Media

Afstand en cliché

Noem me zijn geloof of land en ik zeg u hoe hij is. Aldus het oeroude spel dat in een modern-wetenschappelijk jasje ‘imagologie’ wordt genoemd. Dit spel of vak houdt zich bezig met sociale beeldvorming, dat wil zeggen met de beelden die wij hebben van onszelf en van elkaar. Internet komt daarbij goed van pas. Tik maar eens tussen dubbele aanhalingstekens “alle Nederlanders zijn” of “all Dutchmen are” in en je zult versteld staan over de eigenschappen die ons toegedicht worden. Gierig, zeelui, homo’s, blowers, de etiketten zijn niet weg te krijgen. Zo koesteren mijn Spaanse vrienden de onuitroeibare gedachte dat het in het Nederland van een jaar of veertig geleden, in de naweeën van Provo en tijdens Kabouter, gewoon was dat vaders met hun dochters naar bed gingen, en de buurman met de buurvrouw. Vandaar ook dat diezelfde vrienden mij niet graag met hun vrouw alleen laten. 'Het’ - bedoeld is de liederlijkheid - zit er bij ons zo diep in dat het er nooit meer uitgaat. Ook geven we niks om God, zijn we krenterig en op z'n minst bi, hebben we geen idee wat fatsoenlijk eten is en bibberen we het merendeel van de tijd in een donkere kamer - de rest zitten we op een fiets en proberen we ons warm te trappen. Vanwege diezelfde fiets hebben alle Nederlandse vrouwen stalen schaamdelen. Mijn vrienden weten dat dergelijke gedachten onzin of op z'n minst sterk overdreven zijn maar toch… Niet alleen om redenen van spel kaats ik de bal en noem alle Spanjaarden trots (Alva), gelovig (papen), wreed (stierenvechten) en lui (mañana).
Het stereotypespel tussen Nederlanders en Spanjaarden is al meer dan vier eeuwen oud en in al die tijd tamelijk uniform gebleven. Daarmee is het kenmerkend voor vergelijkbare 'spelletjes’ tussen andere volkeren, bevolkingsgroepen of culturen - voor een aardige visuele vertaling ervan zie http://goo.gl/8dfi. Gelijkluidend is de conclusie van het in de Verenigde Staten tegenwoordig populaire onderzoek naar moslimstereotypen. Bombers, belly dancers and billionaires: daarmee is het belangrijkste over moslims en Arabieren, veelal op één hoop gegooid, wel gezegd. In ieder geval geldt dit voor de Amerikaanse filmproductie, nauwkeurig onderzocht door onder meer Jack Shaheen (Reel Bad Arabs: How Hollywood Vilifies a People) en door dezelfde persoon ook in een documentaire verwerkt (op YouTube, http://goo.gl/BZY0k). De toon werd volgens hem in de jaren twintig door Latin lover Rudolph Valentino gezet. Na een relatief gematigde weergave van, dan wel gebrek aan belangstelling voor de moslimcultuur in de eerste decennia na de oorlog - het hoofd zat vol met communisten - keerden de beelden vanaf de jaren zeventig terug. De gebeurtenissen van 11/9 hebben de neiging om Arabieren en moslims negatief af te schilderen om voor de hand liggende redenen enorm versterkt, evenals het onderzoek ernaar (http://goo.gl/jcTmr, http://goo.gl/UZ32v en http://goo.gl/dCKK6). De romantisering ervan, gesymboliseerd door belly dancers, is zo goed als verdwenen. De billionaires zijn gebleven maar zij gebruiken hun geld minder voor luxe auto’s en fraaie vrouwen. Getuige Bin Laden is het bestemd voor, inderdaad, terrorisme.
Al is rivaliteit, ruzie of oorlog veelal de aanleiding, kenmerkend voor stereotypen is de verhouding tussen mate en afstand: hoe groter de afstand, des te ongenuanceerder het cliché. Die afstand hoeft overigens niet altijd, zoals in het geval van Spanjaarden, Arabieren en communisten, geografisch te zijn. Mentaal is ook mogelijk. Vandaar de cruciale rol van media c.q. propaganda. Neem, meest bekende voorbeeld, de stereotypen die de nazi’s van joden wisten te kweken. Een kwestie van magistrale manipulatie op basis van oeroude, latente antigevoelens. Die manipulatie maakte de Duitse bevolking niet collectief tot moordenaars zoals Daniel Goldhagen vijftien jaar geleden beweerde. Dat is dezelfde imagologische onzin als die van de nazi’s over joden of de Amerikaanse film over Arabieren. Nee, de manipulatie maakte een klein deel van de bevolking moordlustig en de overgrote meerderheid onverschillig. Precies in dit laatste schuilt het grootste gevaar van het beeldenspel, ook dat van het huidige met betrekking tot moslims: dat het het schouderophalen eenvoudig maakt en daarmee idioten gelegenheid geeft.
Er zijn tal van gevallen bekend waarin fanatieke nazi’s er geen enkel probleem mee hadden joden te laten oppakken, behalve 'hun eigen joden’, dat wil zeggen de buurman, overbuurman of leverancier. Iets dergelijks schijnt in 1943 zelfs ergens op een Amsterdamse muur gekalkt te zijn: 'Vuile rotmoffen, blijf met je vuile rotpoten van onze vuile rotjoden af.’ De betekenis van een dergelijke reactie lijkt evident. Het door de media gepropageerde stereotype wordt aanvaard, behalve waar het degenen betreft die men kent. Die zouden anders zijn, gewone mensen: 'net als wij’. Omgekeerd betekent dit dat men blijkbaar ook erkent dat vreemdelingen gewone mensen zijn, behalve degenen die door propaganda en media op afstand zijn gezet. Het is een notie waarvan je onmogelijk voldoende doordrongen kunt zijn.