, maar feitelijk was de wolf na eeuwen van vervolging al in de loop van de achttiende en begin negentiende eeuw uit ons land verdwenen en teruggedrongen tot diep in Oost-Europa. Na de val van de Muur groeide het aantal roedels snel. De Poolse wolven verspreidden zich rond 2000 naar Duitsland, de Roemeense zwierven via Italië uit naar Frankrijk, waar de eerste in 1998 verscheen.

De eerste wolvin die zich in Nederland heeft gevestigd is Grijze Wolf 998f. Ze komt uit een roedel in Babben, in de deelstaat Brandenburg, tegen de Poolse grens aan. Van daaruit is ze westwaarts gaan lopen – na één of twee jaar gaan de meeste jongen op zoek naar een eigen territorium. Zeshonderd kilometer verder bereikte ze de Nederlandse grens. Het eerste teken dat hier van haar is gevonden is in het Friese dorpje Langezwaag, waar ze vorig jaar op 3 mei zes schapen doodde. Zo’n twee weken later pakte ze vijftien schapen in het Groningse Marum, ze kwam daar zelfs twee nachten achter elkaar langs bij dezelfde boer – ‘Dit kan zo niet doorgaan’, zei schapenboer Arend Krol tegen de Leeuwarder Courant: ‘Stel dat hij mijn kleinkind pakt.’ Maar ze trok door, verder zuidelijk, voorbij Assen, ergens stak ze de A28 over, en een week later zat ze in het Drentse Ekehaar en doodde daar twee schapen, een paar dagen later pakte ze er elf in Hollandscheveld, ook Drenthe.

In de nacht van 12 op 13 juni 2018 kwam ze aan in Overijssel, bij Laag Zuthem, en trof een veld vol schapen aan. Ze moet moe en hongerig geweest zijn, ze had sinds haar laatste maaltijd waarschijnlijk nachtenlang rondgezworven – wolven kunnen per nacht tachtig kilometer afleggen. GW998f maakte een spurt, doodde in het wilde weg, beet lukraak, en trok bij enkele schapen de ingewanden eruit. De dieren moeten in dolle paniek hebben rondgerend, niet wetende dat dat juist hun dood betekende; deze zogenaamde surplus killing komt in de natuur niet voor, het is hetzelfde als marters en vossen in een kippenren doen – alles doden tot het stil is.

De elfjarige Lotte zit als Roodkapje in een rode sweater gebogen over de keukentafel op de boerderij van haar grootouders te tekenen. Gijs, haar jongere broertje, zit naast haar. Ze krast driftig de onderste helft van het tekenvel grasgroen.

Aan de andere kant van de tafel vertelt haar grootvader, schapenboer Nico Kalter, over de grootste schapenslachting tot nu toe. Zijn zoon ging die avond van 13 juni na het eten, ‘het was een uur of half zeven’, zoals elke avond bij de schapen langs. ‘Ik liep net de boerderij binnen toen mijn zoon belde en zei: “We hebben hier verkeerd bezoek gehad.”’ Kalter reed naar het veld iets verderop. Overal zag hij schapen liggen. Twaalf bleken dood, gekeeld bij het strottenhoofd, de koppen en vellen lagen er nog, het middendeel – hart, lever, ingewanden, van rug tot kruis – helemaal weg. Verder, losgetrokken darmen, poten, schouderbladen. Bij vier schapen lag de slagader in de hals open. Negentien waren gewond, bij sommige stulpten de ingewanden eruit, een paar lagen in de sloot. De meeste daarvan hebben ze alsnog laten inslapen. In totaal verloor Kalter 31 schapen.

Met dezelfde toewijding kleurt Lotte het bovenste deel hemelsblauw. Haar lange haar duwt ze zo nu en dan naar achteren over haar smalle schouders. Een wit wolkje verschijnt in de lucht, aan de andere kant een gele zon.

Nico Kalter en zijn zoon hebben hun zevenhonderd schapen verspreid over vier percelen lopen. Dit koppel stond op een groot weiland, zestig hectare, van Staatsbosbeheer. Hij wijst met zijn arm uit het raam, over de weilanden, voorbij die boerderijen. Ze hebben direct de politie gebeld en Bij12 – de organisatie die voor de provincies gaat over faunaschade door wolven. Die namen dna-samples af om te kunnen bepalen of het hier om een wolf of een hond ging. Maar voor boer Kalter was het al wel duidelijk: dit was een wolf. Dit had hij nog nooit gezien. ‘Vier, vijf generaties hebben we geen wolf meegemaakt’, zegt Kalter. ‘Nu opeens worden we er weer mee geconfronteerd. Dat hoort bij buiten wonen, zeggen de stedelingen dan. Maar als ik dat bloedbad zie, moet ik huilen.’

Een lijn met kleine zwarte streepjes vormt het prikkeldraadhek, in het gras tekent Lotte een paar oranje bloemetjes.

Hij heeft alle schapen vergoed gekregen, dat krijgen alle boeren als het om een wolf gaat. De komende drie jaar zal dat zo blijven, staat in het Wolvenplan dat de provincies hebben opgesteld. Schapenhouders krijgen drie jaar de tijd om zich voor te bereiden en maatregelen te nemen, zoals het plaatsen van een hek met stroomdraad, ’s nachts de kudde op stal houden en het inzetten van kuddebewakingshonden. ‘Geen enkele maatregel biedt honderd procent zekerheid’, meldt de brochure van Bij12. ‘Maar de kans op predatie kan wel sterk beperkt worden door de inzet van de juiste preventieve maatregelen.’

Honden? Hekken? Nico Kalter gelooft er niet in. Maar bovenal: hij vindt zo’n wolf gewoon te gevaarlijk. ‘Er zijn gevallen dat mensen zijn aangevallen’, zegt hij – dat was weliswaar tweehonderd jaar geleden, maar, vraagt hij retorisch: ‘Moeten we daarop wachten?’ Dan wijst hij op zijn kleinkinderen aan de andere kant van de tafel. ‘Kunnen zij nog veilig naar school fietsen?’

Rechts in het gras tekent Lotte een schaap, met het rode potlood krast ze op het achterlijf een grote rode vlek, die uitloopt naar een poot, als bloed dat uit een wond vloeit, eenzelfde vlek in de hals. Dan zoekt ze een donkergrijs potlood.

Kalter staat op. Hij zit midden in de lammertijd. De schapen blèren als hij de stal binnenkomt. Een paar staan op uit het stro. ‘Mensen uit de stad die dat wolvenspul mooi vinden, zitten ’s avonds voor de televisie’, zegt hij terwijl hij een ontsnapt lammetje bij het nekvel pakt en terugzet bij de moeder. ‘Wij leven er hier mee.’ Hij vraagt zich ook af of de wolven wel echt uit zichzelf zijn gekomen, of dat ze zijn uitgezet. ‘Je gaat dingen wantrouwen.’

‘Het loopt uit de hand’, zegt hij later terug in de keuken. Er zit volgens hem niks anders op: ‘Afschieten.’

Schaapskooi in Ermelo, een van de schaapskuddes op de Veluwe © Nicole Segers
‘Dat hoort bij buiten wonen, zeggen de stedelingen dan. Maar als ik dat bloedbad zie, moet ik huilen’

Met een deel van de schapen van Kalter nog in haar maag is Grijze Wolf 998 ergens de IJssel overgestoken, misschien gezwommen – wolven zijn goede zwemmers – misschien heeft ze wel de brug bij Olst genomen. Daarna ging ze ergens tussen Zwolle en Apeldoorn over de A50 heen. (De belangrijkste doodsoorzaak van wolven is het verkeer, sinds 2015 zijn in Nederland twee wolven op de weg gedood.) Waarschijnlijk kwam ze al snel na 13 juni aan op de Veluwe, ten noorden van de A1. En daar besloot ze te blijven, zo blijkt uit drollen die van haar zijn gevonden. Ze heeft er als eerste wolf haar territorium gevormd. Sindsdien heeft ze geen schaap meer gegeten.

‘Vooral tijdens het zwerven doden wolven schapen’, vertelt Leo Linnartz, ecoloog en wolvenexpert bij Ark Natuurontwikkeling, tijdens een wandeling op de Midden-Veluwe. Hij heeft net een voordracht gehouden voor een groep ecologen, biologen, boswachters in de Houtvesting van Paleis het Loo over de wolf en de lessen die geleerd kunnen worden uit de Oostvaardersplassen. Nu loopt de hele groep over de Midden-Veluwe op zoek naar een wolvendrol van GW960f, de wolvin die sinds augustus haar territorium ten zuiden van de A1 heeft gevestigd.

Er komen regelmatig wolven de Nederlandse grens over, op zoek naar een territorium zwerven ze rond, sommige blijven, andere trekken verder naar België, of terug naar Duitsland. Juist dan pakken ze schapen. ‘Als een snack onderweg na een hele nacht lopen’, zegt Linnartz. Dat blijkt ook uit analyses van wolvenkeutels uit Duitsland: negentig procent van het wolvendieet bestaat uit wild – ree, wildzwijn, edelhert en damhert – verder wat haas, konijn, moeflon, en slechts één procent schaap. Er zijn in totaal zo’n tweehonderd schapen gedood door de wolf de afgelopen jaren. Ter vergelijking: honden doden jaarlijks vier- tot achtduizend schapen. ‘Daar hoor je nooit iemand over’, zegt Linnartz. ‘Maar elk door een wolf gedood schaap komt in de media.’

Achter de schermen wordt al jaren gewerkt aan de komst van de wolf. Leo Linnartz begon zich er twaalf jaar geleden in te verdiepen om ‘Nederland voor te bereiden’. Hij ging kijken in Duitsland, Zweden, Frankrijk. Daar zag hij hoe belangrijk preventie was en om daar op tijd mee te beginnen. In Duitsland wordt gemiddeld een schaap per wolf per jaar gedood. In Frankrijk ligt dat gemiddelde op dertig. ‘Daar hebben ze veel te laat maatregelen genomen waardoor wolven aan schapen zijn gewend’, aldus Linnartz. De wolvenexpert vindt daarom dat de overheid schapenhouders meer moet stimuleren om maatregelen te nemen. Nu krijgen boeren alleen in een erkend wolvengebied subsidie, dat zou volgens hem ook voor regio’s met veel schade moeten gelden. Tegelijkertijd mag de overheid streng zijn. ‘Een schapenhouder is verplicht zijn dieren goed te beschermen’, zegt hij, ‘daar mag ook wat meer op gewezen worden.’

Wolven kunnen prima leven in een cultuurlandschap, in een mix van bos, velden en boerenland, zei hij ’s ochtends in zijn presentatie. Ze hebben geen wildernis nodig. Populair zijn militaire oefenterreinen. Wolven zorgen volgens Linnartz voor een goede balans in het ecosysteem: ‘Ze onderdrukken de groei van de wildpopulatie.’

Linnartz bukt zich, in het zand op het pad ziet hij een pootafdruk. Hij pakt een centimeter, meet de lengte, kijkt naar de afstand tussen de kussentjes, roept een paar anderen erbij. Een wolf. Dat is zeker. Hier liep GW960f nog niet zo lang geleden, anders was de afdruk er niet meer geweest. De opwinding in de groep groeit.

© Jaap van Leeuwen

Tien jaar geleden hebben een tiental natuurorganisaties het platform Wolven in Nederland opgericht, om te streven naar ‘een conflictarm samenleven met wolven’. ‘We willen met alle partijen die met de wolf te maken hebben kennis en ervaring delen’, zegt woordvoerder Glenn Lelieveld van de Zoogdiervereniging een paar dagen eerder op de Wageningse Universiteit. ‘Dat is een les die we van de Oostvaardersplassen hebben geleerd. Met als verschil: de wolf is niet uitgezet, die is van iedereen.’

Ondanks al die pogingen groeit de kloof tussen de wetenschappers, ecologen, boswachters en de ‘tegenstanders’: de boeren, jagers, grootgrondbezitters. In januari pleitte de directeur van Het Nationale Park De Hoge Veluwe, Seger Emmanuel baron van Voorst tot Voorst, in De Gelderlander ervoor het afschieten van wolven mogelijk te maken. Hij was daarvoor al aan het lobbyen in Europa bij de European Landowners’ Organisation. Hij vreesde voor zijn moeflons in het park, die kansloos zijn tegen een wolf. Ook zei hij ervan overtuigd te zijn dat wolven zijn uitgezet.

Een paar dagen later meldde Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (lto) in Nieuwsuur dat ook zij de beschermde status van de wolf aangepast willen hebben. ‘Als een wolf erop uit is om schapen aan te vallen, moet je de ruimte hebben om die te kunnen afschieten’, zei lto-bestuurder Ben Haarman. In diezelfde uitzending stelde ook de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging dat Nederland te druk is voor de wolf en dat afschot mogelijk moet zijn. ‘Het Oostvaardersplassen-debacle heeft ons geleerd dat als er dieren komen ze zich gaan voortplanten met als gevolg dat er conflicten ontstaan’, zei directeur Laurens Hoedemaker. En omdat wolven op de Veluwe geen schapen eten maar wild willen de jagers daarvoor een vergoeding. Jagers investeren in hun jachtveld en ze betalen jachtpacht aan de grondeigenaar. ‘Als door de komst van de wolf het wild uit zo’n jachtveld verdwijnt, is dat een enorm waardeverlies’, schrijft hij op de website van de vereniging.

‘Het lijkt wel of ze deze aanval op de wolf hebben gecoördineerd’, klinkt het op de Veluwe onder de ecologen.

‘Ook de jagers streven’, benadrukt Wim Knol, ecoloog bij de Jagersvereniging in een gesprek op hun kantoor, ‘naar een conflictarme situatie.’ Zij hebben zich daarom ook aangesloten bij Wolven in Nederland. Maar over de manier waarop die moet worden bereikt, verschillen ze van mening met de natuurorganisaties.

Knol schetst twee scenario’s. Het eerste: je doet niets. Elk jaar zullen er dan nieuwe roedels ontstaan, jonge wolven gaan zwerven. Overal in de natuur zullen volgens hem weer hekken en rasters komen. ‘Denk aan het kostenplaatje.’ En daarbovenop: alle landbouwhuisdieren gaan op stal. ‘Dan zie je geen dieren meer op het land.’ Of het tweede: ‘We gaan aan populatiebeheer doen en wolven schieten. Daarvoor moet in Brussel de beschermde status worden ingetrokken.’

© Martin Drenthen, natuurfilosoof

‘Afschieten?’ zegt de Duitse wolvenexpert Ulrich Wotschikowsky, van Wölfe in Deutschland, per telefoon vanuit Beieren. ‘Dat mag niet.’ De wolf is beschermd volgens de Flora- en faunawet, en Nederland heeft in 1982 net als alle Europese landen de Conventie van Bern, waarin de wolf is aangemerkt als beschermd roofdier, getekend. Maar jagers hoeven volgens hem niet zo bang te zijn. ‘Er zijn in Duitsland en Nederland nog nooit zoveel reeën, wildzwijnen, damherten en edelherten geweest als nu’, zegt Wotschikowsky, zelf een fervent jager. ‘Daar kan de wolf ons best bij helpen.’ Hij ziet de wolf eerder als ‘fellow’. ‘Het maakt de jacht natuurlijker.’

Bovendien is afschieten niet zomaar een oplossing. Als je een volwassen dier doodschiet, valt de roedel uit elkaar en gaan de jongen zwerven, waar boeren juist last van hebben.

In Duitsland leven op dit moment zo’n achthonderd wolven, in zo’n honderd roedels. Het is een schatting, wolven zijn moeilijk te tellen. Eén ding is wel bekend: het aantal wolven groeit jaarlijks met meer dan dertig procent. Of er een maximum is wat Duitsland aankan? Wotschikowsky heeft geen idee. Dat weet niemand. ‘Het probleem ligt anders, dat heeft niets te maken met het aantal wolven’, zegt hij. ‘Zodra wolven in een land opduiken, is de eerste reactie overal hetzelfde. Eerst is er opwinding, dan draait de sfeer om en volgen bloedige verhalen over de slechte wolf.’ Dat oude beeld zit volgens hem diep in de samenleving verankerd. ‘Het is ook de angst voor het onbekende. Op plekken waar de wolf al langer leeft, houden mensen zich er helemaal niet mee bezig.’

In werkelijkheid, zegt hij, veroorzaken wolven nauwelijks problemen. ‘En als ze dat wél doen, bijvoorbeeld doordat ze weten hoe ze over een hek moeten springen of omdat ze honden in een dorp aanvallen, worden ze direct doodgeschoten.’ Daar is hij ook voorstander van. ‘Dat is bij ons nog maar met zes wolven in twintig jaar gebeurd. Het is puur politiek om een wolvenprobleem te creëren.’

De meeste mensen in Duitsland zijn niet tegen de wolf. ‘Een wolf dwingt respect af. Een wolf is ongelooflijk intelligent, past zich goed aan.’ Het grootste verzet komt van de schapenhouders. ‘Het echte, onderliggende probleem’, zegt Wotschikowsky, ‘is dat die schaapsindustrie niet meer rendabel is.’ Dat legt de wolf bloot. Ook in Nederland. Scheren is duurder dan de wol, schapenboeren komen maar met moeite rond. Dat was tweehonderd jaar geleden anders, toen was er geen katoen en polyester. De schapenindustrie was destijds economisch belangrijk, en heel groot. Door al die begrazing is onze heide ontstaan. Nu worden schapen ingezet voor landschapsbeheer, omdat we die heide als ons cultuurlandschap beschouwen. ‘Daarom is het logisch dat preventieve maatregelen door de samenleving worden betaald’, vindt Wotschikowsky.

In Nederland hebben de provincies in het Wolvenplan afgesproken dat boeren in een wolvengebied de kosten voor het plaatsen van anti-wolvenhekken en de aanschaf van kuddebewakingshonden voor vijftig procent vergoed krijgen. ‘Dat is ruim’, zei Glenn Lelieveld van Wolven in Nederland hier eerder over. ‘Vergelijk het met fruittelers, die krijgen voor de netten tegen mezen geen enkele vergoeding.’ Ook hij benadrukt de maatschappelijke functie van schapen. ‘Fruit is een economisch product, schapen zijn een romantisch product. Mensen vinden het mooi om schapen op dijken te zien lopen.’

De AfD portretteert de wolf graag als ‘immigrant’, die kinderen en het gezinsleven bedreigt, en wordt beschermd door de ‘elites’

De stroomhekken en honden zijn volgens Lelieveld voor 99 procent bewezen effectief. Dat het voor schapenboeren vervelend is, dat zij de prijs betalen, erkent Wotschikowsky. Maar er zijn, zo zegt hij, ook schapenhouders die als tactiek hebben om niets te doen, en dan hopen ze met een grote slachtpartij door een wolf de publieke opinie te beïnvloeden. ‘Dat is het politieke. Ze willen de wolf niet.’ Hij schat dat op de Veluwe, zo’n duizend vierkante kilometer, ongeveer vijf roedels kunnen leven. ‘Wees er maar op voorbereid, jullie hebben ruimte voor wolven.’

Ulrich Wotschikowsky maakt zich wel zorgen. Hij zag hoe de discussie in Duitsland in de afgelopen jaren steeds meer polariseerde. Ook op Europees niveau ziet hij een tegenbeweging groeien, georganiseerd door een samenwerking van niet alleen boerenorganisaties, christendemocratische partijen, jagersverenigingen en grootgrondbezitters, maar ook nationalistisch-populistische en extreemrechtse partijen – ‘die ook altijd tegen wolven zijn’. De wolf is onderdeel geworden van de cultuuroorlog. Zo portretteert de partij Alternative für Deutschland, de AfD, de wolf graag als ‘immigrant’, die kinderen en het gezinsleven bedreigt, en wordt beschermd door de ‘elites’.

Kuddebewakingshond van trainer Ray Dorgelo, Canine Efficiency © Nicole Segers

‘Ik voer al jaren debatten over de wolf’, zegt cda-europarlementariër Annie Schreijer-Pierik telefonisch vanuit Brussel. Zij is als een van de aanvoerders van het anti-wolvenkamp in het Europees Parlement, voor afschaffing van de beschermde status en diende met de ‘agri-commissie’ in februari dit jaar een ontwerpresolutie in om beheer mogelijk te maken. Ze gelooft totaal niet in de preventieve maatregel. ‘Over die hekken springen wolven gewoon heen’, zegt ze. ‘De werkelijkheid is het sprookje van Roodkapje.’

‘Over vijf jaar is er andere Europese wetgeving’, voorspelt Bart Kemp, schapenboer en voorzitter van het discussieplatform Nowolves – ‘Het eerlijke verhaal over wolven’ – in een tuinstoel achter zijn boerderij in Ede. Hij heeft het platform twee jaar geleden opgericht, ‘uit ergernis over de onjuiste berichtgeving, waarin de komst van de wolf wordt gepromoot’. ‘In Frankrijk staan de dieren al binnen’, zegt Kemp. ‘Daar vallen ze nu ook overdag kuddes aan, in Duitsland laten ouders hun kinderen in wolvengebied niet meer door het bos fietsen, in Zweden zijn er bushokjes met tralies om wachtenden tegen wolven te beschermen.’

Ook hier zal het volgens hem consequenties hebben. ‘Over vijf jaar kun je op de Veluwe geen droppings meer doen, een dochter van tien jaar kan niet meer de hei op met haar pony, honden lopen gevaar.’ Hij heeft contact met vergelijkbare organisaties uit Zweden, Polen, Frankrijk, Duitsland. ‘De natuurlobby is krachtig, wij moeten ons ook verenigen.’

‘De tegenstanders zijn creatief in het bedenken van stokjes om mee te slaan’, zegt Glenn Lelieveld. Bart Kemp weigert volgens Lelieveld elke hulp voor preventieve maatregelen. ‘Wij vinden dit heel erg jammer. Uiteindelijk is het zo dat de wolf er is, of je het nu leuk vindt of niet.’ Wolven in Nederland wil niet het pro-wolvenkamp zijn. ‘Wij geven informatie, zijn meelevend, we begrijpen ook de schapenboeren, we verdedigen de wolf niet, de wolf is een feit.’ Lelieveld hoopt dat naast de jagers ook lto en de schaapsherdersvereniging zich bij hun netwerk willen voegen. ‘Het dossier is op te lossen’, daar gelooft hij in.

© Hugh Jansman

De strijd gaat volgens natuurfilosoof Martin Drenthen – ook aanwezig tijdens de wolvenwandeling op de Veluwe – in de kern om de vraag: van wie is het land? ‘Is al het land van de mens?’ vroeg hij een week eerder op zijn werkkamer op de Universiteit Nijmegen. ‘Of kunnen we samenleven met wolven?’ De wolf is voor ‘wolvenknuffelaars’ het tegenbeeld van wat verkeerd is aan de mens, aldus Drenthen. ‘In Nederland is zoveel geregeld in het landschap, de wolf onttrekt zich daaraan.’ We leven wat dat betreft, zo zegt hij, nog steeds in de romantische tijd. Tot dan was natuur iets om te beteugelen, zo deden aristocraten de gordijntjes van de koets dicht als ze door de Alpen reden – ‘Dat bedierf je smaak.’ Nu is er juist het verlangen naar wildheid, naar onschuldige, pure natuur. En dat biedt de wolf.

Dit wildernisbegrip speelt ook een rol bij rabiate wolventegenstanders, zoals Annie Schreijer-Pierik en baron van Voorst tot Voorst, aldus Drenthen. ‘Ze vinden dat de wolf in de wildernis thuishoort, zijn ervan overtuigd dat een “echte” wolf nooit uit zichzelf naar een landschap als dat van ons zou komen, en concluderen vervolgens dat het dier wel zal zijn uitgezet.’

De wolf legt een kloof in onze samenleving bloot, volgens de natuurfilosoof. Mensen op het platteland zijn zich volgens hem bewuster dan stedelingen van hun kwetsbaarheid. ‘Bij boeren leeft diep de notie dat natuur beheerd moet worden. De wolf verschijnt zomaar uit het niets, hij zou in theorie je kind kunnen pakken. Dat ze niets tegen hem mogen doen, geeft een gevoel van machteloosheid. De boeren wordt niets gevraagd.’

Omgekeerd, zegt hij, willen veel plattelanders niet zien hoe slecht het gaat met de biodiversiteit. ‘Ze bagatelliseren onze morele plicht om het soortverlies tot staan te brengen. Het is niet vanzelfsprekend dat het land alleen van ons is. We moeten ruimte geven aan andere soorten. We hebben dieren nodig. Natuur is geen extraatje, we zijn er onderdeel van. We moeten er iets mee, of we willen of niet.’

Route van de eerste gevestigde wolf in Nederland, GW998f. Ze heeft zich gevestigd op de Noord-Veluwe © Kaart Bas Schipper

Plotseling ziet iemand uit de groep de drol liggen: aan de rand van het pad. De ecologen, biologen en boswachters buigen zich in een kring over de wat harige, zwarte keutel heen – ‘Waarschijnlijk heeft ze onlangs ingewanden gegeten.’ Iemand legt er een meetlatje naast. Martin Drenthen zakt op zijn knieën en ruikt eraan – een wolvendrol staat bekend om zijn typische geur. Anderen volgen. ‘Muskus’, zegt iemand.

‘Grondig, zwaar’, zegt een ander.

‘Naar… wolf.’

‘Hier heeft ze gelopen, ze is er echt…’

‘Zo dicht bij een wolf ben ik nog niet geweest.’

In januari 2019 is op de Veluwe op een loopspoor in de sneeuw een monster van een bloedspat gevonden van Grijze Wolf 998. Vermoedelijk ovulatiebloed, zegt ecoloog Hugh Jansman van Wageningen Environmental Research, waar de ingezonden dna-monsters worden onderzocht. Een wolvin menstrueert maar één keer per jaar. Op datzelfde moment werd ook een spoor van wolf GW893m gevonden. In september 2018 zat hij nog in een roedel in Nedersaksen, op 6 januari 2019 verscheen hij voor het eerst in ons land, een paar weken daarna zijn keutels van de wolf op de Noord-Veluwe gevonden, in het territorium van GW998f. Uit parallelle sporen lijkt het dat ze een paar vormen – dan zou GW998f in mei wolvenjongen kunnen krijgen en na zo’n honderdvijftig jaar weer een roedel in Nederland voortbrengen.

‘Ze begint te buiken’, zegt schapenboer Nico Kalter aan de keukentafel in Wijhe. Dat las hij in De Stentor. Hij haalt het bericht erbij. ‘Ik ben een natuurliefhebber’, zegt hij terwijl hij de krant opzij legt. ‘Maar deze wolf heeft onze schapen opgeruimd, en dan toejuichen dat ze drachtig is…’

Lotte, die haar rode sweater net uit heeft gedaan, houdt haar tekening omhoog: een wolf – alleen de voorste helft, kop, schouders en twee voorpoten, alsof die zo van buitenaf het tekenvel op is gerend – zit met bloed aan haar bek achter het schaap aan. Ze lacht verlegen.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Irene van der Linde over de wolf in Nederland. Waarom is ons land opeens aantrekkelijk voor dit roofdier? Waarom zijn de meningen zo verdeeld?

Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar, o.a. via groene.nl/podcasts