Afspraak

Ik verbleef de eerste jaren van de jaren negentig voor langere tijd in New York. Economisch ging het minder die periode in de Verenigde Staten en de blijdschap over de ‘gewonnen’ Golfoorlog (Desert Storm) was vervlakt.

Medium nix cover crop

Dat ook de Koude Oorlog ten einde was, leek al weer lang geleden, en van minder belang in het licht van de zorgen die veel Amerikanen zich maakten. Het straatbeeld van toen staat mij in het geheugen gegrift: ik zie stretch limos tussen bedelaars laveren en in de winter ziet dat er ook als een koude oorlog uit.Het was in die sfeer dat Bill Clinton, 46 jaar oud, op 3 november 1992 tot president werd gekozen. Ik herinner mij dat New York die dag één groot feest was, alsof er een juk werd afgeschud, alsof het plotseling licht werd. New Yorkers waren gefascineerd door zijn kosmopolitische uitstraling, zijn intelligente humor, zijn saxofoon. De new democrat Clinton bracht hoop, een ongekende openheid leek het, en niet alleen in New York.

Zestien jaar later was ik er niet bij, maar inmiddels was niet alleen de oorlog live op televisie te volgen – dat begon met Desert Storm –, ook de Amerikaanse verkiezingen konden wereldwijd worden gevolgd. De verkiezing op 4 november 2008 van de 47-jarige Barack Obama leidde tot minstens zoveel euforie, en de eenvoudigste slogan werd nadien door miljoenen in de hele wereld met kracht en overtuiging na gesproken: yes we can. We kunnen de dingen veranderen, we kunnen de wereld verbeteren. Obama was niet alleen de eerste zwarte man die het hoogste politieke ambt in de wereld ging bekleden, in alles toonde hij zich ook de eerste werkelijke gentleman, die behalve vredelievendheid en grootmoedigheid ook zin voor verandering en daadkracht uitstraalde.

Beiden onderscheiden zich door humor, speelsheid, enorme sociale kracht en vooral superieure zelfironie, misschien wel het meest welluidende en verbindende instrument dat een waarachtig leider kan bezitten. Het vermogen om jezelf te lachen ten overstaan van iedereen. Zwaktes te openbaren die de uitzonderlijke kwaliteit van een persoon slechts bevestigen.

Mensen menen graag door argumenten te worden overtuigd, maar in de praktijk van verkiezingen spelen vaak heel andere dingen een rol. Bill Clinton en Obama stonden uiteraard voor een programma, maar misschien wel meer voor een mentaliteit, een droom. En dat is precies wat nu in de herfst van 2016 ontbreekt: er is geen droom en geen project. Waar is de saxofoon? De muziek?

Bill Clinton en Obama stonden voor een programma, maar misschien wel meer voor een droom

Ik zou daarom de argumenten niet geheel aan de kant willen schuiven, er is alle reden om bij het ontbreken van een droom juist naar het project te kijken. Van veel verkiezingen wordt gezegd dat ze belangrijker zijn dan ooit. Een feit is dat de wereld complexer is dan ooit, terwijl politici de (electoraal-didactische) neiging hebben die steeds verder te simplificeren. Iets is goed of fout, een leugen of de waarheid.

Van dit schematische wereldbeeld vormt de Amerikaanse verkiezingsstrijd de perfecte illustratie. Als je van lachen houdt, is er veel amusement, maar weinig om ons werkelijk te amuseren. De recent verschenen roman The Nix van Nathan Hill laat haarfijn het echec zien van de moderne Amerikaanse politiek, gebaseerd op een overdosis infotainment, manipulatie van gegevens en drogredenen. Factcheckers maken overuren, maar de leugen regeert. Belangrijker dan een economische crisis is de crisis van het debat, van het gesprek, is de teneur van Hills werk. Mensen verdwijnen daarom in parallelle werelden (van televisie en games) waar ze zich veiliger voelen, maar waarin ze zichzelf feitelijk verliezen.

De nieuwe leider van de ‘vrije wereld’ zal voortkomen uit giftige sferen en zich moeten begeven in een gefragmenteerde wereld. Als er een droom is dan is die besmeurd of aan het gezicht onttrokken. In de wereld van Trump lijkt de muur de enige oplossing. De muur is het antwoord van een angstige provinciaal voor wie alle anderen barbaren zijn. Maar alle muren vallen.

Wie Hard Choices van Hillary Clinton heeft gelezen en haar in een aantal opzichten bijzondere (en vaak militante) carrière heeft gevolgd kan niet om haar deskundigheid en gedrevenheid heen. Behalve belangen vertegenwoordigt ze idealen, al weet ze die niet tot een droom om te smeden. Vanuit Europees gezichtspunt lijkt de keuze simpel.

Maar wat leren wij in Europa van dit grotesk spektakel? Binnenkort kiest de PvdA een (nieuwe) leider, de Tweede-Kamerverkiezingen vinden plaats in maart. Wij willen graag gruwen bij het debat elders, en vermaakt worden door de domheid van anderen, maar welk debat ontwerpen wij?

‘Bij elke echte verandering moet je je aanvankelijk bang voelen,’ schrijft Nathan Hill. Zal het ons lukken het debat een vitale impuls te geven, om zo mensen werkelijk te betrekken? Mogen wij van onze politici verlangen dat er in hun verhaal een verband bestaat tussen woord en droom en daad? Dat feiten en argumenten ertoe doen, dat humor en zelfspot hoger in te schatten zijn dan ressentiment? En willen wij onszelf voorhouden dat de onderbuik bij politieke keuzes een slechte raadgever is? Konden we dat maar afspreken.